nieuws

Catshuis

bouwbreed Premium

Restauraties van monumenten zijn net als historische kostuumfilms, je ziet altijd uit welke tijd ze stammen. Een film over de Tweede Wereldoorlog uit de jaren zeventig ziet er totaal anders uit dan een film over dezelfde periode uit de jaren negentig. Haar, make-up, snit van de kleding, zelfs de motoriek is vaak dateerbaar. Zo is […]

Restauraties van monumenten zijn net als historische kostuumfilms, je ziet altijd uit welke tijd ze stammen. Een film over de Tweede Wereldoorlog uit de jaren zeventig ziet er totaal anders uit dan een film over dezelfde periode uit de jaren negentig. Haar, make-up, snit van de kleding,

zelfs de motoriek is vaak dateerbaar.

Zo is het ook met restauraties van monumenten. Wie zich wil onderdompelen in de sfeer van de jaren zeventig, kan zijn lol op in alle monumenten die in de Verenigde Staten zijn opgeknapt ter gelegenheid van de

Bicentennial, de tweehonderdste verjaardag van de Amerikaanse onafhankelijkheid (1776).

Tapijten in deze monumenten zijn opvallend vaak beige of avocadogroen. Met hoeveel historische precisie ook is gewerkt, de jaren zeventig gloren er toch een beetje doorheen.

Dat een restauratie hoe dan ook altijd een weerspiegeling is van de tijdsgebonden opvattingen, wordt vaak genegeerd, ook in de recente kwestie over de verbouwing door de Rijksgebouwendienst van het Catshuis in Den Haag, dat in de ogen van degenen die recht in de monumentenleer zijn teveel getuigt van vernieuwing en te weinig van behoud.

De Rijksdienst voor de Monumentenzorg heeft publiekelijk laten blijken niet te spreken te zijn over de restauratie van het Catshuis. De gemeente Den Haag op wiens grondgebied de restauratie heeft plaatsgevonden en de Rijksgebouwendienst die verantwoordelijk is voor ontwerp en uitvoering krijgen volgens de krantenberichten de schuld.

Afgaande op de berichtgeving is het de vraag of Catshuis nog wel het monumentale Catshuis is nu bij de verbouwing drie schouwen, enkele plafonds, alle raamluiken, plus het portret van Jacob Cats zijn verwijderd. Dat laatste doet het goed in de verontwaardiging die is ontstaan: �Zelfs het portret van Cats is verwijderd!� Dat is waar, maar niet de hele waarheid. Er hingen ooit twee portretten van Cats in het Catshuis, en nu dus nog altijd een, maar �Eén van de twee portretten van Cats uit het Catshuis gehaald� levert geen pakkende krantenkop op.

Zo heeft wel meer de krant (nog) niet gehaald in deze kwestie. Dat een van die drie weggehaalde schouwen inderdaad een achttiende-eeuws pronkstuk is (de twee andere zijn van latere datum) maar oorspronkelijk helemaal niet in het Catshuis zat.

Pas in de jaren zestig van de vorige eeuw is deze schouw uit de depots van het Rijksmuseum tevoorschijn gehaald, een beetje ingekort omdat-ie anders niet paste en in het Catshuis geplaatst.

Ook de kozijnen en luiken die zijn verwijderd, kunnen nauwelijks authentiek worden genoemd. Die luiken zaten er in elk geval oorspronkelijk niet en de kruiskozijnen die nu vervangen zijn door stalen kozijnen met veiligheidsglas (hier resideert immers wel de minister-president van onze natie) stammen uit de jaren twintig van de twintigste eeuw, en zijn achteraf gezien vooral veelzeggend voor de toenmalige interpretatie van achttiende-eeuwse ramen, en volgens de huidige opvattingen beslist geen toonbeelden van historische accuratesse. Kern van het meningsverschil lijkt dat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg het standpunt hanteert dat het Catshuis voordat het werd verbouwd in zijn volle glorie van monumentale waarde was. Dat is op zijn minst aanvechtbaar, er zoveel stennis over moet maken. De verontwaardiging van de Rijksdienst uit Zeist over wat is verwijderd, lijkt mij op zijn minst selectief.

Er schuilt bovendien iets dubbelzinnigs in de kennelijke veronderstelling dat alles wat vroeger aan het Catshuis is vertimmerd (inclusief de veertig jaar geleden toegevoegde schouw uit de depots van het Rijksmuseum) een verrijking is en dat alle veranderingen die nu zijn doorgevoerd aantastingen en verslechteringen zouden zijn. Deze veronderstelling tekent een heilig ontzag voor alles wat er is, ooit is geweest, of desnoods geweest had kunnen zijn. Dat ontzag voor de geschiedenis werkt niet alleen verstikkend, het weerspiegelt ook een groot wantrouwen van alles wat riekt naar hedendaagse architectuur. Terwijl het volgens mij een monument levend kan houden als er op een betekenisvolle wijze iets aan toe te voegen of vanaf te halen.

Ik heb het vernieuwde Catshuis, dat immers niet publiek toegankelijk is, alleen op televisie en in de kranten kunnen zien, maar ik kreeg toch sterk de indruk dat dit laatste behoorlijk aardig is gelukt.

Reageer op dit artikel