nieuws

Integriteit in Wet Bibob ter beoordeling

bouwbreed

Op 1 juni 2003 zijn de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) en het bijbehorende Besluit Bibob in werking getreden (Zie hiervoor ook �Scherpere toetsing bouwaanvraag� in Cobouw van 5 oktober 2004, nummer 183). Op grond van deze wet kan worden voorkomen dat de overheid malafide bedrijven voorziet van vergunningen of subsidies. Onlangs […]

Op 1 juni 2003 zijn de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) en het bijbehorende Besluit Bibob in werking getreden (Zie hiervoor ook

�Scherpere toetsing bouwaanvraag� in Cobouw van 5 oktober 2004, nummer 183). Op grond van deze wet kan worden voorkomen dat de overheid malafide bedrijven voorziet van vergunningen of subsidies. Onlangs kwam de wet

Bibob in het nieuws doordat de

gemeente Amsterdam zich in wil zetten in de strijd tegen de

Kooistra-methode.

De gemeente meent dat zij Kooistra�s horecazaken vergunningen kan weigeren op grond van Bibob indien zij het vermoeden heeft dat er sprake is van faillissementsfraude.

De Wet Bibop geeft bestuursorganen kort gezegd de bevoegdheid om bepaalde vergunningen of subsidies te weigeren of in te trekken, indien ernstig gevaar bestaat dat hiermee strafbare feiten zullen worden gepleegd. Eenzelfde bevoegdheid bestaat indien er een redelijk vermoeden bestaat dat ter verkrijging van de aangevraagde vergunning of subsidie een strafbaar feit is gepleegd, zoals bijvoorbeeld valsheid in geschrifte of witwassen van illegaal verdiend vermogen.

Of sprake is van een �ernstig gevaar� zal moeten blijken uit het strafrechtelijk verleden van de betrokken (rechts)persoon. Zo nodig kan het bestuursorgaan het Bureau BIBOB (daarover later meer) om advies vragen.

Brandmerken

Vooral branches die bewezen hebben extra gevoelig te zijn voor criminele invloeden vallen onder de werkingssfeer van deze wet. Zonder deze sectoren te willen brandmerken, heeft de wetgever daarbij gedacht aan sectoren als de horeca, prostitutie, coffeeshops, transport, milieu en de bouw. De bevoegdheid tot weigering van een vergunning op grond van de Wet Bibop bestaat derhalve onder meer bij de verlening van bouw- en milieuvergunningen, transportvergunningen, horecavergunningen en vergunningen voor seksinrichtingen.

Subsidies kunnen geweigerd worden indien dit in de desbetreffende subsidieregeling is bepaald. Voorts voorziet de wet in de mogelijkheid om �verdachte� gegadigden bij (niet-Europese) aanbestedingen in de sectoren bouw, ICT en het milieu van gunning van de opdracht uit te sluiten.

Kort en goed: de Wet Bibob creëert voor de overheden een extra grond om vergunningen/subsidies te weigeren (dan wel in te trekken) waar zij die vroeger op grond van de wet verplicht waren te verstrekken. Voorwaarde is echter wél dat de integriteit in het geding is.

De Wet Bibop is een van de concrete uitkomsten van de Parlementaire enquête opsporingsmethoden in 1996. Het idee erachter is dat gemeenten en provincies bij het uitoefenen van hun wettelijke taken als vergunningverlener soms een betere positie hebben in de strijd tegen de georganiseerde misdaad dan politie en justitie. Een voorwaarde is wel dat zij over de juiste informatie kunnen beschikken. Omdat bestuursorganen of aanbestedende diensten niet altijd zelf in staat zijn te onderzoeken of een weigerings- of intrekkingsgrond zich voordoet, bestaat voor hen de mogelijkheid de hulp in te roepen van het Bureau BIBOB. Dit Bureau heeft de bevoegdheid om hiertoe bronnen die normaliter voor de vergunningverstrekkers zijn gesloten, zoals de politieregisters en de justitiële documentatie, te raadplegen. Het advies wordt zo spoedig mogelijk gegeven, maar in ieder geval binnen een termijn van vier weken na de adviesaanvraag. Zo nodig kan deze termijn eenmaal worden verlengd met vier weken. De wettelijke beslistermijn op de vergunning/subsidie wordt opgeschort totdat het bureau heeft geadviseerd, maar maximaal voor een duur van acht weken.

Op basis van het advies zal het bestuursorgaan vervolgens moeten bepalen of het de gevraagde beschikking zal verstrekken, weigeren of (zelfs) intrekken. Voordat een besluit tot weigering of intrekking wordt genomen moet de betrokkene vanzelfsprekend wél in de gelegenheid worden gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.

De Wet Bibop geldt ook voor bouwvergunningen. Dit betekent dat de overheid bij het verlenen van een bouwvergunning eisen kan stellen aan de integriteit van de aanvrager. Deze afweging zal in eerste instantie gebaseerd zijn op het eigen onderzoek van het bestuursorgaan. Indien er indicaties zijn dat een gevaar voor misbruik aanwezig is, kan het bestuursorgaan de vergunning weigeren.

Naar verwachting zal nog dit jaar de Veegwet Bibop van kracht worden. In de Veegwet Bibop worden nog een aantal juridische lacunes aangepast ter verbetering van de toepassing en uitvoering van de Wet Bibop.

Een belangrijke verbetering is de informatiepositie van het Bureau BIBOB. Zo zal het Bureau BIBOB na de aanpassing in de Veegwet gebruik kunnen maken van het Sofinummer voor toegang tot de registers van de Belastingdienst en sociale verzekeringsinstellingen. Een andere belangrijke aanpassing is de wijziging van de Woningwet, zodat naast de weigering ook de íntrekking en overdracht cq. meldingsplicht van de bouwvergunning onder het bereik van het Bibop-instrumentarium komen te vallen. Daarbij kan het bestuursorgaan vanaf het inwerkingtreden van de Veegwet Bibop ook de integriteit onderzoeken van personen die op grond van feiten en omstandigheden redelijkerwijs met de aanvrager van de bouwvergunning gelijk kunnen worden gesteld.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels