nieuws

Bedrijventerreinen ter discussie

bouwbreed Premium

Staatssecretaris Van Gennip van EZ heeft een actieplan �Bedrijventerreinen� gelanceerd met daarbij een lijst van vijftig terreinen die op steun van het rijk kunnen rekenen. Een goed plan dat echter alleen gaat over het beter krijgen van het product bedrijventerrein en niet over het succesvol krijgen van zo�n gebied. EZ zet in op de kwaliteit […]

Staatssecretaris Van Gennip van EZ heeft een actieplan �Bedrijventerreinen� gelanceerd met daarbij een lijst van vijftig terreinen die op steun van het rijk kunnen rekenen. Een goed plan dat echter alleen gaat over het beter krijgen van het product bedrijventerrein en niet over het succesvol krijgen van zo�n gebied.

EZ zet in op de kwaliteit van de terreinen en wil liever in een terrein goed investeren dan in negen terreinen half. Een goede zet. Een terrein is pas goed wanneer het binnen acht jaar gerealiseerd is. Met realisatie wordt neem ik aan bedoeld dat de grond uitgegeven is, dat de bedrijven die er gevestigd zijn draaien en dat er een duidelijke beheersorganisatie is.

Wat ik mis in het actieplan en de berichtgeving er omheen, is een duidelijke visie hoe bedrijventerreinen zichzelf kunnen profileren. Als de lokale overheid ergens ondersteuning kan gebruiken, dan is het de profilering van zichzelf en de terreinen binnen de gemeente. Dat is iets waar de overheid nadrukkelijk de (potentiële) ondernemers van het terrein bij moet betrekken en dat kan goed in een parkmanagementorganisatie.

Ook voor snelle realisatie is het van belang een bedrijventerrein op de juiste manier te profileren.

Hoe beter een uitgever van bedrijfsgrond erin slaagt het terrein te profileren en na te denken over de doelgroep en wat die doelgroep voor eisen stelt aan een dergelijk terrein, hoe beter ondernemers zich herkennen in een gebied en dat bevordert de snelheid van gronduitgifte.

Hoe doe je dat? Door voordat er ook maar één streep op papier staat, onderzoek te doen naar de lokale en regionale behoefte en op basis van de uitkomsten een doelgroep uit te kiezen en met deze doelgroep in gesprek te gaan. Samen komen tot een aansprekend concept dat niet alleen uit rationele argumenten, maar ook uit emotionele voordelen voor toekomstige gebruikers bestaat. Die doelgroep dient er vervolgens bij betrokken te blijven en dat proces van samen ontwikkelen moet serieus genomen worden door de ontwikkelende partijen. Vaak zie je dat wanneer een gemeente bijvoorbeeld duidelijke keuzes maakt voor wie ontwikkeld wordt, deze gemeente ook sterker naar buiten kan treden. Nadat het terrein conceptueel ontwikkeld is en de uitgifte kan beginnen, dient ook hier pro actief aan gewerkt te worden. Vaak hoor ik dat gewacht wordt tot één schaap over de dam is en dat de rest dan vanzelf volgt. Zo gaat het wellicht wanneer er in heel West-Nederland nog één kavel beschikbaar is, maar niet wanneer ondernemers kunnen kiezen. Sterker nog, ik ben van mening dat een partij die een terrein ontwikkelt, zelf zijn keuze zou moeten maken welke partijen men binnen de doelgroep op het terrein wil hebben.

Het over de streep halen van zo�n partij, zeker als het een grote speler is of één van de eersten, kan het beste met veel kracht gebeuren door bijvoorbeeld een wethouder in te zetten.

Marketingbril

Het betrekken van ondernemers binnen de doelgroep heeft nog een ander concreet voordeel. Omdat men binnen de doelgroep valt en betrokken wordt bij de ontwikkeling, is zo iemand een ambassadeur geworden van het nieuwe terrein en zal dat ook uitdragen. Wellicht overweegt men zelfs zelf om te verhuizen naar het nieuwe terrein. Is er dan succes, dan is het zaak om daar een �casestudy� van te maken en goed en veel over dit succes te communiceren.

De overheid doet er goed aan af en toe een commerciële marketingbril op te zetten. Het feit dat men een concreet product verkoopt aan commerciële partijen rechtvaardigt dat.

Adviseur Ruimtelijke Ontwikkeling, Bouw & Vastgoed Schoep & Van der Toorn Marketing en Communicatie Consultants in Amsterdam. luc.dietz@svdt.nl

Reageer op dit artikel