nieuws

Europese richtlijn producten

bouwbreed Premium

Het bepalen van de kwaliteit van bijvoorbeeld bouwstoffen geschiedde in het �oude� Europa nationaal. Om te voorkomen dat van deze praktijk een handelsbelemmerende werking zou uitgaan, zijn vanuit Brussel ook op dit gebied maatregelen getroffen. Een van daarvan betreft de bouwproducten en de regelgeving op dit gebied. De richtlijn dient per 1 juni 2004 definitief […]

Het bepalen van de kwaliteit van bijvoorbeeld bouwstoffen geschiedde in het �oude� Europa nationaal. Om te voorkomen dat van deze praktijk een handelsbelemmerende werking zou uitgaan, zijn vanuit Brussel ook op dit gebied maatregelen getroffen. Een van daarvan betreft de bouwproducten en de regelgeving op dit gebied. De richtlijn dient per 1 juni 2004 definitief te zijn

doorgevoerd.

Wat is het doel van de richtlijn? In richtlijn 89/106 van de Raad van 21 december 1988 (www.euronorm.net/content/search.php; de richtlijn is aangepast op 22 juli 1993 middels de richtlijn 93/68) gewijd aan bouwproducten – ook wel genoemd de Construction Product Directive, CPD – wordt in de aanhef overwogen dat de gebouwen en kunstwerken zo ontworpen en uitgevoerd dienen te zijn dat de veiligheid van personen, huisdieren en goederen niet in gevaar komen.

Veiligheid is van belang in nationale regelgeving, zo gaat de aanhef verder, maar ook gezondheid, duurzaamheid, energiebesparing, milieubescherming, economische en andere aspecten die van algemeen belang zijn.

Deze nationale regelgeving kan van invloed zijn op het handelsverkeer binnen de Gemeenschap en daarom moeten geharmoniseerde normen worden opgesteld, waardoor zoveel mogelijk fabrikanten toegang tot de markt wordt geboden en een zo groot mogelijke marktdoorzichtigheid wordt geboden. Het komt er dus op neer dat nationale manieren van bepalen van eigenschappen van bouwproducten (zoals in Nederland vervat in de NEN normen) vervangen worden door methoden die voor de hele Gemeenschap (de Europese Economische Ruimte) gelijk zijn.

Anders dan we gewend waren, zijn deze methoden gebaseerd op prestaties van de producten. De technische specificaties van de bouwproducten (een voor de bouw bestemd product dat blijvend deel uitmaakt van een bouwwerk) bevatten onder andere een definitie van het product, de technische definitie van de kenmerken die van invloed zijn op de naleving van de wezenlijke eisen door de werken en die ten minste in een lidstaat zijn voorgeschreven (de verplichte kenmerken), de methoden voor het beoordelen van het prestatieniveau etcetera.

Komt een product succesvol door de test dan krijgt het het EG merkteken (CE-markering). De CE-markering geeft aan dat de producten in overeenstemming zijn met de nationale normen waarin de geharmoniseerde normen zijn omgezet; dat zij in overeenstemming zijn met een Europese technische goedkeuring of dat zij in overeenstemming zijn met de nationale technische specificaties voor zover er geen geharmoniseerde specificatie is.

Heeft een product een CE-markering dan mag een nationale overheid niet meer dat product nog onderwerpen aan willekeurige aanvullende eisen. Er mogen dan ook geen aanvullende kenmerken of aanvullende tests verlangd worden. En ook is het in strijd met de richtlijn de technische definitie van de kenmerken waarop de CE-markering van toepassing is te wijzigen of om een op Europees niveau overeengekomen testmethode te wijzigen.

Uiteraard mogen private partijen in hun contractuele verhouding wel extra eisen stellen, maar de overheid mag dat dus niet.

Voor wie is de richtlijn praktisch nu vooral van belang? Voor de fabrikant. De richtlijn legt op hem de verantwoordelijkheid voor het aanbrengen van het merkteken op het product.

Wordt in strijd gehandeld met de regelgeving op dit punt dan is dat een delict in de zin van de Wet op de Economische Delicten en strafbaar. De controle op het naleven van de regelgeving zal plaatsvinden door de Economische Controledienst tezamen met de VROM-Inspectie.

Voor meer informatie: NEN (www.nen.nl), de Stichting Bouwkwaliteit (www.bouwkwaliteit.nl) en VROM (www.vrom.nl).

Mr.dr. M.A.B. Chao-Duivis is directeur van het Instituut voor Bouwrecht in

info@ibr.nl

Reageer op dit artikel