nieuws

Onduidelijke dubbelrol Schultz bij inlaat zoet water

bouwbreed Premium

den haag – Staatssecretaris Schultz (waterstaat) speelde afgelopen zomer een onduidelijke dubbelrol door de Tolhuissluisroute in te stellen. Het ministerie voorspelt in zijn evaluatie over de droogte in 2003 steeds drogere zomers in de toekomst. De zwakke veendijken zijn daarbij een nieuw fenomeen.

Een opvallende conclusie is dat het afgelopen zomer helemaal niet zo extreem droog was. De zomers van 1947, 1949 en vooral van 1976 waren nog veel droger. Toch zijn de maatregelen die toen in antwoord op het watertekorten zijn verzonnen niet of slechts gedeeltelijk doorgevoerd waardoor vorige zomer (weer) problemen ontstonden.

Het ministerie voorspelt dat droogte net zo goed een structureel probleem wordt als wateroverlast. De frequentie zal hoger uitpakken dan de nu geschatte eens in de vijftien jaar. De aandacht ervoor is echter op de achtergrond geraakt door de paar extreem natte jaren, erkent het ministerie in de evaluatie.

Voor zowel watertekort als overlast geldt de reeks: vasthouden, bergen en dan pas aanvoeren. Het reserveren van zoetwaterbekkens of het instellen van nieuwe hoofdroutes als de Tolhuissluisroute zijn oplossingen, maar het ministerie studeert nog op te nemen structurele maatregelen.

In de evaluatie wordt al gewaarschuwd voor de beperkingen en nadelen van beide mogelijkheden.

De volgorde over te beschermen belangen liggen landelijk vast (zie staatje) en bleken over het algemeen goed te werken. Hier en daar kunnen nadere regionale afspraken nog wel leiden tot maatwerk in specifieke gevallen.

Bij een oplopend watertekort heeft Rijkswaterstaat drie instrumenten in handen: de stuw bij Driel die het water van de IJssel afvoert naar het IJsselmeer, de Haringvlietsluizen die zout water tegenhouden en de sluizen in de Afsluitdijk die het waterpeil in het IJsselmeer hoog houden.

Een omstreden beslissing nam staatssecretaris Schultz door met de zogenoemde Tolhuissluisroute water vanuit het IJmeer in Midden-Holland door te laten. De directe kosten daarvan waren 750.000 euro. Desondanks constateert het ministerie achteraf grote onduidelijkheid over de feitelijke beslissing en bevoegdheden.

Oorzaak was vooral de dubbelrol van de staatssecretaris als �dijkgraaf van het Rijkswaterschap� en eerst verantwoordelijke voor de uitvoering van politiek en beleid. Formeel heeft de staatssecretaris geen titel om individuele beheersmaatregelen van waterschappen goed te keuren en dat is wel gebeurd.

Er zijn dan ook betere afspraken over bevoegdheden nodig bij crisismanagement in geval van droogte. Waterakkoorden en calamiteitenplannen tussen de verschillende partijen kunnen dat probleem ondervangen.

De doorbraak van de veendijken bij Wilnis zorgde voor weer een nieuw probleem. Bij nadere inspectie van de 3500 kilometer veendijk, bleken nog eens twintig zwakke plekken. Het ministerie wil wel helpen om eventuele kennisleemten op het terrein van veendijken in kaart te brengen, maar is tevreden over de huidige rol van de waterschappen daarin. Zij zijn en blijven primair verantwoordelijk.

TABELKOP:Belangenrangorde bij droogte:

1. Veiligheid en voorkomen van onomkeerbare schade

– stabiliteit van waterkeringen

– klink en zettingen (veen en hoogveen)

– natuur (gebonden aan bodemgesteldheid)

2. Volksgezondheid en kleinschalig hoogwaardig gebruik.

– drinkwatervoorziening

– energievoorziening

3. Kleinschalig hoogwaardig gebruik

– tijdelijke beregening kapitaalintensieve gewassen

– proceswater

4. Overige belangen (economische afweging, ook voor natuur):

– scheepvaart

– natuur (zolang geen onomkeerbare schade optreedt)

– industrie

– waterrecreatie

– binnenvisserij

Reageer op dit artikel