nieuws

Kartelvorming in de hand gewerkt door overheid

bouwbreed Premium

Met de handhaving van de huidige selectiecriteria en aanbestedingsreglementen wordt de installatiemarkt op slot gezet. Die stelling poneert Rogier Fabels, student aan de Saxion Hogeschool in Enschede, in een stuk naar aanleiding van zijn stage in het bedrijfsleven.

Overheden en semi-overheden besteden veel projecten in de publieke sector uit. In veel gevallen gebeurt dat onder het regime van Europese regelgeving. Binnen de regeling is het de opdrachtgever toegestaan om te werken met selectiecriteria met als doel er zeker van te zijn dat de aanbiedende bedrijven niet malafide zijn en in staat moeten worden geacht het project, zowel in technische als financiële zin, tot een goed einde te brengen.

Deze regels worden echter ook gebruikt om de markt te segmenteren en het aantal aanbieders te beperken. In veel gevallen worden de regels dermate specifiek gemaakt dat mogelijke aanbieders op één hand te tellen zijn.

Barrières

Het blijkt in de praktijk dat er aanzienlijke barrières zijn om te kunnen groeien als midden- en kleinbedrijf of om te anticiperen op de huidige installatiemarkt. Het aanboren van nieuwe markten is in de huidige situatie bijkans onmogelijk, in ieder geval bij aanbestedingen volgens de Europese regelgeving.

Hoewel bij een selectieprocedure de gevraagde/geëiste bewijsstukken bij aanbestedingen een proportionele, objectieve en non-discriminele inhoud moeten hebben, zijn hier vaak geschillen over. De mogelijkheid tot innovatie van kleine en middelgrote bedrijven blijft verder beperkt als er bij een aanbesteding juist gevraagd/ geëist wordt naar referenties binnen een bepaalde tak van sport.

Bij huidige selectieprocedures kan ook worden gewerkt met een puntensysteem. Bij een puntensysteem worden er punten gekoppeld aan de voor de opdrachtgever van belang zijnde criteria/eisen. In volgorde van belangrijkheid worden deze criteria/eisen dan beoordeeld. Volgens de Nederlandse jurisprudentie hoeft het gebruik van het puntensysteem ter beoordeling van criteria of subcriteria vooraf niet bekend te worden gemaakt.

Een dergelijk puntensysteem kan ernstig discriminerend werken voor kleine en middelgrote ondernemingen, immers de grote ondernemingen hebben een veelvoud aan projecten, een grotere economische en financiële draagkracht en beschikken over meer technische bekwaamheid.

Dit terwijl het beleid van de overheid er toch op gericht is om het midden- en kleinbedrijf meer kans tot inschrijving te geven. Is het huidige aanbestedingsbeleid niet in strijd met het transparantiebeginsel? Het nieuwe aanbestedingbeleid was er toch juist op gericht om innovatie van vooral het midden- en kleinbedrijf te bevorderen?

Veiling

Met de invoering van het nieuwe veilingsysteem bij de aanbesteding van overheidsopdrachten worden er nog veel meer messen geslepen om als belanghebbende ondernemer uiteindelijk zo goed mogelijk uit de bus te komen. Daarbij is de kans dat er uiteindelijk onder de kostprijs geboden wordt erg groot vanwege gunning aan de inschrijver met de laagste prijs. Bij aanbestedingen met het selectiecriterium �de laagste prijs� kan uiteindelijk bijna geen toegevoegde waarde van een opdracht overblijven, want daar waar bezuinigd wordt zal de toegevoegde waarde laag zijn.

Afgezien van de lasten voor de bij de aanbesteding betrokken partijen, leidt het stellen van veel – al dan niet door het systeem van regelgeving gedwongen – onnodig hoge eisen in de praktijk tot uitsluiting van het midden- en kleinbedrijf. De vraag dringt zich op waar de mogelijkheden zijn om (jonge) bedrijven, die nog niet kunnen bogen op veel ervaringen en aansprekende resultaten, toch bij de aanbestedingsprocedure te betrekken, dan wel niet uit te sluiten. Bestaat er voor de kleine en middelgrote ondernemingen nog wel een kans om op de huidige aanbestedingsprocedures te anticiperen?

Kartel

Het lijkt erop dat de overheid met het huidige aanbestedingsbeleid kartelvorming in de hand werkt. Gaat die overheid op tijd de bakens verzetten, of moet er eerst een crisis uitbreken, voordat de geesten rijp zijn voor verandering? Het is niet te hopen dat het misgaat, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het meestal eerst helemaal verkeerd moet lopen, voordat een structurele verandering bespreekbaar wordt.

Zou het qua kosten, anticipatie, overzicht, eerlijkheid, concurrentiebeginsel, innovatie, realiteit, redelijkheid, objectiviteit en non-discriminatie ten opzichte van het midden- en kleinbedrijf niet terecht zijn om een algemeen inschrijfsysteem toe te passen waar eenmalig wordt ingeschreven bij een centraal bureau? Zijn er wellicht ook andere mogelijkheden om de kosten en het voorwerk van kleine en middelgrote ondernemingen te drukken?

Rogier Fabels is 4e jaars student Commercieel Technische Bedrijfskunde aan de Saxion Hogeschool in Enschede. Reacties zijn meer dan welkom op zijn e-mailadres: rogierfabels@hotmail.com.

Reageer op dit artikel