nieuws

Werkelijk schrappen in bouwregelgeving (1)

bouwbreed

Werkelijk schrappen in bouwregelgeving (1)

Het is opvallend stil rond de drastische vereenvoudiging van de bouwregelgeving die Paars II in het vooruitzicht heeft gesteld. Is er al iets te melden? Of willen de broedende kippen niet gestoord worden. Inmiddels is al wel het herziene Bouwbesluit in werking getreden, inclusief de ophoging van de eis naar 2.60 m voor de hoogte van verblijfsruimten.

Dat laatste is gebeurd op initiatief van Remkes, wat hem op commentaar van professor Priemus is komen te staan, die zijn ingreep als ‘betutteling’ bestempelde. De systematiek van het Bouwbesluit gaat immers uit van het principe van prestatie­eisen en het garanderen van een minimum kwaliteit. In die optiek had Remkes het maken van een grotere verdiepingshoogte aan de markt moeten overlaten. Maar daarbij wordt vergeten dat de woningbouwmarkt niet zo werkt: als een woning voor zeker verkocht wordt gaat de kwaliteit eerder omlaag dan omhoog. En als het allesbehalve zeker is dat de woning verkocht wordt gaat de kwaliteit omhoog in plaats van omlaag; zo de opdrachtgever al niet van bouwen afziet. Men kan zich afvragen waarom het mes in de bouwregelgeving gezet moet worden. Het bouwproduct kan men toch moeilijk kwalitatief slecht noemen. En naar het schijnt valt er met het Bouwbesluit te werken. Bovendien blijft het front van overheid en bouwwereld op dit punt redelijk gesloten en van de zijde van de consument hoor je zelden klachten. Het is echter maar wat men als de output van de bouwregelgeving ziet.

Feilen

Wat is eigenlijk de kritische succesfactor van de bouwregel­geving? Tegelijk zijn er goede argumenten voor een drastische vereenvoudiging van de bouw­ regelgeving. Zo moeten gemeen­ten de ingediende plannen toetsen en bovendien worden zij meer dan voorheen geacht de naleving van de bouwvoorschriften te hand­haven. Er moet dus niet alleen mee zijn te werken, ze moeten daarvoor ook voldoende perso­neel hebben. In dat verband is het goed op te merken dat het vernieuwde Bouwbesluit nog veel feilen kent. Volgens N. Scholten, expert bouwregelgeving bij TNO Bouw, is ‘de tekst van het nieuwe Bouwbesluit op onderdelen onduidelijk, ten dele onzorgvuldig en soms gewoon onjuist’. Bovendien maakt bouwregel­geving, hoe je het wendt of keert, het bouwen duurder. De kosten­stijging als gevolg van de recente aanpassing van het Bouwbesluit is door BouwNed berekend op vier tot acht procent, afhankelijk van het woningtype. Ook het plan­proces wordt er niet eenvoudiger op. Naarmate de voorschriften gedetailleerder worden wordt het pakket logger, neemt de kans dat regelgeving onderling strijdig wordt exponentieel toe en wordt het maken van planaanpassingen navenant duurder. En in weerwil van het feit dat tegenwoordig alles steeds sneller moet, ook al om op marktontwikkelingen te kunnen reageren, wordt de kloof tussen het moment van initiatief en het moment van ingebruikname steeds groter.

Welke basis

Last but not least: aan een berekening van de kosten van de regelgeving heeft nog nooit iemand zich zelfs maar gewaagd. In de bouwregelgeving moet ook werkelijk geschrapt worden. De lijn van het schrappen van voorzieningen die vervolgens dan weer als meerwerk aan de consument in rekening wordt gebracht, waarover ik eerder in Cobouw, 29 mei 2001 schreef, is niet voldoende. Wanneer men langs die weg succes wil boeken zal eerst de positie van de consument moeten worden versterkt. Ook moet men niet al te gemakkelijk aansluiting willen zoeken bij de manier waarop de bouwregelgeving gegroeid is: dat is het leggen van een ondergrens in kwaliteit en voorkomen dat het bouwbedrijf stagneert. Wanneer men dat zou doen komt men nu wel heel makkelijk op het idee de teugels eenvoudig weer wat te laten vieren. De vraag blijft daarmee op welke basis de aangekondigde vereenvoudiging moet gaan plaatsvinden.

Arie de Klerk

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels