nieuws

PSIB is noodzakelijk voor modernisering bouwsector

bouwbreed

De vrij traditioneel en gefragmenteerd georganiseerde bouw verkeert anno 2003 in een crisis. Volgens J.G.A. Coppes is een van de redenen dat het bouwproces te veel gericht is op optimalisatie van onderdelen in plaats van op de totale levenscyclus van een project. In vergelijking met andere sectoren is de bouw te weinig klantgericht. Het onderzoeksprograma PSIB (proces­ en systeeminnovatie bouw) waaraan ook op de gisteren gehouden CUR­dag de nodige aandacht is geschonken biedt soelaas.

De bouw kent een vrij eenzijdige oriëntatie op laagste prijs. Dat staat vernieuwing in de weg. En door de lage rendementen in de sector is er weinig ruimte voor innovatie. Er kan voor dezelfde investering (belastinggeld) meer waarde worden gecreëerd voor gebruiker en maatschappij. De bouw (B&U en GWW) is een belangrijke bedrijfstak. De sector draagt voor 11procent bij in het BNP en zorgt voor bijna 10 procent van de werkgelegenheid in Nederland. De bouw draagt in ruime mate bij aan de economische structuurversterking van Nederland door vraagstukken van ruimte, mobiliteit en milieu op te lossen. Nationaal en internationaal zijn op deze gebieden indrukwekkende prestaties geleverd.

Stagnatie

De bouwsector lijkt in de stagnatiefase te zitten (figuur 1). Hoe hier weer uit te komen en weer in een groei en ontwikkelingsfase te komen? Het antwoord hierop is simpel: proces­ en systeeminnovatie, gedreven door een cultuurverandering. Samenwerking in een sfeer van vertrouwen, evenwichtige en transparante regelgeving, eerlijke en duidelijke vraagstelling, en een beter begrip van de belangen van alle stakeholders kan het bouwproces verbeteren. Het gaat hierbij uitdrukkelijk om innovatie van processen en systemen, en niet om productvernieuwing. In het verleden is al veel geschreven over hoe vernieuwing in de bouwsector tot stand zou moeten komen. Om dit nu daadwerkelijk een stap verder te brengen is het initiatief genomen voor een nationaal impulsprogramma: ‘Proces­ en Systeeminnovatie in de Bouwsector ­ PSIB’. De commissie Robers is verantwoordelijkheid voor invulling en de opzet van het programma. Bij de bestuurlijke invulling zullen belangrijke stakeholders van de bouwsector vertegenwoordigd worden: opdrachtgevers, aannemers, ingenieursbureaus, toeleveranciers en kennisinstituten. Het PSIB­programma wil door middel van een programmatische aanpak samenhang en focus aanbrengen in alle verbeteringsinitiatieven. Samenhang en focus betekenen ook keuzes maken en bijsturen. De sturing van het programma is in handen van de sector zelf (opdrachtgevers en opdrachtnemers in de bouw). Het gaat in het PSIB­programma vooral om het delen van kennis en inzicht die opdrachtgevers en opdrachtnemers beide nodig hebben om hun eigen rol in het bouwproces verder te professionaliseren. Belangrijke uitgangspunten voor het PSIB­programma zijn het in het 2000 verschenen rapport ‘Bouwen op kennis’ van de AWT, de arTB­aanbevelingen met betrekking tot bouwproces innovatie en het eindrapport van de Parlementaire Enquêtecommissie Bouwnijverheid. Alle stakeholders dragen financieel bij aan het PSIB­programma. Bovendien is in het kader van de Bsik­regeling (Besluit subsidie investering kennisinfrastructuur) een financiële bijdrage gevraagd voor het lange termijn onderzoek en de versterking van de kennisinfrastructuur. Het onderzoeksprogramma, dat ook internationaal georiënteerd is, beslaat voorlopig een periode van vier jaar en heeft een budget van 30 miljoen euro. Ervaringen in andere landen, zoals de initiatieven tot vernieuwing van de bouwsector in Engeland (‘Rethinking Construction’), de Scandinavische landen (bijvoorbeeld ‘Competitive Building’), Australië (‘Building for growth’) en de Verenigde Staten kunnen de bouwsector veel leren. Dat zelfde geldt overigens voor ervaringen in andere bedrijfstakken, zoals de auto­, voedingsmiddelen­, en petrochemische industrie.

Professionaliseren

De kern van het PSIB programma bestaat uit drie delen: een andere marktwerking die in de bouw nodig is, een andere interactie tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers en van fixatie op een laagste prijs criterium naar selectie op waarde. De vraagzijde zal zich verder moeten professionaliseren ten aanzien van de vraagstelling, om daardoor de marktwerking optimaal te benuttten en de markt ruimte te verschaffen voor waardecreatie. De aanbodzijde zal zich verder moeten professionaliseren in de richting van klantoriëntatie, onder andere door het opheffen van de fragmentatie in de keten (ketenintegratie en clustervorming). Dit vraagt om innovatie van het procesmanagement en procesmodellering, en ondersteuning door ICT­tools. PSIB wil de ontwikkelde kennis en kunde verankeren in de bestaande kennisinfrastructuur. Kennisimplementatie naar de bouwpraktijk en het initiëren van leerprojecten, leren van de praktijk en het geleerde toepassen, zijn daarom essentiële onderdelen van het PSIB programma. Binnen PSIB zijn dan ook de volgende clusters onderscheiden: 1. Vraagprofessionalisering en marktwerking; 2. Ketenintegratie; 3. Procesmanagement; 4. Institutioneel kader; 5. Cultuur­ en gedragsverandering; 6. Instrumentarium; 7. Kennisverzameling en ­overdracht en 8. Experimenteer omgevingen. Naast gerichte oplossingen (1 t/m 3) is het ook van belang de voorwaarden (4 en 5) en de technische hulpmiddelen (6) te verbeteren. De samenhang tussen de onderzoeksonderwerpen is in figuur 2 weergegeven. Overigens zijn er op bepaalde gebieden grote verschillen tussen de B&U en de GWW. Dit wordt meegenomen in de verschillende onderzoeksprogramma’s. Naast de behoefte van de sector aan korte termijn resultaten wordt in het PSIB­programma ook aandacht besteed aan ontwikkeling van fundamentele kennis die nodig is om het veranderingsproces in de bouw richting te geven. Dat is ook de essentie van het PSIB­onderzoeksprogramma. Het wetenschappelijke paradigma van PSIB is de noodzaak om tot een fundamenteel ander bouwconcept te komen. In feite is het een transitievraagstuk. De elementen van de gewenste veranderingen zijn weergegeven in tabel 1.

Porter

Er is dus een verandering nodig van een gefragmenteerde en productgeoriënteerde sector, gericht op kostenminimalisatie naar een meer dienstengerichte sector met een levenscyclusoriëntatie op de gebouwde omgeving, met een grotere klantgerichtheid en een lange termijn betrokkenheid van producenten en eindgebruikers en met meer aandacht voor de prijs­kwaliteit verhouding. Om dit te bereiken moet er op een aantal verschillende fronten tegelijk gewerkt worden aan verandering. Verbetering van de kwaliteit van het leven is een van de belangrijkste vraagstukken in het postindustriële tijdperk van de eenentwintigste eeuw. Het is met name de kwaliteit van de gebouwde omgeving die de kwaliteit van het leven bepaalt. Daar draagt de bouwsector in sterke mate aan bij. Door proces­ en systeeminnovatie zal de klant meer toegevoegde waarde krijgen en de bouwsector tegelijkertijd een hoger rendement. Deze elementen bepalen het maatschappelijke belang en hebben een positieve invloed op de kwaliteit van het leven. Dit stimuleert weer de innovatie en vergroot het imago en betrouwbaarheid van de sector, waardoor er een positieve spiraalwerking uitgaat van de innovatie (Figuur 3). Dit wordt ook bevestigd door de Amerikaanse econoom Porter, die duidelijk stelt dat de Nederlandse economie meer gebaat is bij innovatie dan bij verdere kostenreductie. Dit geldt ook zeker voor de bouwsector. Het PSIB onderzoek is gericht op vernieuwing van het proces van vraag, van aanbod en van transactie in de bouw. De acht clusters richten hun onderzoek op deze drie processen, ieder vanuit hun eigen invalshoek. Op grond van internationale ervaringen zijn belangrijke verbeteringsdoelstellingen geformuleerd. Klanttevredenheid, productiviteit, rendement en betrouwbaarheid kunnen substantieel verbeteren, terwijl het mogelijk is de transactiekosten en risico’s behoorlijk te beperken (Figuur 4). Een recent TNO rapport spreekt zelfs over efficiencyverliezen in de bouw van 20 procent. Andere schattingen liggen in de orde van 10 procent. Dit is nog steeds aanzienlijk. Door een verbeterd bouwproces moeten op een totale jaarlijkse bouwproductie van 45 miljard euro besparingen van minimaal 4,5 miljard euro bereikt kunnen worden. De kabinetsbrief van 5 december 2001 over de bouwaffaire maakt al melding van de rol die PSIB moet gaan spelen bij de transitie van het bouwproces, die moet leiden tot een beter systeem van aanbesteden. Tenslotte wordt het maatschappelijk belang van innovatie in de bouwsector nog eens onderstreept doordat het voorgestelde PSIB­onderzoek een duidelijke relatie heeft met 10 van de 22 aanbevelingen van de Parlementaire Enquêtecommissie Bouwnijverheid.

Urgentieprogramma

Het PSIB onderzoeksprogramma is gericht op een fundamentele verandering van het concept van bouwen in Nederland. Echter, er is ook een aantal vraagstukken dat eerder vandaag dan morgen om een oplossing vraagt. Vooruitlopend op definitieve financieringstoezeggingen is daarom voor dit jaar 2003 een urgentieprogramma opgesteld. Belangrijke aandachtspunten van dit programma zijn: vergelijking van de hervormingen van de bouwsector in andere landen en in andere bedrijfstakken; de ontwikkeling van een integraal afwegingskader voor de verschillende bouwcontractvormen; de gewenste ketenintegratie in de bouw; integraal procesmanagement over de levenscyclus; betere toepassing van aanbestedingsregelgeving binnen de EU­richtlijnen; alternatieven voor conflictoplossing in de bouw en integriteit bij samenwerking in de sector. Verder zal er een start gemaakt worden met het introduceren van het PSIB­gedachtegoed in het WO en HBO onderwijs en ligt het in de bedoeling in het najaar “best practices” te onderzoeken door proefprojecten op te starten. De sturing van het programma is in handen van de sector (opdrachtgevers en opdrachtnemers in de bouw). De uitvoering van het onderzoek geschiedt in nauwe samenwerking met de universiteiten van Delft, Twente, Tilburg en Rotterdam en kennisinstellingen als TNO, met intensieve participatie van de spelers in de bouwketen zoals: (publieke en private) opdrachtgevers, aannemers, toeleveranciers en ingenieursbureaus.

Ir. J.G.A. Coppes Witteveen+Bos in Deventer

Dit artikel is geschreven met het doel te informeren over het sectorbrede initiatief voor proces­ en systeeminnovatie in de bouw. Speciale dank is verschuldigd aan het PSIB­projectteam, in het bijzonder ir. J.C.B. Robers (ProRail), ing. R.J. Termaat (CUR) en prof.dr.ir. H.A.J. de Ridder (TU Delft).

Referenties Adviesraad Technologie Bouwnijverheid (2002). Quick scan bouwprocesinnovatie. Den Haag. Adviesraad voor het Wetenschaps­ en Technologiebeleid (1998). Bouwen op kennis; rapportage verkenningscommissie bouw. Den Haag. Commissie Robers (2003). Process and system innovation in the Dutch construction industry; project plan for a research and development programme. Gouda. Enquêtecommissie Bouwnijverheid (2002). Eindrapport Parlementaire Enquêtecommissie. Den Haag.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels