nieuws

Meldpunt versnelt bouwprojecten

bouwbreed

zaandijk – Het ontwikkelen van kleinere woningbouwprojecten kan veel sneller. Het Zaans Bouwmeldpunt wil daar op lokaal niveau actief een steentje aan bijdragen.

De eerste meldingen via de website zijn binnen, meldt ir. J. Goedhart. De voorzitter van de Adviesgroep die achter het Bouwmeldpunt schuilt, is zichtbaar tevreden.

Het Zaans Meldpunt, waarin naast de gemeente Zaanstad, architecten, aannemers, ontwikkelaars, makelaars en woningcorporaties uit de Zaanstreek zijn vertegenwoordigd, werd vorige maand door VROM-minister Dekker in gebruik gesteld.

Via een website (www.bouwmeldpunt.nl) kunnen projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers knelpunten melden bij woningbouwprojecten in de Zaanstreek. “Op deze manier willen we de ontwikkeling van kleine woningbouwprojecten versnellen. Ons uiteindelijke doel is het realiseren van meer woningen in een korter tijdsbestek. Met het meldpunt willen we de woningbouwontwikkeling op lokaal niveau een extra zetje geven”, aldus Goedhart, algemeen directeur van FKG Architecten aan de Zaan in Zaandijk.

Volgens Goedhart is het de hoogste tijd voor actie. “Als de Vinex-locatie Saendelft in 2006 klaar is, zijn de uitbreidingsgebieden in de Zaanstreek op en moeten we binnenstedelijk aan de slag.”

Het meldpunt moet vooral zijn waarde bewijzen bij inbreidingsprojecten. “Vanaf het eerste initiatief tot en met de oplevering van de eerste woning vergt nu gemiddeld zo�n vijf jaar. De kans is daardoor groot dat vraag en aanbod uiteindelijk niet op elkaar aansluiten. Dat ontwikkelingstraject moet dus veel sneller.”

De tijdsduur zou zeker kunnen worden gehalveerd is zijn stellige overtuiging. “Zeker bij het herstructureringsproject Inverdan, dat voorziet in de vernieuwing van Zaandam-Centrum en volgend jaar in ontwikkeling komt, zou dat zijn vruchten afwerpen.”

Te veel tijd gaat volgens Goedhart doorgaans verloren met langdurige procedures in het kader van de ruimtelijke ordening. “In de Zaanstreek heb je te maken met ingewikkelde grondposities. Wonen en werken vinden hier dicht naast elkaar plaats.” Goedhart pleit dan ook voor aanpassing van de huidige wetgeving: vereenvoudiging van bouw- en milieutechnische procedures, duidelijke uitgangspunten en het beperken van gestelde termijnen. “Ontwikkelaars en gemeenten zouden op lokaal niveau meer convenanten moeten sluiten. Als iedereen zich aan zijn afspraken houdt, kan op een vooraf bepaalde datum een bouwvergunning worden afgegeven.”

Stroomlijnen

Door het stroomlijnen van het ontwikkelingstraject kan veel tijd worden bespaard. “Zaken als het formuleren van stedenbouwkundige uitgangspunten, het inventariseren van de ondergrondse infrastructuur en milieutechnisch onderzoek zouden veel meer gelijktijdig kunnen plaatsvinden.” Hij noemt een stationslocatie in Zaanstad, waar vijftig woningen zijn gepland. “Nu al kun je constateren dat de planning niet wordt gehaald. Het formuleren van de stedenbouwkundige en volkshuisvestingstechnische uitgangspunten, het maken van een bouwplan en het selecteren van een ontwikkelaar zou veel sneller in gang moeten worden gezet.” Zijn inschatting is dat een efficiëntere aanpak bij een gemiddelde inbreidingslocatie een tijdsbesparing van 20 tot 30 procent kan opleveren.

Goedhart hoopt jaarlijks op veertig tot vijftig meldingen, variërend van een ontwikkelende partij die een stuk grond heeft gekocht en advies wil over het uit te stippelen traject tot het signaleren van knelpunten. De adviesgroep wil daarbij vooral “prikkelend” opereren. “Er worden bijvoorbeeld nu aan de Zaan industriegronden aangekocht voor woningbouwontwikkeling, waarbij enorme risico�s worden genomen.”

Over twee jaar moet blijken of het bouwmeldpunt �werkt�. Goedhart: “Wat moet worden erkend, is dat het achterlopen van de woningbouwproductie een algemeen probleem is. Gemeenten zouden zich meer kunnen inspannen voor kansrijke projecten. Op hun beurt zouden ontwikkelaars initiatieven zorgvuldiger moeten inzetten, duidelijke afspraken moeten maken en op tijd melden wanneer plannen niet doorgaan.”

�De adviesgroep wil prikkelend opereren�

Reageer op dit artikel