nieuws

Dat moet van de arbo

bouwbreed Premium

Bij het woord loodgieter vraagt niemand zich af wat hij voor werk doet. Ook niet bij een metselaar, een tegelzetter, een uitvoerder, een werkvoorbereider en zelfs niet bij een directeur. Maar hoe zit dat bij een arbodeskundige? “Dat moet van de arbo” is op de werkvloer inmiddels een gevleugelde uitdrukking. Maar vraag je wie of wat die arbo is, dan is volgens Han Knegt vaagheid troef.

De kiem van deze vaagheid ligt in de jaren zeventig, de tijd waarin de maatschappij moest veranderen; meer aandacht voor het individu, de tijd van praatgroepen, kleien en batikken.

Het kon niet uitblijven, ook de toen geldende Veiligheidswet ging op de schop, om plaats te maken voor iets moois. Hierin zou zelfs het welzijn van de werkende mens wettelijk worden geregeld. Voor dat moois moest een naam worden verzonnen: zie hier de geboorte van het woord arbeidsomstandigheden, een verzamelnaam voor de begrippen veiligheid, gezondheid en welzijn, als een soort drie-eenheid. In 1980 was de Arbeidsomstandighedenwet een feit.

Arbeidsomstandigheden werd al gauw arbo. Bedrijfsgezondheidsdiensten werden arbodiensten. Maar van begin af aan is het woord arbeidsomstandigheden door velen niet goed begrepen, getuige de introductie van de woordcombinatie �arbo en veiligheid�. Deze kwam en komt nog steeds voor in voorlichtingsmateriaal, publicaties en in aankondigingen van lezingen en seminars. Alsof veiligheid geen deel uitmaakt van arbo. Of doet men dit om het aloude en vertrouwde begrip veiligheid niet kwijt te raken?

Een tweede element dat te denken gaf was het fenomeen arbodeskundige. Deze leek uit het niets voort te komen; ineens was er de arbodeskundige, zonder een helder vakgebied en dito opleiding, meestal werkend voor een arbodienst. Deze arbodeskundige kon bovendien geen status ontlenen aan zijn of haar uurtarief, want dat was steevast het laagste van de tarievenlijst van een arbodienst; beduidend lager dan dat van bijvoorbeeld een veiligheidskundige.

Bedrijfsintern werden er arbo-coördinatoren aangesteld, vaak als nevenfunctie. Een variant in benaming was VGW (veiligheid, gezondheid en welzijn) coördinator.

Met de opkomst van kwaliteitssystemen en milieubeheer in de bedrijven werd het mode om alles in dezelfde kruiwagen te gooien, dus bij �de arbo�. De functiebenamingen werden toen echt een zootje. Om te voorkomen dat je alleen voor de functiebenaming twee A-viertjes nodig had, werd er met afkortingen gewerkt. Een paar voorbeelden:

. VGWM-functionaris; de afkorting staat voor veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu.

. KVGWM- functionaris, idem maar met de K van kwaliteit ervoor.

Waarom die �W� en �M� worden genoemd is mij �überhaupt� een raadsel, omdat welzijn en milieu meestal stiefkinderlijk worden bedeeld.

Op feestjes is het misschien wel aardig om op de vraag “Wat doe je voor de kost?” te antwoorden �ik ben KVGWM-functionaris�, maar in de praktijk van alledag zijn dit toch onzinkreten? Ze dragen ertoe bij, dat het achterliggende aandachtsgebied door collega�s en leidinggevenden in het bedrijf niet serieus wordt genomen.

In de jaren negentig deed de overheid weer een duit in het zakje door de wettelijke introductie van de veiligheids- en gezondheidscoördinator, afgekort V&G-coördinator. Wat menig bedrijf niet besefte was, dat dit een projectgerichte functie is. Door deze misvatting kwamen er ook in het bedrijf V&G-coördinatoren en V&GWM-coördinatoren etcetera.

Zo langzamerhand is er in de bedrijven een soort grabbelton met functiebenamingen ontstaan, enerzijds voortkomend uit dikdoenerij – dus gebakken lucht – anderzijds uit de angst om niet alle functie-aspecten in de benaming terug te zien. Dit vertroebelt mijns inziens de materie en bemoeilijkt een goede verankering van arbeidsveiligheid in het bedrijfsbeleid. Ik pleit er daarom voor om in functie- en afdelingsbenamingen in bedrijven – waar dit redelijkerwijze past, dus niet bij een bedrijfsarts – het woord �veiligheid� te gebruiken. Daarbij benadrukkend, dat het dan niet om de klassieke veiligheid van bouten en moeren gaat. Ook de aanpak van gezondheidsrisico�s is integraal in het veiligheidsbeleid opgenomen.

Coördinator Aboma+Keboma in Ede

knegt@aboma

Kiem van deze vaagheid ligt in jaren zeventig

Reageer op dit artikel