nieuws

Montagesokkel herbergt elastische trog

bouwbreed Premium

Het effect van een mooi strakke kabelgoot gaat een beetje verloren als de wand eronder zo oneffen is dat de goot vervormt en er ook nog eens kieren zichtbaar worden.

AANHEF_SUB:octrooi

nummer: 1025324

houder: Tehalit GmbH, Heltersberg (D)

uitvinder: M.Weimer

Kabelgoten- of kanalen zijn ideaal voor het wegwerken van kabels en elektrische leidingen, zowel bij nieuwbouw als bij renovaties. Gewoonlijk bestaan ze uit een C- of U-vormige goot die met schroeven wordt bevestigd op wanden en plafonds, en wordt afgedekt met een deksel. Er zijn talloze systemen op de markt, van diverse fabrikanten. Toch was M.Weimer er niet tevreden mee.

In zijn octrooiaanvrage roemt hij dan wel de gladde en vlakke buitenkanten van de bestaande systemen, maar “de bouwvlakken waarop ze later worden gemonteerd zijn doorgaans oneffen. Daardoor worden tussen kanaalachterwand en wandvlak spleten met wisselende afmetingen gevormd. Bij overlangse schokken worden voegen gevormd, de zijwanden verdraaien zich gedeeltelijk en vormen geen recht vlak. Dat is esthetisch onbevredigend”.

De uitvinder verwijst naar enkele  octrooien die dit probleem willen ondervangen, maar bestempelt ze tot ontoereikend of te complex bij montage. Nee, dan zijn eigen ontwerp, dat “zonder grote montagecomplexiteit aan de plaatselijke  gegevens kan worden aangepast”.

Verende lijsten

Opvallend aan de vinding is de trogvormige montagesokkel onder de gebruikelijke kabelgoot. Beide onderdelen zijn onderling verbonden via wat in de vertaling “een elastisch vervormbaar compensatie-element” is gaan heten.

Dit element bestaat uit V-vormige, verende lijsten die eventuele oneffenheden op een wand moeten opvangen. De montagesokkel kan op de oneffen ondergrond worden vastgezet met schroeven waarvan de koppen bereikbaar zijn via gaten in de bodem van de goot. Stelschroeven zorgen voor de fijnafstelling van de goot ten opzichte van de al dan niet vervormde sokkel, waarbij de verende lijsten tegendruk geven.

Resteert het probleem van eventuele zichtbare spleten. Dit is elegant opgelost door de zijwanden van de goot te laten doorlopen voorbij de eigenlijke gootbodem. Deze wanden eindigen in een soort haken, die mooi passen bij de haakvormige uiteinden aan de wanden van de montagesokkel. Bij het monteren haken de wanden ineen en zo bepalen ze de maximale spleetvrije afstand tussen goot en sokkel. De stelschroeven kunnen de afstand gevarieerd verkorten en daarmee de positie aanpassen van de goot ten opzichte van de trog.  

De octrooiaanvrage is voorzien van twee tekeningen: een van de situatie voordat de wanden ineenhaken en een na het inhaken. Merkwaardigerwijs ontbreekt een tekening waarin je kunt zien hoe een stelschroef daadwerkelijk de positie verandert van de goot ten opzichte van de sokkel.

Joost Melten

Reageer op dit artikel