nieuws

Requiem voor een handhaver

bouwbreed

Requiem voor een handhaver

Over het ministerschap van Henk Kamp op VROM is al bij het einde van Balkenende I genoeg gezegd door Jaap Modder, in zijn afscheidscolumn voor deze krant (Cobouw, 30 januari 2003). Dat staat nog steeds. Tegelijk zijn de tijden alweer veranderd en maakt de PvdA nu geen deel uit van Balkenende II. Vandaar een up­date.

Balkenende I had het mooi op een rijtje: Remkes naar BiZa, alwaar hij de bestuurlijke component van VROM vorm zou geven, en Kamp op VROM als handhaver van het uitgebreide pakket regelgeving dat VROM omzoomd. Daarom zal het een zware teleurstelling geweest zijn toen de Kamer de vijfde nota Ruimtelijke ordening controversieel verklaarde, en Kamp noodgedwongen niet aan scoren toekwam. Maar eigenlijk was het leed al eerder geschied, toen Balkenende I demissionair werd. Bovendien was gedurende de langste tijd van Kamps ministerschap de Kamer op reces en dan kan je wel roepen maar niemand reageert.

Daarmee blijft het beeld hangen van Kamp als de aanvoerder van het rondreizend aanjaagteam dat met losse flodders op boterzachte afspraken schiet in de illusie dat afspraken over stedelijke vernieuwing afdwingbaar zijn.

Ook de bouwfraude heeft Kamp geen succes gebracht. Handhaver Kamp zat zichzelf hier in de weg, al moet gezegd worden dat de commissie bouwfraude het hem niet gemakkelijk heeft gemaakt door met een weinig samenhangend pakket aanbevelingen te komen. Overigens is hij goed overeind gebleven in zijn verzet tegen het aanwijzen van een bouwminister. Alles bij elkaar heeft de demissionaire periode te lang geduurd voor een succesvolle afronding van de enquête, al treft dat niet Kamp maar vooral het hele kabinet.

Van alle problemen waar Sybilla Dekker mee geconfronteerd gaat worden lijkt me die van de marktwerking op de portefeuille het grootst. Hoe kan gebruik gemaakt worden van marktwerking als ordenend principe. Aan het MDW­dossier dat Jorritsma aan het eind van Paars II achterliet zal ze in elk geval weinig steun kunnen ontlenen. De inzet van liberalisering als ordenend principe in de wereld van het bouwen en wonen moet namelijk niet te vroeg komen. Wat betreft de herstructurering lijkt Balkenende II wel haar keuze te hebben bepaald: de verantwoordelijkheid komt te liggen bij gemeenten en corporaties, terwijl de inzet van rijksmiddelen wordt verminderd. Meer in het algemeen doet Dekker er verstandig aan niet te zwaar in te zetten op het instrument management bij speech, omdat dit zowel onder Remkes als onder Kamp in feite geen effect heeft gesorteerd. Datzelfde geldt voor het overbelichten van het instrument handhaven, omdat het uiteindelijk niet blijkt te gaan om handhaving, maar om de achtergrond van het ontstaan van de desbetreffende regelgeving. En daar ligt gelijk het politieke aspect van deregulering.

Verder is er nog steeds het probleem rond de woningbouwproductie. Het lijkt me dat ze moet beginnen met het wegnemen van de indruk dat VROM daar veel invloed op heeft. Eerder lijkt die productie in verband gebracht te moeten worden met economisch herstel. In het verlengde daarvan lijkt Greenspan meer invloed op de woningbouwproductie in Nederland te hebben dan de minister van VROM. Voor de bouwfraude kan Dekker het best de kaart spelen van het instellen van een breed beraad met een brede doelstelling, om snel te rapporteren over alle zaken die van belang zijn voor herstel van gezond vertrouwen op basis van een werkelijk beleefd respect. Of zo iets.

Onderwijl verdient Kamp alle credits op defensie, al was het omdat het ‘Je maintendrai’ hem op het lijf is geschreven. Bovendien kan hij daar alsnog bijdragen aan het bouwen en wonen, door vrijkomende kazerne­locaties beschikbaar te stellen voor woningbouw.

Arie de Klerk Publicist over bouwen en wonen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels