nieuws

Westergasfabriek: natuurpark met voor elk wat wils

bouwbreed

amsterdam ­ Rond de monumentale voormalige Westergasfabriek in Amsterdam verrijst een park van 13 hectare. De gaarde wordt een knap staaltje landschapsarchitectuur met vijvers en parkjes binnen het park. De kosten bedragen zo’n 1,2 miljoen euro. Onlangs werden belangstellenden rondgeleid.

“Kom, dit moet u even zien.” Evert Verhagen, projectmanager van de Westergasfabriek, is op het fundament van een voormalige gashouder geklommen en maant de bezoekers zijn voorbeeld te volgen. De animo is niet overweldigend. Achter het muurtje gaapt een diepte. Zoiets als de leeuwenkuil in een dierentuin, maar dan zonder afrastering.

“Kom op!”, vermaant Verhagen. Onhandig klauteren de gasten, voornamelijk journalisten, op de bakstenen wal en kijken huiverig over het randje. “Daar leggen we een parkje aan”, glimlacht de projectmanager. Hij wijst naar een brede opening in de cilindervormige kuil. “Dat is de doorgang naar de andere gashouder. Straks ligt daar ook een parkje.”

Terwijl tractoren tussen de voormalige fabriekspanden ­ nu gebruikt als theatertjes ­ bezig zijn met graafwerkzaamheden, leggen elders op het terrein bouwvakkers de laatste hand aan twee enorme waterpartijen. De vaart zit erin. Dat moet ook, want over een paar maanden wordt het park opgeleverd. Er is dan voor elk wat wils. Zoals picknickplekken, kinderspeelplaatsen, watertuinen en een cipressenvijver met 60 moerascipressen. De Amerikaanse landschapsarchitect Kathryn Gustafson, van het bureau Gustafson­Porter, tekende voor deze weelderige fantasie.

Nu is er niets meer van te merken, maar de aanleg van het park verliep allerminst pijnloos. Van 1885 tot in de jaren zestig van de vorige eeuw werd op het terrein gas geproduceerd. De grond raakte daardoor zwaar vervuild. Voordat de gaarde kon worden aangelegd, werd eerst de viezigheid geruimd.

Het grootste deel van de vervuiling is afgegraven en vernietigd. Een karwei dat drie jaar duurde, een jaar langer dan gepland. Voor alle zekerheid is onder de onverharde delen, zoals het grasveld en de bosachtige gebieden, een zogenaamde leeflaag aangebracht. Die moet ervoor zorgen dat de verse grond niet in aanraking komt met de resterende vervuiling. Mocht in de toekomst blijken dat de troep die diep in de grond achterbleef, schadelijke invloed heeft op het grondwater, dan wordt rond het park een damwand aangelegd. Verhagen is optimistisch. “Tot nog toe gaat alles goed. Ik verwacht niet dat die damwand nodig is.”

De projectleider praat in lyrische bewoordingen over hoe het park er gaat uitzien. “Als je hier straks loopt, is het net alsof je de stad verlaat en zo de natuur ingaat”, zegt hij terwijl hij stilhoudt bij een brug over een nu nog droge sloot. Het cynische commentaar dat verderop het unheimische bedrijventerrein ligt, waar onder meer de Krant van Wakker Nederland zetelt, doet hij grinnekend af met een, “nou ja, bij wijze van spreken dan”.

Verhagen laat zich zelfs niet uit het veld slaan als iemand de verwachting uitspreekt dat de enorme berg zand op de grens van het park en de Haarlemmerweg potentiële bezoekers zal afschrikken. Hij denkt even na. Constateert dan geruststellend: “De aannemer kon dat zand nergens anders kwijt. Het ligt er maar tijdelijk. En ach, het heeft ook een voordeel. Als je die berg bent gepasseerd, vindt je het park nog mooier dan wanneer die rotzooi er niet zou liggen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels