nieuws

Concentreren op eenvoud zaak voor overheid

bouwbreed Premium

Ballonframe 1815, De Amerikaanse oostkust. Een Frans schip brengt een lading vensterglas in de hoop te profiteren van de hogere prijzen voor glas in Amerika. Van dat profijt komt niets terecht. Het glas is afgestemd op de variatie in kozijnmaten, zoals gebruikelijk in de Franse woningbouw. Dat blijkt een misrekening. In Amerika is er materiaal […]

Ballonframe

1815, De Amerikaanse oostkust. Een Frans schip brengt een lading vensterglas in de hoop te profiteren van de hogere prijzen voor glas in Amerika. Van dat profijt komt niets terecht. Het glas is afgestemd op de variatie in kozijnmaten, zoals gebruikelijk in de Franse woningbouw. Dat blijkt een misrekening. In Amerika is er materiaal in overvloed maar vaklui zijn schaars. Alles wordt daarom zo veel mogelijk vereenvoudigd, gestandaardiseerd en gemechaniseerd. In de Amerikaanse woningbouw past men rond 1815 slechts een paar standaardmaten kozijnen toe. Op glas met andere maten zit geen Amerikaan te wachten. Gratis weggeven en hopen op een betere retourlading is het enige dat erop zit. Als kroon op het versimpelen van de Amerikaanse woningbouw wordt in de eerste helft van de 19e eeuw het zogeheten ballonframe ontwikkeld. Dit frame bestaat volledig uit voorgezaagde twee bij viertjes (in inches). Makkelijk in elkaar te zetten. Zware balkconstructies zijn niet meer nodig. Dure vaklui evenmin. De woningen zijn, aldus de historicus Landes, niet mooi. Er zit ook niks authentieks aan. Daar staat tegenover dat ze praktisch en goedkoop zijn, terwijl de materialen die worden gebruikt, ruim voorhanden zijn. Rijkelui kunnen er niet mee pronken en voor architecten valt er weinig te halen, maar voor de gewone Amerikaan anno 1850 zijn deze woningen een uitkomst. Vereenvoudigen en goedkoper maken, daar draait het om bij vooruitgang.

Nederland 2004. Cobouw meldt dat de corporatie Ons Huis uit Hengelo 50 �flexline� woningen laat bouwen door Teha Elementengroep uit Haaksbergen. Prefab woningen die in vier delen met de dieplader op de bouwplaats worden afgeleverd. De bouwtijd op de bouwplaats is kort; als het moet kan het in 3 dagen. Er is veel keuzevrijheid bij de indeling. Volgens Ons Huis zouden de bouwkosten 10-15 procent lager dan gewoon uitvallen. Ons Huis krijgt per woning 5.000 euro subsidie in het kader van het IFD programma (Industrieel, Flexibel en Demontabel bouwen). Rob de Wildt en Frank van Wijk vragen zich af of dit vooruitgang is.

Helpt de overheid de woningbouw vooruit? Aan goede bedoelingen geen gebrek. Bij vooruitgang denken de ambtenaren niet zozeer aan versimpelen of goedkoper maken maar aan zaken als minder milieubelasting, flexibiliteit of drager/inbouw filosofieën.

Overheidsbeleid dat andere prioriteiten stelt dan de markt, maakt het lastiger, niet eenvoudiger. De belofte van kostenverlaging bij programma�s als het IFD heeft voornamelijk een ritueel karakter. Aan eenvoudig en goedkoop dragen nieuwe technieken die voor de overheid worden ontwikkeld, weinig bij. BAE (voorheen British Aerospace) heeft, zo bericht de NewScientist recentelijk, een behang ontwikkeld dat WiFi systemen afschermt tegen elektronische inbrekers. Dat behang is gebaseerd op de �stealth� technologie waarmee onder meer militaire radarinstallaties onzichtbaar worden gemaakt. Opdrachtgever voor het behang is de Britse telecom-toezichthouder Ofcom.

Bij massaproductie zal het behang rond de 700 euro per vierkante meter gaan kosten. Het BAE-behang levert zeker extra kwaliteit, maar niet voor iemand die net een gewoon behang kan betalen.

Helpen anderen de woningbouw vooruit? De toeleverende industrie doet dat natuurlijk al. Niemand zal beweren dat de bouw stil staat. Integendeel, het is een hele toer om op de stroom nieuwe producten bij te houden. Een groot deel van die producten maakt de woningbouw evenmin eenvoudiger of goedkoper. Ze voegen voornamelijk op alle mogelijke manieren extra kwaliteit toe. Voorschriften en normen, maar ook de wensen van klanten groeien al snel mee. Anno 2004 zijn we verslaafd aan kwaliteit: energiezuinig maar ook airco, subtiele elektronische schakelingen, veilige kozijnen, klassiek wonen. Wie dat niet kan betalen is geen klant en telt niet mee in de nieuwbouw.

De catalogusbouw komt nog het dichtst in de buurt van het soort vooruitgang waar we het hier over hebben. Geen rafelige prijsvorming maar een vaste prijs voor een duidelijk product. Kostenvergelijking en zekerheid komen binnen het bereik van de individuele koper. Toch is de catalogusbouw nog niet de stuwende kracht die leidt tot eenvoud en lagere prijzen in de woningbouw. Er is weinig standaardisering tussen catalogusbouwers. Elke catalogus vormt teveel een eigen eilandje, blijft in de woorden van de bouweconoom Hendriks te �specifiek�, al doen ze allemaal hun best een boerderette in hun assortiment te plaatsen. De markt is nog te gefragmenteerd, te zwak om van de catalogusbouw de katalysator te maken die het zou kunnen zijn.

Kan de overheid anno 2004 de vooruitgang beter helpen? Jazeker. Dan moet ze zich niet teveel met nieuwe technieken bezig houden. In plaats daarvan moet de overheid zich richten op het organiseren van een woningbouwmarkt waar vooral op eenvoud en prijs wordt geconcurreerd. Dat komt neer op het scheppen van betere voorwaarden voor de catalogusbouw. Daar dient de overheid zich op te concentreren als ze vooruitgang in de woningbouw wil. Niks nieuwe technieken maar betere ruimtelijke voorwaarden (meer kavelaanbod), een andere welstandsaanpak (acceptatie van standaard woningtypen) en toetsing aan bouwregelgeving op catalogusniveau. Simpel eigenlijk, die vooruitgang. Maar politiek haalbaar?

Het opbouwen van een �flexline� prefabwoning is mogelijk binnen in 3 dagen.

Reageer op dit artikel