nieuws

Verbod op wijzigen combinatie kan door de Europese beugel

bouwbreed

De Europese richtlijn 93/37 is geen obstakel voor nationale regelgeving volgens welke een combinatie van aannemers na de indiening van de offerte haar samenstelling niet mag wijzigen.

Kunnen wijzigingen in de samenstelling van aanbestedingscombinaties door de Europeesrechterlijk beugel? Deze (prejudiciële) vraag werd aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap voorgelegd in de zaak Makedoniko Metro en Elliniko Dimosio (C­57/01).

Op 23 januari is uitspraak gedaan ­ in de vorm van een zogeheten Arrest ­ waar deze vraag is beantwoord. In Nederland waar combinaties van aannemers veelvuldig aan aanbestedingen deelnemen is deze vraag van belang. De prejudiciële vraag is gerezen in het hoofdgeding tussen enerzijds de tijdelijke vereniging van aannemers Makedoniko Metro en de vennootschap Michaniki AE en anderzijds de Griekse Staat, betreffende de studie, de bouw, de exploitatie en financiering van een metroproject voor de Griekse stad Thessalonoki.

Fasering

Het werk is aanbesteed via een soort van niet­openbare aanbestedingsprocedure. Die procedure was gefaseerd opgebouwd, waarbij een fase van pre­selectie van deelnemers aan de aanbesteding, de offertefase, de onderhandelingsfase en de gunningsfase werden onderscheiden.

Volgens de regelgeving konden deelnemende combinaties die betrokken waren bij pre­selectie in een later stadium, maar beperkt tot een bepaaldelijk tijdstip, nog nieuwe leden toevoegen aan de oorspronkelijke combinatie. Zodoende was het in deze aanbestedingsprocedure gereguleerd dat de samenstelling van de combinatie kon wijzigen, echter tot een bepaald tijdstip gelegen voor inzending van de offertes van de inschrijvers.

Maar is het vorenstaande wel te verenigen met de Europese aanbestedingsrichtlijn voor werken (EEG/93/37)? Volgens vaste rechtspraak mag in geval van onnauwkeurig geformuleerde (prejudiciële) vragen in de verwijzingsbeschikking ­ zoals in onderhavige geval ­ het Hof van Justitie uit alle door de nationale rechter verstrekte gegevens en uit het dossier van het hoofdgeding die elementen van gemeenschapsrecht putten, die gelet op het onderwerp van het geding uitlegging behoeven.

In deze rubriek beperken we ons tot de vraag of de richtlijn 93/37 zich verzet tegen nationale regelgeving waarin is geregeld dat een combinatie van aannemers, die aan een procedure inzake het plaatsen van overheidsopdrachten deelneemt, ná de indiening van de offertes haar samenstelling niet meer mag wijzigen.

Behoudens artikel 21 van de Europese richtlijn Werken is er met betrekking tot combinaties van aannemers niets opgenomen. Het genoemde artikel houdt materieel in dat combinaties van aannemers mogen inschrijven, en dat van deze combinaties niet verlangd kan worden dat zij een bepaalde rechtsvorm aannemen, voordat de opdracht aan de winnende combinatie is gegund.

Breed

Het Hof van Justitie stelt vast dat deze enkele bepaling niets zegt over de samenstelling, en dat het daarmee aan de Lidstaten is deze samenstelling te regelen. En passant gaf het Hof aan niet anders te oordelen in het geval het zou gaan om een concessie­overeenkomst voor openbare werken. Het Hof van Justitie heeft de vraag breed opgevat en zich niet beperkt tot een overheidsopdracht voor de uitvoering van werken. Dit om dat de verwijzingsbeschikking van de nationale rechter daarover niet duidelijk was.

Volgens het Hof is de nationale regelgeving waarin geregeld is dat een combinatie van aannemers na de indiening van de offerte haar samenstelling niet mag wijzigen, niet in strijd met de richtlijn 93/37.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels