nieuws

Aannemer Aciöz duldt geen grappen op het werk

bouwbreed

rotterdam ­ Vahidin Aciöz duldt geen grappen op zijn bouwplaats. Bier en flauwe pesterijen zijn ook niet toegestaan. De Turkse aannemer hecht aan zijn goede naam en wil die door niets laten verpesten. Niet zonder reden. De meeste nieuwe klussen haalt hij via zijn oude opdrachtgevers binnen.

“Klanten willen geen hoofdpijn”, verklapt Aciöz zijn simpele bedrijfsfilosofie. De Rotterdamse ondernemer doet er dan ook alles aan om zijn werk zo goed mogelijk te doen. Hij neemt niet meer dan één klus tegelijk aan, maakt zelf in nauw overleg met de opdrachtgever de offerte en zijn mensen adviseert hij “om voor het zagen altijd drie keer te meten”. Aciöz Bouwbedrijf zag op 18 februari 1990 het licht. De bevalling ging niet vanzelf. De Kamer van Koophandel achtte een aannemersdiploma noodzakelijk om het eenmansbedrijf in te schrijven. Aciöz had wel een loodgietersopleiding gevolgd, nadat hij naar Nederland was gekomen, maar dat was niet voldoende. Geloofsbrieven van zijn oude werkgever Simons Huizenbeheer waar hij achttien jaar in dienst was geweest hielpen hem uiteindelijk toch aan een KvK­nummer.

De eerste jaren deed hij allerlei onderhoudsklusjes. Zijn opdrachten kreeg hij via de contacten die hij tijdens zijn oude baan had opgedaan. Eenmaal bekend, nam hij ook grotere opdrachten aan waarbij het niet alleen om een verstopt afvoerputje gaat maar vaak de vernieuwing van hele interieurs, vloeren en badkamers.

De meeste opdrachten krijgt Aciöz van rijke Rotterdammers. “Advocaten, plastisch chirurgen en mensen die pas zijn afgestuurd en een nieuw huis kopen”, doet hij trots een greep uit zijn klantenkring. Soms werkt hij ook voor bedrijven of instellingen. Bijvoorbeeld de Koreaanse ambassade. Alles bij elkaar levert het een jaaromzet op van zo’n 250.000 euro.

Taal

Niet meer dan vijf man huurt Aciöz in om hem en zijn zoon Atilla te helpen. Zijn ploeg bestaat helemaal uit Turkse bouwvakkers. “Dan kan ik in mijn eigen taal uitleggen wat ik wil”. Daarbij speelt ook mee dat Aciöz en zijn mensen dezelfde cultuur delen, wat alles een stuk makkelijker maakt. Zijn keuze wordt ook bepaald door het feit dat het moeilijk is om Nederlandse vakmensen aan te trekken. “Die zijn er niet veel. En als ze er zijn, werken ze liever niet voor een Turkse baas”, legt Aciöz uit. Het strenge regime dat hij op de zijn werkplaats hanteert speelt daarbij ook een rol. Nederlandse jongens zien dat meestal niet zitten.

“Het werk is heilig. Het is een wedstrijd. En zolang die duurt ben ik de baas. Daarna kunnen we wel een keer een biertje gaan drinken”, licht Aciöz zijn aanpak toe. Streng maar rechtvaardig wil de ondernemer voor zijn mensen zijn. Zijn vaderlijke gevoelens spelen daarbij ook een rol. “Wanneer ik merk dat er bij de jongens iets thuis speelt, dan praat ik daarover en help ik ze. Dat wordt altijd erg gewaardeerd.”

Taal speelt niet alleen op de werkvloer een belangrijke rol. Zijn eerste jaren in Nederland was Aciöz druk met werken en studeren. Taallessen schoten er door de volle dagen bij in. “Mijn grootste zwakte is mijn Nederlands”, geeft hij met spijt in zijn stem toe. Zijn taalbeheersing, zo vermoedt hij, zet hem nu op achterstand. “Een Nederlandse aannemer schrijft een mooi en lang verhaal. In mijn offerte staan tien letters verkeerd en mijn toelichting is kort. Dan kom je altijd achteraan”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels