nieuws

Werkgevers en werknemers zetten beoogde coalitie onder koude douche

bouwbreed

den haag ­ Het zal je maar gebeuren als beoogde coalitiepartners. Denk je miljarden te kunnen besparen door loonmatiging in de cijfers mee te nemen, willen de sociale partners niks weten van een centraal akkoord. Dat hebben zij tenminste laten weten aan de kabinetsinformateurs Donner en Leijnse. analyse

Het rondje sociale partners van de informateurs maandag, heeft de onderhandelingen over het nieuwe kabinet onder druk gezet. Curieus genoeg vinden de sociale partners dat loonmatiging absoluut nodig is in de huidige economische malaise. De vraag; hoe dan, verdeelt werkgevers en werknemers echter te zeer om een centraal akkoord te kunnen sluiten. De werkgeversorganisaties hebben Donner en Leijnse laten weten absoluut voor de nullijn te zijn waarbij de contractlonen niet sneller stijgen dan de inflatie. Volgens VNO­NCW­vooorzitter Jacques Schraven kan dat niet met een centraal akkoord worden bereikt. Sterker nog, hij acht de kans om de nullijn te bereiken groter als er decentraal afspraken worden gemaakt met sectoren of bedrijven.

Die gedachte wordt ingegeven door de eisen die de vakbeweging stelt om een centraal akkoord te bereiken. “Cadeautjes” en “speeltjes” in de terminologie van de werkgeversvoorman.

Verder vinden de werkgevers dat de overheid zelf het verkeerde voorbeeld geeft. Zo is de cao voor provincieambtenaren in hun ogen veel te royaal. Het nieuwe kabinet moet de voorwaarden scheppen voor een sterker bedrijfsleven zodat Nederland de internationale concurrentie weer aan kan. Lastenverzwaringen voor ondernemingen op milieugebied en levensloopregelingen voor werknemers moeten dan ook zo snel mogelijk van tafel. Anders valt er met de werkgevers helemaal niet te praten, zo zei Schraven.

Aan de andere kant van het spectrum zit de vakbeweging die evenmin zit te springen om een centraal akkoord. Dat is ook begrijpelijk. De achterban heeft inmiddels gemerkt dat de nettolonen dit jaar lager zijn uitgekomen, onder andere door stijgingen van ziektekostenpremies en pensioenpremies. Bovendien zijn de bonden door het vorige kabinet geconfronteerd met afschaffing van een aantal zaken die voor werknemers leuk waren zoals premiesparen en gedeeltelijk spaarloon. Kortom, de kans dat er een centraal akkoord voor meer jaren komt, is praktisch nihil. En dat is voor de politiek een redelijk koude douche. Gerekend was op harde meerjarenafspraken over loonmatiging. Dat zou aan de uitgavekant de overheid behoorlijke besparingen hebben opgeleverd alleen al in de sociale zekerheid.

Nu een akkoord er niet komt, kan de politiek twee dingen doen. Of boterzachte besparingen opnemen in een nieuw regeerakkoord. Dan weet iedereen wel zeker dat er een serie potentiële tijdbommen onder het kabinet ligt. Of nu al knokken over zaken als ontkoppeling van lonen en uitkeringen en hardere bezuinigingen. Dat betekent dan wel dat er een lange kabinetsformatie gaat komen. Of ons land daarop zit te wachten, is een grote retorische vraag.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels