nieuws

Een unieke sector vraagt om uitzonderlijke maatregelen

bouwbreed

den haag ­ De bouw is een unieke sector, maar daar moet een eind aan komen. Dat vindt in elk geval de regering die de bouwtop een soort verklaring van goed mededingingsgedrag wil laten tekenen. Aannemers houden het beeld uniek te zijn, door toch in het geniep vooroverleg te houden. analyse

“Het is een bijzonder kind en dat is­ie”, zei de vader van Dik Trom over zijn zoon in de klassieker van C. Joh. Kieviet. Het kabinet weigert een dergelijke uitspraak te doen over de bouw. Integendeel: geen mogelijkheid liet de regering in het debat met de Tweede Kamer voorbijgaan om te benadrukken dat het toch een hele gewone sector is.

Tegelijkertijd plaatsen de bewindslieden met hun plannen voor de sector deze juist wel in een bijzondere positie. Of het nou stommiteit is of pure wanhoop, de sector levert zelf het bewijs dat een harde lijn van de regering gerechtvaardigd is. Een maand geleden zijn bij bouwers immers aanwijzingen gevonden dat vooroverleg nog steeds plaatsvindt.

De top van de bouwbedrijven moet van minister Kamp (VROM) vanaf eind dit jaar met een schriftelijke verklaring aantonen dat de mededingingsregels niet zijn overtreden. Een flinke stok achter de deur waarmee de bouwers ook nog eens kunnen worden geslagen. Als namelijk blijkt dat niet aan de regels is voldaan, hangt hen vier jaar gevangenisstraf boven het hoofd vanwege valsheid in geschrifte. Deze procedure is een unicum in het Nederlandse bedrijfsleven. De motivering van Kamp: “De heren die de verantwoordelijkheid dragen, moeten er ook voor gaan staan”.

De schriftelijke verklaring is één van de onderdelen van het nieuwe Uniform Aanbestedings Reglement dat nog dit jaar van kracht wordt. De regering stelt deze eenzijdig vast. “Er moet wel contact plaatsvinden waarbij wij naar de bouwers zullen luisteren, maar vervolgens stellen wij de reglementen vast (…) Ik hoef geen overeenstemming te bereiken met aannemers of organisaties van aannemers”, aldus Kamp. De bewindsman wil overigens sowieso niet meer overleggen met de bouwers. “Ik wil best met de aannemersorganisaties praten en zij zullen de ruimte krijgen om te zeggen wat zij ervan denken, maar het is mijn verantwoordelijkheid en ik ga niet streven naar overeenstemming”, liet de minister de Tweede Kamer weten.

De andere sectoren polderen zich intussen suf met de overheid, maar het bouwbedrijf krijgt daar geen kans meer voor. De aannemers hebben het daar zelf naar gemaakt, aangezien het vooroverleg toch weer is voortgezet, ondanks de ophef en waarschuwingen.

Enerzijds wil de bouw dus zelf wel een gewone sector zijn, anderzijds wijst het verval in oude gewoontes de andere kant op. De geschiedenis herhaalt zich. Oud­premier Lubbers schreef reeds aan Delors dat de prijsafspraken ondergronds zouden gaan.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels