nieuws

Landelijk wonen moet ruimte krijgen

bouwbreed

den haag – De wens van veel mensen om landelijk te wonen moet worden gehonoreerd. Die conclusie trekken de schrijvers van een onderzoeksrapport van het Ruimtelijk Planbureau. Zij constateren een rurale idylle, die niet moet worden verward met een hang naar het echte platteland. Verruiming van de bouwmogelijkheden in landelijke gebieden is gewenst, menen zij.

De auteurs van het rapport Landelijk Wonen pogen de vrees te weerleggen dat dit zou leiden tot veel meer files en vernietiging van het landschap. “Het wonen kan worden gezien als de nieuwe economische drager van het platteland”, constateren zij. Want van de landbouw moeten de dorpen het niet meer hebben.

Om aan de vraag te kunnen voldoen, zouden er in landelijke gebieden 60.000 tot 130.000 huizen extra moeten worden gebouwd. De spanning op de woningmarkt zou daarmee afnemen en dorpen een sociale en economische impuls geven.

Meestal blijkt het niet te gaan om een verhuisbehoefte richting het echte, afgelegen platteland, maar is er een voorkeur voor “een soort pseudoplatteland; een woonomgeving met landelijke kenmerken zoals sociale veiligheid, rust, verkeersveiligheid en de aanwezigheid van groen”. Aan dergelijke woonmilieus is vooral in de directe omgeving van de steden behoefte.

Er bestaan tegelijk ook plattelandsbewoners die naar de stad willen. Door hun wensen te verrekenen met die van de naar het buitengebied hunkerende stedelingen, komt het RPB tot het saldo van de genoemde extra bouwprestatie.

Landelijk wonen voor stedelingen wordt mogelijk gemaakt door de toegenomen mobiliteit. Het officiële overheidsbeleid is dat daartegen een dam moet worden opgeworpen. Maar het effect van de trek naar landelijke gebieden op de automobiliteit is geringer dan gedacht, menen de rapportschrijvers.

Een flink deel van de stedelingen rijdt namelijk ook al veel auto, zo stellen zij vast. Bewoners van Vinex-locaties zitten al ruim boven het landelijk gemiddelde. Verder blijkt in landelijk gebied niet altijd en door iedereen meer te worden gereden. Wanneer verder wordt gekeken dan alleen het woon-werkverkeer, zou zelfs een “bijna neutraal” beeld ontstaan.

De vraag naar woningen in Nederland blijft overwegend gericht op respectievelijk “stedelijk, suburbaan en pseudolandelijk wonen”, meldt het RPB geruststellend. De behoefte aan echt landelijk wonen is, hoewel de vraag groter is dan het aanbod, relatief beperkt. De angst dat het platteland dichtslibt met bebouwing als de teugels zouden worden gevierd, wordt daarom ongegrond gevonden.

De schade van de extra nieuwbouw aan het landschappelijk beeld kan volgens het RPB tot een minimum beperkt blijven. Zaak is daarbij wel dat het aantal woningen geleidelijk groeit, wordt onderstreept. Verder zijn hoge eisen gewenst op het gebied van ontwerp en inpassing in de omgeving. Het zicht op suikertaarten en witte schimmel verdwijnt daarmee.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels