nieuws

Centrumplan Amsterdam-Noord: minder groots, wel realistisch

bouwbreed Premium

amsterdam – “De overheid is geen projectontwikkelaar. We hoeven ons niet van ronkende teksten te bedienen”, zo meent stadsdeelwethouder K. Diepeveen van Amsterdam Noord. Ook zijn stadsdeel heeft in het verleden bewoners onder plannen bedolven, die nooit werkelijkheid zullen worden. Hij verlangt een grotere zorgvuldigheid. Er gaat bovendien te veel tijd heen met alle plannenmakerij.

Tien jaar al werkt Noord aan plannen voor een aantrekkelijk stadshart. De planvorming bereikte anderhalf jaar geleden zijn hoogtepunt in de presentatie van een door stedenbouwkundige Sjoerd Soeters vervaardigd groots centrumplan.

Aan de poort van de stad zou een reusachtig kantoorgebouw verrijzen; het liefst in de vorm van de letter A. Het winkelcentrum moest deels worden afgebroken en in de richting van het beginpunt van de toekomstige Noord-Zuidlijn opnieuw worden opgebouwd. En er was ruimte voor een sportpaleis, een vestiging van Ikea, nog meer kantoren en duizenden nieuwe woningen.

Die – vooral door de PvdA gedragen plannen – hebben de afgelopen tijd plaats gemaakt voor een meer realistische aanpak. Nog steeds is er plek voor meer dan drieduizend nieuwe woningen. Maar dan wel in lagere bouwblokken en met meer variatie. Het huidige stadsdeelbestuur blijft optimistisch over de haalbaarheid van de Amsterdam Dome, een door het Finse JHC Holding en een nog onbekende private partij te bouwen sport- annex poppaleis.

Grootschalige kantorenbouw is de komende jaren niet aan de orde. Mogelijk volgt een bouwpauze van acht jaar of langer. Er zal vervolgens geen sprake zijn van nieuwe kantoren in reusachtige afmetingen; al blijft een bouwhoogte van 100 meter mogelijk. Het winkelcentrum mag op de oude plek blijven staan. Een vestiging van woonwarenhuis Ikea is van de baan. En het stadsdeel gaat onder geen beding over tot bebouwing van het groene gebied aan de buitenzijde van ringweg A10.

Aan de basis van de nieuwe aanpak ligt een wijziging in de bestuurlijke verhoudingen. PvdA en D66 hebben na politieke schermutselingen vorig jaar over nieuwbouwwijk De Bongerd het pluche moeten loslaten ten gunste van een coalitie van Leefbaar Noord en GroenLinks met VVD en CDA. GroenLinks-wethouder Diepeveen kreeg daarbij de portefeuille volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu in handen. Ook coördineert hij de stadsuitbreiding in het centrum en langs de Noordelijke IJ-oever.

“De menselijke maat is terug in ons centrumplan. Minder hoog, minder groots, maar wel veel beter haalbaar. Projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties vinden de plannen aantrekkelijk. Het centrale stadsbestuur, toch degene die de plannen uiteindelijk financieel mogelijk maakt, heeft de jongste opzet van ons centrumplan van een positief oordeel voorzien”, schetst de wethouder.

Diepeveen had, zo erkent hij volmondig, ook niet de tijd een nieuw plan te maken. “De tijd dringt. In 2012 is de Noord-Zuidlijn met het beginpunt in ons centrumgebied een feit. Dan mogen we nu wel wat ondernemen.”

Er heeft zich volgens hem een belangrijke omslag voorgedaan. “Zeker tot 2002, de periode van PvdA-stadsdeelvoorzitter H. Oosterbaan, hadden we grote ambities. Dat niet alleen. Het stadsdeel dacht ook: we kunnen het wel alleen. Maar Noord is een onderdeel van Amsterdam. Het huidige college wil niet meer alleen optrekken. Afgelopen najaar is het besluit gevallen om met de centrale stad de coalitie Noordwaarts te vormen. De samenwerking met de gemeente Amsterdam verloopt steeds beter. Langs die weg kunnen we een verleden van veel geld investeren in plannen maken, maar weinig uitvoeren achter ons laten.”

Het is niet zo dat Diepeveen op zijn beurt geen mooie verlangens heeft. “Amsterdam doet er verstandig aan de scheiding die het IJ veroorzaakt ongedaan te maken. De stad moet een geheel worden. Welke stad permitteert het zich om beide delen niet met elkaar te verbinden? Het is gek dat we die brug nog niet hebben.”

Zorgvuldigheid

Maar tegelijkertijd bepleit hij veel grotere zorgvuldigheid bij de presentatie van plannen en wensen. De overheid moet zich volgens hem beter realiseren dat het niets opschiet met plannen die niet zijn waar te maken.

“We moeten onszelf de vraag stellen of we wel zorgvuldig genoeg zijn. Als we te vaak dingen aankondigen die we niet kunnen waarmaken, graven we onze eigen graf. Mensen zijn teleurgesteld als de mooie verwachtingen niet uitkomen. Burgers verliezen elke interesse in de toekomst van hun stad, want ze hebben al zoveel plannen zien langskomen.

�Gek dat we die brug nog niet hebben�

Reageer op dit artikel