nieuws

Wetenschappers eenduidig: een weg dient het verkeer

bouwbreed

den haag ­ Direct effect. Dat moet de voornaamste reden zijn voor de uitvoering van infrastructuurprojecten. Een weg dient het verkeer, een hogesnelheidslijn het snelle reizigersvervoer.

Het lijkt een open deur, maar bij discussies over veel projecten spelen al dan niet vermeende externe effecten een belangrijke rol. Ten onrechte, is de conclusie die deskundigen trekken in een publicatie van het Centraal Planbureau. Zij bogen zich over het Onderzoeksprogramma Economische Effecten Infrastructuur (OEEI) onder het motto: Twee jaar ervaring met OEEI; de discussie over de indirecte effecten. Deze zogeheten indirecte welvaartseffecten blijken in verhouding doorgaans klein en bovendien vaak moeilijk vast te stellen. Daarbij komt dat ze naast positief ook negatief kunnen zijn.

De laatste jaren worden in Nederland grote infrastructuurprojecten beoordeeld aan de hand van de extra welvaart die zij opleveren voor de Nederlandse samenleving als geheel. Daarbij wordt behalve de financiële kant ook de invloed op bijvoorbeeld natuur, milieu en veiligheid meebekeken.

Waar ‘extern’ voordeel wordt gecreëerd, is ook niet altijd sprake van een aanvulling op de totale welvaart, wordt fijntjes opgemerkt. “Het bekende voorbeeld is de waardestijging van onroerend goed rondom aantrekkelijker wordende stationslocaties, waarbij de onroerendgoedsector in feite een deel van het transportvoordeel van de reizigers incasseert.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels