nieuws

Grimmig

bouwbreed Premium

Als ik alvast mag vooruitblikken naar volgend jaar, dan vermoed ik, zonder dat ik er al werkelijk overtuigende argumenten voor heb, dat we de komende tijd de stad steeds meer als een probleem gaan zien. Na ongeveer twintig jaar waarin de stad en de stedelijke cultuur vooral aanleiding gaven tot optimisme en enthousiasme, lijkt er […]

Als ik alvast mag vooruitblikken naar volgend jaar, dan vermoed ik, zonder dat ik er al werkelijk overtuigende argumenten voor heb, dat we de komende tijd de stad steeds meer als een probleem gaan zien.

Na ongeveer twintig jaar waarin de stad en de stedelijke cultuur vooral aanleiding gaven tot optimisme en enthousiasme, lijkt er nu een antistedelijk sentiment te gloren. Zoals dat eind jaren zestig, begin jaren zeventig bijvoorbeeld bestond, in de tijd van de overloopgemeente en het ideaal van de verbouwde boerderij met zitkuil op de deel.

Met enige versimpeling kun je zeggen dat pas in de jaren tachtig de stad werd herontdekt en dat het sindsdien twee decennia bergopwaarts is gegaan.

Architectuur en stedenbouw speelden daarin een belangrijke rol, onder meer dankzij de wethouders – vooral van sociaal-democratische signatuur – die architectonische kwaliteit tot politiek thema wisten te verheffen. Je hoeft alleen maar in de Haagse Schilderswijk, de Staatsliedenbuurt in Amsterdam of het Oude Westen in Rotterdam te gaan kijken om het effect van deze ambities te zien.

Niemand kan volgens mij ontkennen dat de Nederlandse steden er nu optisch beter uitzien dan twintig jaar geleden: dankzij de stadsvernieuwing, dankzij alle tot uitvoering gebrachte centrumplannen en alle smaakvolle inrichtingen van openbare ruimten. Maar het lijkt alsof al die schoonheid aan glans aan het verliezen is, alsof van architectonische kwaliteit ineens geen impuls meer uitgaat

voor de stad. Dat is geen verandering van de ene op de andere dag, maar eerder een proces dat sluipenderwijs verloopt.

Het ligt voor de hand om die kentering op enige manier in verband te brengen met de veranderde economische en poli-

tieke omstandigheden, maar dat verklaart niet alles.

Het gaat niet alleen om droge statistische feiten, het gaat ook in hoge mate om de ervaring hiervan, om de oordelen en vooroordelen over de stad. Daarin verandert op dit moment misschien wel meer dan in de stad zelf.

In de jaren tachtig werd altijd de yup opgevoerd als een typische stadsbewoner, ook al bleek uit onderzoek dat er slechts een kleine minderheid van de stedelijke bevolking paste in het profiel van goedverdienende jonge professional. In de jaren negentig werd de plaats van de yup overgenomen door wat toen geen yup meer heette maar het nog steeds was, de creatieve voorhoede van de nieuwe economie.

Nu doemt ineens het beeld op dat de stad in de eerste plaats het biotoop is voor mensen die arm en kansarm zijn. En de groep stadsbewoners die niet aan dit stereotype voldoen bevinden zich aan de andere kant van een steeds dieper wordende kloof tussen arm en rijk. De stad wordt ook daardoor een stuk minder leuk.

De Rotterdamse plannen om de gemeentegrens te sluiten voor nieuwe inwoners die minder dan 1,2 maal het minimumloon verdienen, zijn weliswaar door de gemeenteraad afgewezen, maar ze passen naadloos in dat veranderende beeld van de stad.

Of deze plannen kil zijn, realistisch of beide, laat ik even buiten beschouwing, het gaat mij om de toon die in dit beleid doorklinkt. Daarin ontbreekt elke vrolijkheid. Er is niets in terug te vinden van het opgewonden enthousiasme waarmee in Rotterdam de afgelopen jaren successen zijn bejubeld als de indrukwekkende skyline, de transformatie van de Kop van Zuid of de Erasmusbrug die de stad van de ene op de andere dag een nieuw beeldmerk heeft gegeven.

Net als het tropische carnaval of de marathon lijken dat ineens geen relevante onderwerpen meer, nu de stad steeds nadrukkelijker wordt verbonden met de succeslozen van de samenleving. De architectuur en stedenbouw hebben de afgelopen twintig jaar veel bijgedragen aan het optimistische beeld van de stad, in Rotterdam en elders.

Nu rijst de vraag of, en zo ja hoe, de architectuur en stedenbouw weerstand kunnen bieden aan een grimmiger wordend beeld van diezelfde stad.

Hans Ibelings

Architectuurcriticus

Reageer op dit artikel