nieuws

Capaciteit goederenvervoer onder de loep

bouwbreed Premium

Tussen 2010 en 2015 dreigt volgens het Ministerie van Verkeer en Waterstaat een capaciteitstekort voor het goederenvervoer op het bestaande spoor tussen de twee mainports Rotterdam en Antwerpen. Daarom wordt gestudeerd op nieuwe tracés en andere oplossingen. Naast de gebruikelijke procedures is daarvoor een interactieve overlegvorm gekozen: een klankbordgroep die anderhalf jaar intensief betrokken is bij de standpuntbepaling over het nut, de noodzaak en de ligging van een eventuele goederenspoorlijn in de corridor Rotterdam-België (RoBel). Floris Vels en Robbert Coops zijn positief over het initiatief van dit klankbordproces, maar zijn kritisch over het uiteindelijk resultaat.

In 2002 startte het ministerie van Verkeer en Waterstaat een onderzoek naar de toekomst van de goederenspoorverbinding tussen het Rotterdamse havengebied en België aangekondigd. Aanleiding daartoe vormde het bestuurlijk overleg over een nieuwe spoorverbinding tussen Roosendaal en Antwerpen, waaruit bleek dat er nog veel onduidelijkheden bestaan over de lange termijneffecten.

Op basis van de resultaten van het zogenaamde eindbeeldonderzoek beoordeelt de overheid of maatregelen voor capaciteitsuitbreiding of risico- dan wel hinderbeperking noodzakelijk zijn. In datzelfde onderzoek zijn trouwens ook diverse railinfratracés met elkaar vergeleken en is gezocht naar een gefaseerde oplossing voor de periode na 2010.

Alternatieven

Omdat nu al sprake is van geluidhinder en overschrijding van de algemeen gehanteerde normen voor de externe veiligheid in verschillende woonkernen, zijn in het eindbeeldonderzoek alternatieven onderzocht. Daarbij is – vooruitlopend op eventuele capaciteitsknelpunten – gekeken naar tussentijdse oplossingen op lokaal en regionaal niveau.

Het goede nieuws is weliswaar dat alle woonkernen voorlopig een aanvaardbaar geluid- en veiligheidsniveau kunnen krijgen door verschillende maatregelen te combineren, maar de realisatie van een nieuwe �dedicated� goederenspoorlijn tussen Rotterdam en België zal nog wel enige tijd op zich wachten. Intussen zullen ingrijpende maatregelen in Bergen op Zoom en Roosendaal in de vorm van hoge geluidsschermen en gevelisolatie nodig zijn om de komende decennia aan de vele milieueisen te kunnen voldoen. Ook zullen structurele en dus kostbare oplossingen in Zwijndrecht en Dordrecht moeten worden genomen. Daar staan woningen nog te dicht bij het spoor staan, waardoor meer mensen in de directe omgeving van het spoor wonen dan uit het oogpunt van veiligheid wenselijk en toelaatbaar is.

Min of meer parallel aan het Eindbeeldonderzoek heeft een omvangrijke groep van maatschappelijke vertegenwoordigers in de periode tussen april 2002 en oktober 2003 een eigen klankbordadvies opgesteld. Het initiatief daartoe kwam van het ministerie samen met ProRail, die dit proces ook faciliteerden.

Op basis van de nodige discussiebijeenkomsten ontstond een interactief proces, dat in het najaar van 2003 heeft geresulteerd in een advies aan de minister en Verkeer en Waterstaat. De kern van dit advies luidt dat de overlast van goederenvervoer door woonkernen, zoals geluidsoverlast, trillingen en veiligheidsrisico�s door het vervoer van gevaarlijke stoffen, zo snel mogelijk moet worden verminderd. Het advies is enigszins verdeeld, hetgeen gelet op de pluriforme samenstelling van de klankbordgroep niet verwonderlijk is. Niettemin is sprake van een “verzameling van weloverwogen visies en standpunten die op enkele punten zeer wel met elkaar in balans zijn”. Zo bestaat in het algemeen een voorkeur voor een nieuw spoortracé dat strak gebundeld met de bestaande rijksweg A29/A4 zou moeten worden aangelegd.

Uitgangspunt is wel dat een nieuwe goederenlijn inderdaad een efficiënte, sociaal-economisch verantwoorde oplossing voor de huidige en toekomstige capaciteitsproblemen vormt. En als die nieuwe spoorlijn er moet komen, dan liefst zo spoedig mogelijk om de bestaande overlast bij knelpunten als Bergen op Zoom, Roosendaal, Oudenbosch, Zevenbergen, de Drechtsteden en Kijfhoek op te lossen. Enkele deelnemers pleiten ervoor bij de aanleg van nieuwe delen van de A4 alvast rekening te houden met een toekomstige inpassing van de nieuwe railinfrastructuur. Op korte termijn is het – volgens het klankbordadvies – wel noodzakelijk snel te starten met de optimalisatie van het bestaande spoor, inclusief een tunnel onder de A16 bij Dordrecht en Zwijndrecht, omleidingen bij Bergen op Zoom, Roosendaal en Zevenbergen en een verdiepte ligging bij Oudenbosch. De klankbordgroep blijkt eenstemmig waar het gaat om de kritiek richting overheid. Er is sprake van een gevoel van wantrouwen, omdat ondanks de eerder uitgesproken intenties toch weer een grootschalige doorkruising van het (nationale) landschap, zoals de Hoekse Waard, en andere vormen van overlast dreigen. Velen voelen zich overrompeld door nieuwe plannen, argumenten en spelers. Het zicht op de toekomst is onduidelijk en de verschillende besluitvormingsprocedures zijn diffuus en niet op elkaar afgestemd. Dat maakt de besluitvorming – maar ook het inzicht daarin – duister, zeker voor niet ingewijden. Hoewel de klankbordgroep positief staat tegenover het initiatief om vooraf plannen te peilen en ideeën informeel uit te wisselen blijkt het nodige wantrouwen tegenover de initiatiefnemers bestaan.

Misschien komt dat door de vorm, misschien ook wel door het experimentele en het nieuwe van dergelijk overleg. Gaandeweg het proces werd wel duidelijk dat de verwachtingen over het resultaat niet geheel gelijk waren. Ook hadden de deelnemers het gevoel dat de informatievoorzienig richting klankbordgroep niet overeen stemde met die richting gemeentebestuurders en -ambtenaren. Positief is in ieder geval dat vrijwel alle deelnemers van de klankbordgroep graag betrokken willen blijven worden bij het verdere informatie- en besluitvormingsproces.

Het klankbordproces is immers nog lang niet afgesloten. En dat geldt zeker ook voor de besluitvorming die moet leiden tot een maatschappelijk verantwoorde capaciteitsuitbreiding van het railgoederenvervoer tussen Rotterdam en Antwerpen.

Velen voelen zich overrompeld door nieuwe plannen, argumenten en spelers

Reageer op dit artikel