nieuws

Procedures EC leiden mogelijk tot een aardverschuiving in aanbestedingsrecht

bouwbreed

De afgelopen zomer is de Europese Commissie een reeks van procedures begonnen tegen verschillende EU-lidstaten, waaronder Nederland. Het doel van deze procedures is om de lidstaten te dwingen de EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten correct te laten naleven.

Vooral de tegen de Nederlandse en de Ierse autoriteiten aangespannen procedures zijn van belang gelet op de verstrekkende gevolgen die zij kunnen hebben voor de huidige aanbestedingspraktijk. Deze procedures spitsen zich toe op de reikwijdte van het EG-Verdrag inzake de interne markt. Meer in het bijzonder is de vraag welke verplichtingen voor overheidsopdrachtgevers uit het EG-Verdrag voortvloeien, indien de Europese aanbestedingsrichtlijnen niet van toepassing zijn.

Aan de Nederlandse autoriteiten is verzocht om tekst en uitleg te geven over een onderhandse gunning van huisvuilcontainers door de gemeente Assen. Medio 2002 verwierf de gemeente Assen 6.000 nieuwe huisvuilcontainers. De geschatte waarde hiervan bedroeg 150.000 euro.

Aangezien deze waarde beneden de drempelwaarde van de richtlijn Leveringen ligt, werd afgezien van een Europese aanbesteding. Wèl werden vijf bedrijven benaderd met het verzoek een offerte uit te brengen. Daarvan reageerden drie ondernemingen, waarvan aan één de opdracht werd gegund.

Naar de mening van de Europese Commissie is deze gang van zaken in strijd met het EG-Verdrag, meer in het bijzonder het beginsel van gelijke behandeling dat voortvloeit uit het verbod van non-discriminatie op grond van nationaliteit.

Er had kunnen worden gezorgd voor enige publiciteit om verschillende bedrijven in staat te stellen een offerte in te dienen en het contract te gunnen aan de beste offerte, om op die manier te garanderen dat overheidsgeld goed wordt besteed. Door deze publiciteit achterwege te laten, wordt naar de mening van de Europese Commissie in strijd met het EG-Verdrag gehandeld.

De Ierse kwestie betreft de onderhandse gunning van een contract met An Post (de nationale postdienst) voor de betaling van sociale uitkeringen. Deze opdracht valt niet onder bereik van de richtlijn Diensten. Naar de mening van de Europese Commissie laat dat echter onverlet dat de algemene verplichtingen uit hoofde van de EU-wetgeving, zoals niet-discriminatie, gelijke behandeling en transparantie, wèl van toepassing zijn.

In de optiek van de Commissie hadden de betrokken Ierse autoriteiten voor voldoende bekendmaking moeten zorgen om mededinging mogelijk te maken. De exact vereiste omvang en vorm van de bekendmaking hangen af van het soort diensten en de mate waarin er alleen regionale of nationale, of ook Europese gegadigden kunnen zijn.

Het contract met An Post bedroeg ongeveer 40 miljoen euro en had dus de belangstelling van een aantal dienstverleners buiten Ierland kunnen wekken. Een louter nationale bekendmaking was – naar de mening van de Commissie – dan ook onvoldoende.

De huidige aanbestedingspraktijk bij vele overheidsopdrachtgevers is dat uitsluitend het toepassingsbereik van de Europese aanbestedingsrichtlijnen in ogenschouw wordt genomen. Zijn de Richtlijnen niet van toepassing, dan wordt veelal volstaan met onderhandse opdrachtverlening, zonder dat daar enige publicatie aan voorafgaat.

Het standpunt van de Commissie, dat dit in strijd is met het EG-Verdrag, is niet nieuw maar grijpt terug op de Unitron Scandinavia- en Telaustria-arresten, die het Europese Hof van Justitie in 1999 en 2000 wees. In deze arresten gaf het Europese Hof reeds aan, dat uit het EG-Verdrag een zelfstandige verplichting tot transparantie en – dus – publicatie voortvloeit.

Publicatieplicht

Velen hebben voornoemde arresten voor kennisgeving aangenomen en de praktijk van onderhandse opdrachtverlening gecontinueerd. De Commissie maakt echter thans serieus werk van het sanctioneren van de publicatieplicht uit hoofde van het EG-Verdrag. De uitkomst van de procedures tegen Nederland en Ierland dient vooralsnog te worden afgewacht.

Mocht het Europese Hof van Justitie de lijn van de Commissie volgen, dan zal feitelijk sprake zijn van een vrijwel algeheel verbod van onderhandse opdrachtverstrekking door overheidsopdrachtgevers, uitgezonderd zeer kleine opdrachten en zeer specifieke gevallen.

Reageer op dit artikel