nieuws

Aannemer zal waarschuwen

bouwbreed

Aannemer zal waarschuwen

Paragraaf 6.14 van de UAV bepaalt – vrij vertaald – dat een aannemer een waarschuwingsplicht heeft voor klaarblijkelijke fouten in de constructies, orders en aanwijzingen die vanwege de opdrachtgever worden verstrekt. Ook de burgerlijke rechter gaat ervan uit dat op de aannemer de verplichting rust om de opdrachtgever tijdig te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht die hij kende of behoorde te kennen. Vanzelfsprekend geldt deze waarschuwingsplicht van de aannemer voor het overeengekomen werk. Uit een recent gepubliceerde uitspraak van het Hof Arnhem d.d. 31 oktober 2000 (Bouwrecht maart 2003, nr. 57) blijkt echter dat een aannemer ook een waarschuwingsplicht kan hebben voor werk dat níet aan hem is opgedragen. De casus was als volgt. Burgers wilde zijn kalverenschuur laten verbouwen tot een varkensschuur. Daartoe diende de grond onder de vloer te worden afgegraven om een gierkelder aan te leggen. Vervolgens diende een nieuwe vloer te worden gelegd en dienden nieuwe binnenmuren te worden opgebouwd. Aanvankelijk wilde Burgers het gehele werk aan aannemer Wezendonk opdragen. Wezendonk beschikte echter niet over het benodigde materiaal om de grond af te graven, zodat de afgravingswerkzaamheden werden opgedragen aan een nevenaannemer. Wezendonk zou slechts zorgdragen voor het leggen van de nieuwe vloer en het opbouwen van de binnenmuren. Wel diende Wezendonk aan te geven tot welke diepte de grond diende te worden afgegraven. Voorts is tussen Burgers en Wezendonk gesproken over de wijze waarop de grond zou worden afgegraven.

Instortingsschade

Tijdens het afgraven van de grond door de nevenaannemer (en Burgers zelf), is Wezendonk nog eens komen kijken en heeft hij aanwijzingen gegeven over de diepte van de afgraving. Kort nadien is ernstige instortingsschade aan de schuur ontstaan. De nevenaannemer had het zand onder de vloer afgegraven tot aan de fundering en recht langs de fundering over het gehele oppervlak van de vloer ineens. Als gevolg daarvan werd de druk van de fundering niet meer goed opgevangen en zijn twee muren van de schuur ingezakt. Vervolgens heeft Burgers Wezendonk aansprakelijk gesteld voor de geleden schade als gevolg van de onjuiste wijze van afgraven. In de procedure heeft een deskundige vastgesteld dat de gevolgde werkwijze in bouwkundig opzicht onverantwoord was. Het Hof overweegt vervolgens dat Wezendonk ook aansprakelijk kan zijn voor de schade die is veroorzaakt door de onverantwoorde uitvoering van niet aan hem opgedragen werkzaamheden. Het feit dat van een normaal deskundige aannemer verwacht mag worden dat hij het gevaar van de gevolgde werkwijze zou hebben onderkend en dat Wezendonk concrete betrokkenheid had bij de uitvoering van de werkzaamheden, maakt dat het Hof zelfs oordeelt dat Wezendonk aansprakelijk is voor de door Burgers geleden schade. Het feit dat Wezendonk mogelijk een deel van die schade weer kan verhalen op de nevenaannemer die de afgravingswerkzaamheden daadwerkelijk heeft uitgevoerd is een schrale troost.

Aansprakelijk

Ik meen dat deze uitspraak vergaand is en de waarschuwingsplicht van een aannemer aanzienlijk oprekt. Normaal gesproken is een aannemer bij het niet voldoen aan zijn waarschuwingsplicht aansprakelijk op grond van de aannemingsovereenkomst. Op grond van de overeenkomst mag van een aannemer worden verwacht dat hij de opdrachtgever zonodig waarschuwt en de aannemer kan aansprakelijk zijn als hij dat niet doet. Voor dat risico wordt de aannemer door middel van de aanneemsom ook betaald. In deze uitspraak is de aannemer echter aansprakelijk gehouden omdat hij enkel wetenschap had van een toegepaste werkwijze en daarbij een zekere feitelijke betrokkenheid had, maar zonder dat hij die werkzaamheden opgedragen had gekregen, laat staan dat hij ervoor werd betaald. Een vervelende bijkomstigheid is, dat deze schade door de aannemer waarschijnlijk niet op de CAR-verzekeraar zal kunnen worden verhaald, nu de schade niet is ontstaan bij de uitvoering van opgedragen werkzaamheden. De les uit deze uitspraak mag dan ook zijn dat een aannemer ook risico op zich neemt als hij uit dienstbaarheid ‘vrijblijvend’ adviseert of hand- en spandiensten verleent bij niet aan hem opgedragen werk.

Mr. Wally Schokking SchutGrosheide Advocaten Notarissen Belastingadviseurs, Praktijkgroep Onroerend Goed, Bestuursrecht en Milieurecht in Amsterdam (w.schokking@schutgrosheide.nl)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels