nieuws

Duitsland spil in strategie Imtech

bouwbreed

hamburg – Imtech groeide in amper tien jaar tijd uit tot een van Europas grootste technisch dienstverleners. Vanuit Duitsland wordt de opmars voortgezet. Oost-Europa lonkt. “De concurrentie zal moeite hebben ons bij te benen.”

Slechts enkele maanden na de overname van de Britse branchegenoot Meica, speurt Imtech in andere delen van Europa alweer naarstig naar nieuwe uitbreiding. Het vizier staat dit keer gericht op Oost-Europa, in het bijzonder de landen die binnenkort toetreden tot de Europese Unie. Imtech ruikt zijn kansen en die moeten – vanuit Duitsland – worden benut.

Op het hoofdkantoor van Imtech Deutschland, gevestigd in de Noord-Duitse miljoenenstad Hamburg, doet bestuurder Peter Kronenberg de veroveringsstrategie van het concern uit doeken. Polen en Tsjechië staan bovenaan de lijst, zegt hij. Eenmaal lid van de EU zullen daar de grote investeringen in gebouwen, infrastructuur en industrie plaatsvinden, zo is de verwachting.

“Wij zien in Polen en Tsjechië goede mogelijkheden”, zegt Kronenberg. “Niettemin zullen we het rustig aandoen. Ik verwacht er wel economische groei, maar de ontwikkelingen zullen langzaam gaan. Voordeel daarvan is wel dat het niet ineens voorbij is, zoals bijvoorbeeld gebeurde in het oosten van Duitsland na de eenwording.”

Imtech heeft al vestigingen in Polen en Tsjechië, zij het een beperkt aantal. Naar versterking wordt wel actief gezocht, maar voorzichtigheid is vooralsnog geboden. Dat geldt ook voor de andere Oost-Europese landen waar naar uitbreiding wordt gezocht. Kronenberg: “Neem bijvoorbeeld Litouwen. Dat is een behoorlijk groot land en zou dus interessant kunnen zijn. Maar vergeet niet dat er in heel Litouwen minder mensen wonen dan hier in Hamburg.”

Een overname in Oost-Europa lijkt niettemin slechts een kwestie van tijd. Imtech heeft op dat vlak immers ook een eer hoog te houden. In de afgelopen twee jaar lijfde de technisch dienstverlener zo wat twintig bedrijven in.

Door middel van overnames groeide Imtech in nog geen tien jaar tijd van een sterk Nederlands georiënteerd bedrijf uit tot een Europese topspeler met posities in onder andere Duitsland, Spanje, Luxemburg, België en Engeland. In 2002 boekte het concern een omzet van 2 miljard euro. Over 2003 wordt een nog hogere omzet verwacht.

De opzienbarende opmars van Imtech in Europa begon in 1997, toen het Duitse bedrijf Rud. Otto Meyer (ROM) werd gekocht. Vier jaar later volgde de overname van Rheinelektra-Technik. Tezamen vormen ze inmiddels Imtech Deutschland, dat met een omzet van 950 miljoen euro verreweg de grootste divisie van het Imtech-concern is.

“In Duitsland is Imtech zonder meer de grootste”, zegt topman Kronenberg. “Alle techniek denkbaar in onder meer kantoren, ziekenhuizen, industriële complexen en op vliegvelden kunnen wij ontwerpen, bouwen en onderhouden. We zijn hier de enige totaalaanbieder. Concurrenten hebben we wel, Siemens en ABB bijvoorbeeld, maar slechts op deelgebieden.”

De status als Duitslands grootste wordt gekoesterd. Kronenberg ziet er echter niets in om met enkele grote overnames nog steviger te worden. “We hadden hier in Duitsland makkelijk ABB kunnen kopen. Maar dat had alleen capaciteit opgeleverd, geen extra deskundigheid. Met nog meer werknemers zouden we bovendien te log worden. Liever blijven we flexibel. Daarom huren we ook veel van onze monteurs, vooral Oost-Duitsers, in. Daarmee besparen we op personeelskosten op de momenten dat we even wat minder projecten in uitvoering hebben.”

Het succes van Imtech in Duitsland laat zich volgens Kronenberg mede verklaren door de regionale aanwezigheid van het bedrijf. Met tien hoofd- en ruim dertig nevenvestigingen, verdeeld over zes regio�s, wordt vrijwel het gehele land bestreken. “Onze monteurs kunnen binnen twee uur op elke plek in Duitsland zijn”, verzekert Kronenberg. “Vooral voor onderhoud is dat zeer belangrijk.”

De regionale indeling van de organisatie werd opgelegd vanuit Nederland, waar de strategie al succesvol was gebleken. Voor de Duitsers was dat even wennen; zij waren vooral een centraal geleide organisatie gewend. Maar volgens Kronenberg twijfelt niemand meer aan het nieuwe model. De vestigingen kunnen nu zelfstandiger opereren, waardoor de slagvaardigheid aanzienlijk is vergroot. Als bewijs lepelt de topman een imposante lijst projecten op.

Het meest in het oogspringende is zonder meer de nieuwe verfhal van vliegtuigbouwer Airbus in Hamburg. In de hal van 16.000 vierkante meter wordt vanaf 2005 �s werelds grootste passagiersvliegtuigtype, de Airbus 380, gelakt. Imtech is verantwoordelijk voor alle techniek in de immense hal, waaronder de klimaat-, lucht- en regeltechniek. Sommige onderdelen zijn zo groot dat ze speciaal voor het project moesten worden gemaakt.

Trots is Kronenberg ook op de betrokkenheid bij het voetbalstadion van Schalke �04 in Gelschenkirchen, de luchthaven van München, de nieuwe fabriek van autoproducent BMW in Leipzig en het ziekenhuis van Hamburg.

Kronenberg constateert dat Imtech zich in Duitsland staande houdt in een markt die allesbehalve rooskleurig is. Dat maakt de Duitse topman optimistisch over de toekomst. Het kan volgens hem immers alleen maar nog beter gaan. “Ik verwacht dat vanaf het tweede kwartaal de economie aantrekt. Wij zien nu al vanuit de industrie een lichte opleving in de vraag naar onze producten en diensten. Maar we blijven voorzichtig. Afgelopen jaren is al vaker is geroepen dat de economie uit het dal zou krabbelen, maar dat gebeurde toen niet.”

De industrie, maar ook luchthavens en ziekenhuizen worden volgens Kronenberg steeds belangrijkere opdrachtgevers. Inderdaad ook omdat daar de hoogste marges worden behaald, geeft de bestuurder toe.

De komende jaren wil Imtech verder fors inzetten op energiecontracting: het afsluiten van langdurige contracten met bedrijven waarbij Imtech de complete energievoorziening, het gebouw- en facilitymanagement en het technisch onderhoud en beheer voor zijn rekening neemt. Onlangs werden dergelijke contracten met Caterpillar en Vodafone afgesloten.

“Voordeel voor de ze bedrijven is dat ze zich volledig kunnen concentreren op hun kernactiviteiten. Daardoor zijn kostenbesparingen tot wel 20 procent mogelijk”, aldus Kronenberg. Energiecontracting zorgt nu voor 15 procent van onze omzet.

“Komende jaren zal dat aanzienlijk toenemen, verwachten wij. Maar eigenlijk denken we hier en in andere Oost-Europese landen op alle markten nog groter te kunnen worden zodra de economie weer gaat aantrekken. De concurrentie zal ons maar moeilijk bij kunnen benen”, voorspelt de topman.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels