nieuws

Meetsysteem bij metrolijn effectief

bouwbreed Premium

amsterdam – Het monitoringsysteem dat in gebruik is bij de aanleg van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam heeft bewezen goed te functioneren. Door vroegtijdige signalering is mogelijk ernstige schade bij heiwerk voorkomen. Toch blijkt dat direct handelen niet altijd meteen mogelijk is.

Het monitoringsysteem dat zettingen als gevolg van het boren van de tunnelbuizen voor de nieuwe metrolijn in Amsterdam meet, bestaat uit een aantal total stations waarmee regelmatig duizenden spiegeltjes gemonteerd aan gebouwen door een laserstraal worden aangestraald. De teruggekaatste straal levert na bewerking van de gegevens de positie van de spiegeltjes. Met behulp van de nulmeting voorafgaande aan de werkzaamheden is uit die gegevens een eventuele zetting vast te stellen.

Het systeem is onderdeel van de strategie van de projectorganisatie Noord/Zuidlijn om tot een acceptabel risicoprofiel van het project te komen. Een en ander werd duidelijk gemaakt op een lezingenavond van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs over boren en bouwen in slappe grond.

Prof.ir. J. Bosch (Noord-Zuidlijn/TU Delft) ging in zijn lezing in op het boren van tunnels en de bouwputten nodig voor de aanleg van een aantal diepgelegen stations. Om het risicoprofiel van het project laag te houden, dwingen beide onderdelen tot een innovatieve benadering van het ontwerp- en bouwproces. Een �early warning system� met monitoring van zettingen van de panden in de omgeving van het boortraject hoort daarbij.

Bosch zegt met het monitoringsysteem “het ademen van de stad” inmiddels al te hebben vastgelegd. Op sommige plaatsen zijn behalve de spiegeltjes boven de grond aan de gebouwen ook nog buizen van kleine diameter horizontaal en op diepte in de grond geboord die informatie kunnen geven over verplaatsingen op die diepte.

Bij werkzaamheden in verband met aanleg van station Vijzelgracht heeft het monitoringsysteem bewezen goed te werken. Bij het inbrengen van damwanden met behulp van een silent piler werd op een gegeven moment een beweging van panden van 1 tot 1,5 millimeter vastgesteld. Die waarde is reden geweest het inbrengen van de damwanden te stoppen voor nader onderzoek.

Het bleek dat de damwand was gestuit op een onderheide diepriool die niet meer in gebruik was. Daardoor was hij niet opgenomen in de bestanden van de beheerders met leidingen in het werkgebied. Bij het heien van de damwand is de – lege – rioolbuis beschadigd waardoor deze gedeeltelijk is volgelopen met grond. Op maaiveld uitte zich dat in zettingen die door het monitoring systeem zijn gesignaleerd.

Bosch noemt het goed dat direct na waarnemen van zettingen gestopt is met heien. Was dat niet gebeurd, dan zou de beschadiging aan de diepriool ongetwijfeld groter zijn geweest waardoor meer grond in de buis had kunnen stromen. Nu is de zaak opgelost door de riool volledig te vullen zodat er geen grond meer bij kon. Daardoor zijn bij hervatten van het heiwerk verdere zettingen op maaiveld niet meer opgetreden.

Overigens betekent direct reageren om meetwaarden niet dat direct bij optreden van een verschijnsel wordt gereageerd. Het systeem voorziet elk uur in verzamelen van gegevens door de total stations. Elke vier uur worden deze gegevens door de total stations doorgestuurd. Wordt vastgesteld dat afwijkingen optreden dan kan de oorzaak daarvan dus al vier uur oud zijn.

Professor Bosch noemt de tijdschaal van de metingen voor deze fase van het werk goed in relatie tot de processen die spelen. Bij het boren zal de tijd van rapporteren worden verkleind, laat hij weten.

Reageer op dit artikel