nieuws

Waterbench

bouwbreed

Zes jaar lagere school. Zes jaar middelbare school. Drie rapporten per jaar. Ik ken mensen die al die beoordelingen hebben bewaard. Ik niet. Wat moet ik met die rijtjes zesplussen en zevenminnen, waar ik op zich tevreden over was. Het waren voldoendes. Dat telde. Mijn leraren en ouders dachten daar anders over. Graag vergeleken ze […]

Zes jaar lagere school. Zes jaar middelbare school. Drie rapporten per jaar. Ik ken mensen die al die beoordelingen hebben bewaard. Ik niet. Wat moet ik met die rijtjes zesplussen en zevenminnen, waar ik op zich tevreden over was. Het waren voldoendes. Dat telde. Mijn leraren en ouders dachten daar anders over.

Graag vergeleken ze mijn cijferlijsten met die van klasgenoten. Zo trachtten mijn opvoeders mij tot betere prestaties te prikkelen.

Studiegerichte benchmarking, heet dat tegenwoordig.

Mijn schooljaren schoten door mijn hoofd bij lezing van de zoveelste bedrijfsvergelijkingsrapportage. Het wemelt er tegenwoordig van.

Benchmarking is hét toverwoord voor organisaties, overheden voorop, die claimen resultaatgericht en transparant te willen werken. Het nut van dergelijke studies ontgaat mij wel eens, want welke instelling wil nu niet efficiënter werken. Daarvoor heb je anderen toch niet nodig.

Aan de andere kant: benchmarking levert soms wel interessante kijkjes op in de keukens van bepaalde sectoren. Neem de recent gepubliceerde Bedrijfsvergelijking Zuiveringsbeheer van de waterschappen. Wist u bijvoorbeeld dat Nederlandse burgers en bedrijven samen 27 miljoen �natte� vervuilingseenheden per jaar produceren? En staat u er wel eens bij stil dat de schoonmaak van al die rioleringsprut 837 miljoen euro per jaar kost? Portemonneegevoelig als altijd las ik nog even door. Een gemiddeld gezin betaalt 138 euro per jaar aan zuiveringsheffing. Dat bedrag steeg de afgelopen jaren met zo�n drie á vier procent per jaar. Aan de basis van het hele zuiveringssysteem staat het uitgangspunt: de vervuiler betaalt. Maar hoeveel veel je redelijkerwijs afdraagt, wordt er niet bij gezegd. Tarieven kunnen bovendien per streek heel erg verschillen. Sterker nog: de afwijkingen per waterschap zijn de afgelopen jaren alleen maar toegenomen.

In Zuidoost Drenthe betaalt men het meest (49,82 euro per vervuilingseenheid), in Oost-Brabant het minst (31,31 euro). Zijn de inwoners van Meppel dan zoveel viezer dan de mensen in Boxtel? Die tariefverschillen kunnen volgens de benchmark zuiveringsbeheer maar ten dele worden verklaard. Geografische verscheidenheid, schaalgrootte en bevolkingsdichtheid spelen een rol.

Medebepalend voor de tarieven is ook in hoeverre een waterschap haar zuiveringscapaciteit op de toekomst heeft afgestemd. In zuiver Nederlands betekent dit naar mijn gevoel dat je een hoger tarief betaalt in een gebied waar een waterschap wellicht te weinig heeft opgelet en ineens voor grote investeringen staat.

Ik meldde al dat organisaties zich graag laten voorstaan op benchmarks. Ze willen transparanter en beter presteren.

Afgaande op hun bedrijfsvergelijking zuiveringsbeheer zit het met die openheid van de waterschappen wel goed. Nu nog de efficiency. De vervuiler mag wat mij betreft best blijven betalen, maar dan wel graag – waar ook in Nederland – ongeveer evenveel.

Tariefsverevening is gewenst. Een politiek aandachtpuntje. En als ze in Den Haag dan toch bezig zijn, laat ze dan ook nog eens goed nadenken over één tarief voor de gehele waterketen.

Laat de burger met andere woorden in één keer betalen voor riolering, waterzuivering en schoon drinkwater.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels