nieuws

‘Blob’ bouwen vergt enthousiasme en voorbereiding

bouwbreed

delft ­ Het uitvoeren van een ‘blob’, een bouwwerk met een vrije vorm, vereist een andere aanpak dan een gewoon gebouw. Het vraagt veel voorbereiding, het omgaan met onzekerheden, samenwerking en een ‘hobbyachtig enthousiasme’. Maar het belangrijkste is het ontwerp driedimensionaal te tekenen en driedimensionaal over te dragen.

“Het vreemde is dat we alles in twee dimensies van de opdrachtgever kregen: bestek en hardcopy tekeningen.” Dat zei ing. M.F.R. de Jonge, adjunct­directeur HBG Utiliteitsbouw regio West, op het seminar ‘Façades voor blob­architectuur’ in het Auditorium van de TU Delft. Hij sprak vanuit zijn ervaring als projectleider van het stadhuis in Alphen aan den Rijn, dat is opgeleverd in november. Zijn collega ir. R.B. Joosten, directeur HBG Utiliteitsbouw regio Amsterdam, viel hem bij. “Teken in drie dimensies en draag de tekeningen over in drie dimensies”, luidt zijn derde aanbeveling voor het uitvoeren van blob­architectuur. Joosten was projectdirecteur van de bouw van het ING hoofdkantoor in Amsterdam.

Onenigheid

Er bestaat nog onenigheid over wat precies een ‘blob’ is. Volgens prof.dr.ir. M. Eekhout, hoogleraar productontwikkeling aan de TU Delft, is het stadhuis van Alphen aan den Rijn een ‘semi­blob’, omdat het gebouw wel degelijk uit kegels, bollen en andere wiskundige figuren bestaat. “De bouwers kunnen daar achteraf alleen maar gelukkig mee zijn, het had nog ingewikkelder gekund”, aldus Eekhout. Hij is ook directeur van Octatube Space Structures uit Delft, door de gemeente Alphen als co­maker van het stadhuis geselecteerd.

“Ook het ING House is geen echte blob, want het bestaat uit allemaal wiskundige vormen”, stelde dagvoorzitter dr.ing. J. Renckens van de vakgroep Bouwtechnologie, afdeling Bouwkunde van de TU Delft. Daar was Joosten het niet mee eens. “Het is wel een blob, kijk maar naar de schetsen. De meeste bouwdelen zijn uitgewerkt in wiskundig bepaalde vormen, zodat de leveranciers ze konden maken. Maar het is een echte blob.”

Volgens Joosten zou het ING House er nooit zijn gekomen als het werk op traditionele wijze Europees was aanbesteed, met een risicomijdend bestek. “Zo’n wijze van aanbesteden smoort de creativiteit in de kiem”, aldus Joosten. Het is een bouwteam geworden. “Het bouwen van een blob kun je niet dichttimmeren met contracten. Het moet in vertrouwen, met een hobbyachtig enthousiasme. Een compleet andere aanpak dan een normaal gebouw.”

Volgens Duncan Macaulay, associate director van Alsop Architects in Groot­Brittannië, doet het woord niet zoveel terzake. “Het gaat om een spel tussen blob en box, tussen organische en rechthoekige vormen”. Ir. G. Loozekoot, senior architect bij UN Studio van Berkel en Bos, gebruikte het woord ‘blob’ helemaal niet. Hij sprak van “materieloze figuren van het computerscherm, aan de zwaartekracht onderhevig gemaakt, een hybride architectonische vorm, bepaald door het gefixeerde moment en de gestolde beweging.”

Renckens definieerde een blob als een ‘binary large object’ of wiskundig onbepaalde vorm. Volgens hem gaan de grillige vormen samen met de behoefte aan transparantie, die bijvoorbeeld door glas geboden kan worden. Hij noemde het glazen Crystal Palace in Londen (1851) als voorloper, evenals het Opera House in Sydney. Het Guggenheim Museum in Bilbao zou een eerste ‘echte blob’ zijn. “Maar daar komen geen dubbelgekromde vlakken in voor”, merkte dr.ir. K. Vollers op, architect en wetenschappelijk medewerker aan de TU Delft, door Renckens geïntroduceerd als dé blob­hotemetoot.

“Architecten laten zich graag door nieuwe wiskundige begrippen inspireren. Nu is dat de datawolk, die leidt tot een blob”, aldus Vollers. Hij werkt aan mogelijkheden om de uitvoering van gebouwen met dubbel gekromde vlakken te vereenvoudigen. “Voor de bouw van blobs zijn de ontwikkeling van glaskozijnen en borstweringen het belangrijkst. Kenmerkend voor een blob is dat de constructiedelen steeds een andere ontmoetingshoek hebben. Typerend is ook, dat de details geschikt zijn voor zowel verticale als horizontale vlakken. Dat levert een enorme standaardisatie op.” Vollers zei een hekel te hebben aan de onnodig bewerkelijke uitvoering van veel blobs in de praktijk.

Afgezien van de discussie over de definitie hebben blob­gebouwen gemeen, dat zij risicovol zijn voor de uitvoerende partij. Renckens: “Een blob vraagt extra alertheid om niet in valkuilen te vallen.” Daar konden De Jonge en Joosten van meepraten. De eerste heeft van de uitvoering van het stadhuis in Alphen aan den Rijn geleerd, dat tijd en financiën de kritische factoren zijn voor blob­bouw. De voorbereiding vraagt zeer veel tijd en de planning moet goed worden bewaakt. Daarnaast zijn er onzekerheden, met consequenties voor het budget. In Alphen aan den Rijn werd de bouwtijd van 21 maanden met 10 maanden overschreden. Het budget moest met ongeveer 20 procent omhoog. Twee wethouders zijn op het project gesneuveld en de directievoerders zijn tweemaal vervangen.

Het stadhuis van Alphen aan den Rijn is gebouwd met stalen kolommen, waarvan geen enkele dezelfde lengte en hellingshoek heeft. Ze hebben een bescherming tegen brand en zijn afgewerkt met kersenfineer. De scheiding tussen het dak en de gevel is moeilijk aan te duiden, de huid bestaat geheel uit dubbelgekromde vlakken. Volgens een schatting zou de staalconstructie plus of min 20 millimeter speling nodig hebben. Dat is aangehouden in de maatvoering en bleek gelukkig te kloppen. De rondingen van het dak zijn met het timmermansoog gemaakt. “Onderdelen van blobs kunnen ook op traditionele wijze gemaakt worden”, concludeert De Jonge.

Veiligheid

Joosten heeft andere ervaringen met de bouw van het ING­hoofdkantoor. De bouwtijd van 24 maanden werd met slechts 3 maanden overschreden. Het bouwteam werkte constructief, deed ook de engineering en er was oog voor de veiligheid tijdens en na de bouw. Drie kleine delen van de gevel werden echt als blob uitgevoerd. Het kostte veel tijd om de stalen onderdelen in te meten, te produceren, te monteren, weer in te meten enzovoort. Daarom hebben een aantal steigers zeer lang gestaan. Daarnaast bleek de staalconstructie tijdens het monteren van glas met naden van 10 millimeter te vervormen (15 tot 20 millimeter). “Zoiets heeft veel impact, alles moest nagesteld worden”, aldus Joosten.

Hij onderscheidt acht punten waaraan een blob­project moet voldoen. Alle partijen moeten vroegtijdig bij het project worden betrokken, zij moeten elkaars beperkingen kennen, driedimensionale tekeningen maken en uitwisselen, in de besteksfase moet het gebouw op papier helemaal rond zijn, improvisatie op de bouwplaats is uit den boze, de risico’s moeten overwogen en eerlijk verdeeld worden, het gebouw moet veilig en schoon te houden zijn tijdens de bouw en daarna en last but not least, het budget moet toereikend zijn. Tot nog toe betekent dat een hoger budget dan voor een traditioneel gebouw.

‘Constructiedelen hebben steeds een andere ontmoetingshoek’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels