nieuws

Leerlingbouwplaatsen in Noord­Holland nog een witte vlek

bouwbreed

hoorn ­ Bouwradius wil dat de gemeenten in het noorden van Noord­Holland zich sterker maken voor het creëren van leerling bouwplaatsen.

Het stellen van extra voorwaarden bij het aanbesteden van werken en bij de uitgifte van bouwgrond is volgens het opleidingsinstituut een doelmatig middel om de achterstand ten opzichte van andere regio’s in te lopen. Ook aannemers worden op hun morele plicht aangesproken.

Met het opzetten van leerlingbouwplaatsen vlot het niet zo erg. Van de 30.000 leerling bouwplaats­weken die Bouwradius jaarlijks landelijk nodig heeft, wordt slechts een aantal van 24.000 gehaald. Het aandeel van Noord­Holland hierin is met 4.000 bouwplaats­weken relatief klein.

In regio’s waar Bouwradius convenanten met gemeenten, woningstichtingen en branchevertegenwoordigers uit de bouwbedrijven heeft afgesloten, loopt het redelijk. In het noordelijke deel van Noord­Holland is tot dusver geen enkele overeenkomst getekend en het aantal leerlingbouwplaatsen blijft daar dan ook fors achter.

Regio West van Bouwradius wil daarom ook in Noord­Holland proberen met gemeenten en andere betrokkenen afspraken te maken. “Wellicht zijn we in het verleden in deze regio te passief geweest,” zeggen T. Hoekstra en M. Brinke, opleidingsadviseurs bij Bouwradius. “Maar nu we wél met de bestuurders de discussie aangaan, blijkt dat ze helemaal niet afwijzend tegenover het initiatief staan. Ook gemeentelijke samenwerkingsverbanden en provincies zijn voor zover ze daartoe de mogelijkheden hebben bereid om mee te werken.”

De eerste stappen zijn gezet. Het regionaal Economisch Stimuleringsprogramma voor de Kop van Noord­Holland, samengevat Kop&Munt, kent een aantal overeenkomstige doelstellingen. Door de krachten te bundelen hoopt Bouwradius het eerste zichtbare succes snel te halen. Verschillende gemeenten waar onder de gemeente Noorder­Koggenland en enkele woningstichtingen zegden inmiddels hun medewerking toe. Voorlopig beperken deze partijen zich tot het uitspreken van goede bedoelingen. Wanneer het daadwerkelijk tot convenanten leidt, kan het aantal leerlingbouwplaatsen daarmee wezenlijk worden opgeschroefd, zo bewijst de praktijk in andere regio’s.

Ook bouwbedrijven die de status van erkend­leerbedrijf hebben zullen in Noord­Holland vaker op hun ‘verplichtingen’ worden gewezen. Brinke: “Veel aannemingsbedrijven zijn erkend leerbedrijf en hebben vrijwillig voor die status gekozen. Je zou verwachten dat ze serieuzer werk maakten van het opleiden en dus ook leerling bouwplaatsen zouden creëren. In de praktijk valt dat erg tegen omdat de bedrijven ervan overtuigd zijn dat het hen veel voorbereiding en geld kost. Maar elk werk heeft een zorgvuldige voorbereiding nodig. Dat is dus geen argument. Ook financieel gaan ze er geen cent op achteruit. In tegendeel zelfs. Als wij het ze voorrekenen, zijn ze er pas van overtuigd.”

In zijn rekenvoorbeeld gaat Brinke uit van een werk dat is begroot op 5000 manuren i.c. 175.000 euro loonkosten. De aannemer heeft de keuze om hier vijf ervaren en volledig vakbekwame bouwplaatsmedewerkers op de zetten dan wel twee leermeesters met zes leerlingen van de primaire opleiding en twee van de voortgezette opleiding. De leerlingen hebben met zijn allen weliswaar een veel lagere productiviteit maar het uurloon is ook aanmerkelijk lager. De loonkosten van de leerlingbouwplaats zullen op zijn hoogst enkele duizenden euro’s hoger uitvallen. Die hogere loonkosten worden echter gecompenseerd door subsidies met als resultaat dat een leerlingbouwplaats niets meer hoeft te kosten als een reguliere bouwplaats.

Brinke: “Het sommetje is zo simpel. Maar behalve het financiële plaatje telt natuurlijk ook de verantwoordelijkheid die een Erkend­leerbedrijf heeft ten aanzien van het opleiden. Als de bouw niet floreert sturen werkgevers leerlingen massaal terug naar de samenwerkingsverbanden. Het is nu zaak ervoor te zorgen dat er weer een legertje vakmensen klaarstaat wanneer de economie straks aantrekt. Opleiden doe je niet alleen in de verwachting dat je er prima vakmensen aan overhoudt in je eigen bedrijf maar ook voor de sector.

‘Houding erkende leerbedrijven valt tegen’

‘Opleiden doe je ook voor de sector’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels