nieuws

Beleid verwijdering asbest steeds milder

bouwbreed Premium

nieuwegein – Asbestverwijderingsbeleid is een kwestie van kiezen. VROM koos voor een zero tolerance-beleid, maar inmiddels is de interventiegrens bij bodemverontreiniging reeds gestegen naar 100 milligram per kilogram. Het beleid schuift op naar een no nonsense aanpak, waarbij de uitgaven meer aansluiten bij de werkelijke risicos.

Die tendens tekende zich af op een studiedag van de Stichting Asbest Advies Centrum (AAC) en het Congres- en Studiecentrum van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in De Blokhoeve te Nieuwegein. De studiedag droeg de titel �Leven met asbest�.

T. de Bruin, voorzitter van het Comite� Asbestslachtoffers, benadrukte nogmaals dat mensen overlijden door asbest. Ze noemde het voorbeeld van een 29-jarige jongeman die als krantenbezorger dagelijks over een met asbest verhard pad had gefietst.

De nuchterheid van de bijeenkomst werd daardoor niet gebroken. Volgens J. Tempelman van TNO-MEP uit Apeldoorn ging het bij de krantenbezorger om een hoge concentratie van een gevaarlijk soort asbest, niet om de voorbeelden waar hij over sprak.

Tempelman waarschuwde voor te veel emotie. Dat leidt tot hoge kosten en soms tot het weghalen van materiaal dat onder de microscoop helemaal geen asbest blijkt te zijn.

Overheidsbemoeienis

De verschuiving naar een �no nonsense� aanpak gaat parallel aan de overdracht van de overheidsbemoeienis van VROM naar Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Alleen de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever (de eigenaar van gebouw of bodem) en het inzamelen van particulieren (maximaal 35 vierkante meter per keer, maar een veelvoud kan ook) blijft bij VROM.

Het ministerie van SZW gaat het systeem versterken, stelde beleidsmedewerker drs. M. de Koning Gans. “De kennis op de werkvloer wordt vergroot, vooral onder het management, en er komt een nieuw certificaat voor de uitvoerende saneerder.”

Een week geleden is dat met de branche besproken. Intussen is ook de norm voor het objectief beoordelen van risico�s van asbest (NEN 2991) bijna gereed, meldde Tempelman.

Dr. ir. Ch. F. Hendriks, hoogleraar Civieltechnische Materiaalkunde en Duurzaam Bouwen aan de TU Delft, wees op de invloed van de verscheidene belangen die bij asbestverwijdering spelen. “Ik pleit voor een praktisch beleid. Wat willen we bijvoorbeeld uit de woning verwijderen om de gezondheid te verbeteren? VROM eiste een absoluut ontbreken van asbest, maar het spul zit overal. Hoeveel denkt u dat u inademt als u door een tunnel rijdt? Bij sommige stortplaatsen is de concentratie in de lucht groter dan in het gebouw, waar de asbest vandaan kwam. Een nul-concentratie is niet haalbaar, ook niet met heel hoge kosten.” Hendriks noemde de mogelijkheid om het materiaal niet te storten, maar te verwerken tot een onschadelijke stof. Daar is wel veel energie voor nodig, of een toevoeging van andere materialen, maar de eerste fabriek voor �opwerking� van asbest draait reeds, in Duitsland.

Vereenvoudiging

Volgens Hendriks zouden de gemeenten moeten meewerken aan vereenvoudiging van de regelgeving, zich richten op de hoognodige saneringen, zich verdiepen in de problemen van andere spelers en niet willen regelen wat geen effect heeft. Dan zou de fraude in de asbestverwijderingsbranche verminderen.

Volgens Tempelman komt fraude echter weinig voor. “Sommige bedrijven gaan tot het randje. Ze halen meer weg dan strikt noodzakelijk is. Het is ook moeilijk vast te stellen of alles wat ze verwijderen ook echt asbest is.”

Dat zal lastiger worden, als de interventienorm verder wordt verruimd naar 1000 milligram per kilogram, zoals wordt verwacht in navolging van het Europese beleid.

Reageer op dit artikel