nieuws

Tweede Spoedwet wegen overbodig

bouwbreed Premium

den haag – Een drastische wijziging van de Tracéwet maakt de tweede Spoedwet wegverbreding overbodig. Alleen voor nieuwe infrastructuur als de A4 Midden Delfland en Zuiderzeelijn zal nog de complete wet van toepassing zijn.

Voor andere aanpassingen is de korte procedure afdoende, waarmee een jaar tijdwinst is te behalen.

Voorwaarde voor het schrappen van de tweede spoedwet is wel dat het parlement de aanpassing van de Tracéwet op niet al te lange termijn behandelt. Dat blijkt uit de antwoorden van minister Peijs (verkeer) op de schriftelijke ronde over het onderwerp. Het kabinet heeft in december al ingestemd met de wijziging.

De belangrijkste verandering is het schrappen van de Trajectnota/mer en de bijbehorende inspraakronde met toetsingsadvies na de startnotitie. Daarmee vervallen drie van de vijftien stappen uit de huidige wetgeving. Bij een negatief standpunt wordt nog voordat een ontwerpbesluit is genomen, de hele tracéwetprocedure stopgezet.

Inspraak

In het nieuwe voorstel komt de mer-procedure pas na het ontwerp-tracébesluit. Door deze twee procedures naast elkaar tegelijk op te laten lopen is forse tijdwinst te behalen. De inspraakrondes – die altijd relatief veel tijd kosten voor zowel het tracé als de gevolgen voor het milieu – lopen in de toekomst parallel.

Met de verkorte procedure verwacht het ministerie een jaar tot anderhalf jaar tijd in de voorfase te winnen. Het is de bedoeling de huidige Tracéwet alleen nog toe te passen bij nieuwe infrastructuur op een nieuwe plek. Bijvoorbeeld bij de A4 Delft-Schiedam, de omlegging van de Zuid-Willemsvaart en de Zuiderzeelijn zal de complete procedure van toepassing zijn.

De korte variant is van toepassing bij alle wijzigingen van bestaande hoofdwegen, landelijke spoorwegen en hoofdvaarwegen. Voor hoofdwegen betreft dit niet alleen de aanleg van spitsstroken, maar ook extra �normale� stroken, geluidsschermen en aanpassing van knooppunten. Hetzelfde geldt voor vergroting van het oppervlakte van vaarwegen en spoorverbredingen.

Invoering

Minister Peijs geeft de voorkeur aan snelle invoering van de verkorte Tracéwet boven de Tweede spoedwet wegverbreding. Met de verkorte variant wordt naar haar mening al zoveel tijd bespaard dat een aparte spoedwet geen meerwaarde heeft.

Het kabinet probeert gelijk met de procedure ook duidelijk te formuleren om hoeveel geld het gaat. Bij de eerste plannen mogen de werkelijke kosten nog maximaal 50 procent afwijken per variant. De kostenramingen van de ontwerpbesluit kennen een bandbreedte van 25 procent. Ten tijde van het Tracébesluit mag dat nog maximaal 15 procent zijn.

Reageer op dit artikel