nieuws

‘Anders ontstaan er grote problemen’

bouwbreed

den haag ­ De Nederlandse politiek en de bouwnijverheid reageerden begin jaren negentig ronduit wanhopig op het voornemen van de Europese Commissie om iedere vorm kartelvorming te verbieden. Het kabinet steunde de bouw volledig.

Correspondentie tussen het AVBB, het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW), het ministerie van Economische Zaken, de Vereniging van Samenwerkende Prijsregelende Organisaties in de Bouwnijverheid (SPO) en de toenmalige premier Lubbers maakt dat duidelijk. “Alleen een politieke interventie op het allerhoogste regeringsniveau”, schreef AVBB­voorzitter H.P. Barth op 23 juli 1991 aan Lubbers, “kan mogelijk de Europese Commissie ervan doordringen dat de Nederlandse overheid hecht aan het voortbestaan van de desbetreffende regelingen en het ter zake gevoerde regeringsbeleid en aldus de Commissie ertoe aan te zetten het nemen van een verbodsbeschikking te heroverwegen.”

De brief van Barth kwam voor Lubbers niet onverwacht. Eerder had O. Ruding, voorzitter van het NCW al bij Lubbers aangekondigd dat zo’n schrijven in de pen zat. In een notitie herinnerde Ruding de minister­president aan de plannen van de Europese Commissie om de mededingingsregelingen die in Nederland gelden, te gaan verbieden. Hij zei te hopen dat de toenmalige staatssecretaris van Economische Zaken, Y. van Rooy, EG­commissaris Sir L. Britten kon overtuigen om van dat plan af te zien. “Anders ontstaan er grote problemen. Het kan zijn dat dit onderwerp in de komende maanden ook jouw bureau bereikt: vandaar dat ik je aandacht hierop vestig.”

Even leek een ingrijpen van Lubbers niet nodig, zo blijkt uit een brief van 13 september 1991 die M. Guerrin, afdelingshoofd van het Directoraat van de Concurrentie van de Europese Commissie schreef aan SPO. “Uw nieuwe voorstellen komen naar mijn mening in de richting van hetgeen de Commissie in het licht van de mededingingsregels zou kunnen accepteren.” In november was alle hoop al weer de bodem ingeslagen. Een brief van SPO aan de Europese Commissie had voor onoverkomelijke misverstanden gezorgd. Staatssecretaris Van Rooy probeerde de zaak te sussen. Op 21 november schreef zij aan Britten: “Zeer geachte Sir Leon, Ik acht het aldus nog steeds mogelijk om de door mij zeer belangrijk geoordeelde aansluiting te realiseren tussen het verleden en de toekomst en daarmee te voorkomen dat er een ongedefinieerde overgangssituatie ontstaat, die grote onzekerheid met zich meebrengt voor alle betrokken partijen.”

Niettemin mislukte Van Rooys missie. Inmiddels had AVBB­voorzitter Barth, geheel zoals Ruding had voorspeld, de hulp ingeroepen van de minister­president. Lubbers antwoordde: “Ik ondersteun volledig het grote belang van deze regeling voor de Nederlandse bouwsector.”

Terugdraaien

Hij geloofde niet dat de commissie haar besluit zou terugdraaien. De Europese Commissie noch de andere lidstaten zagen heil in de Nederlandse regels, constateerde de premier. Koeltjes voegde Lubbers eraan toe dat hij niet van plan was zich met de zaak te bemoeien. “Een interventie mijnerzijds acht ik alleen gerechtvaardigd indien er reëel perspectief is op het bereiken van een bevredigend resultaat. Alles overziende acht ik een dergelijke situatie op dit moment niet aanwezig.”

Pas nadat Europees commissaris F. Andriessen zich er mee had bemoeid, besloot Lubbers de bouw volledig te ondersteunen. “Eerst schriftelijk”, aldus notulen van de SPO­vergadering van 31 januari 1992. “Gevolgd door telefonische pressie.” Nog dezelfde dag schreef Lubbers een brief aan voorzitter Delors van de Europese Commissie. “Ik zal je begin volgende week telefonisch benaderen over deze zaak”, rondde hij af. “Ik hoop dat ik op je steun mag rekenen voor een evenwichtige oplossing die zowel recht doet aan de Europese als aan de nationale belangen die hier in het geding zijn.”

Het mocht niet baten. De commissie verbood de regelingen en de SPO kreeg een boete van 22,5 miljoen ecu.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels