nieuws

Prisoners dilemma van bouwbedrijven

bouwbreed Premium

AANHEF_SUB:analyse

De bouw, zo werd na de publicatie van het rapport van de enquêtecommissie bouwnijverheid geroepen, wil zo snel mogelijk af van de nasleep. “Beul maak het kort”, vatte AVBB-voorzitter Elco Brinkman het krachtig samen.

Voor de buitenwacht leek het er echter veel op dat de bouw het adagium wel met de mond beleed, maar de praktijk een heel andere indruk gaf. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) deelt immers niet voor niets boetes uit wegens obstructie van de onderzoeken.

Ook blijft dankzij de enquêtecommissie, het Centraal Planbureau en vooral de publiciteit het beeld bestaan dat de bouw bestaat uit laaienlichters die opdrachtgevers voor 8 tot 10 procent hebben getild. De commissie zelf was overigens de eerste die toegaf dat de cijfers dun waren en dus geen reflectie van de werkelijkheid behoefden te zijn.

Nu met de hernieuwde oplaaiing van de hype naar aanleiding van de boekhouding van Boele & Van Eesteren, wordt de vraag niet eens meer gesteld of het hier gaat om echt geld, of dat het net als in de gww-sector een marktverdelingssystematiek was. De indruk wordt in ieder geval gewekt dat het om geld gaat. Het grote probleem voor de bouw is dat als je de schijn eenmaal tegen hebt en je bovendien ook nog vanuit een defensieve positie opereert, je kunt roepen wat je wilt, maar toch nooit begrip oogst, laat staan gelijk krijgt. Voordat dit besef doordringt stroomt er heel wat water door de Rijn.

Onzekerheid

Nog belangrijker is dat in menig directiekamer de onzekerheid nog overheerst. Behalve de enquête van de Tweede Kamer, hijgen NMa en Openbaar Ministerie de bouw in de nek. Met de NMa-boetes valt nog te leven. Als dat het enige zou zijn, dan had de bouw wellicht morrend maar wel snel betaald.

Niemand weet echter waar het OM nog mee komt. Weliswaar gaat dat om een beperkt aantal bouwers, maar die hebben ook al de NMa gehad. De NMa betalen zou schuld bekennen kunnen betekenen.

Daarnaast spelen ook nog eventuele civiele claims van opdrachtgevers die menen teveel te hebben betaald. Dat is heel moeilijk te bewijzen. Wat is immers de marktprijs. Niets anders dan wat een opdrachtgever bereid is te betalen. Het is in ieder geval niet een optelsom van kosten plus een vastgesteld winstpercentage.

Snel betalen in strafrechtelijke zaken, zou het aannemelijk maken van benadeling door de opdrachtgevers, behoorlijk ondersteunen. Daar ligt dus het prisoner�s dilemma voor die bouwers die best bereid zijn om snel van alle zaken af te komen.

En toch, zo begint een enkele aannemer in te zien, zit er nu niets anders op dan volledig met de billen bloot te gaan. Dat doet pijn, maar het is de enige mogelijkheid om zo snel mogelijk van alle zaken af te komen.

Reageer op dit artikel