nieuws

De infrastructuur van het particulier opdrachtgeverschap

bouwbreed

In de Nota wonen staat het voornemen dat voor de jaren na 2005 ongeveer 30 procent van de nieuw te bouwen woningen in particulier opdrachtgeverschap wordt gerealiseerd. Een nieuw geluid in ons landje met zo�n rijke traditie van institutionele woningbouw. Op dit moment ligt het percentage dat in particulier opdrachtgeverschap wordt gebouwd op circa 15 […]

In de Nota wonen staat het voornemen dat voor de jaren na 2005 ongeveer 30 procent van de nieuw te bouwen woningen in particulier opdrachtgeverschap wordt gerealiseerd. Een nieuw geluid in ons landje met zo�n rijke traditie van institutionele woningbouw. Op dit moment ligt het percentage dat in particulier opdrachtgeverschap wordt gebouwd op circa 15 procent. Bij het huidig niveau van woningproductie zijn dat nog geen 10.000 woningen per jaar. Stel nu eens dat de woningproductie weer aantrekt, dan zal blijken dat het ontbreekt aan een infrastructuur om de jaarproductie van 25.000 woningen in particulier opdrachtgeverschap te realiseren.

Voor alle duidelijkheid zij nog eens gezegd dat het bij particulier opdrachtgeverschap om opdrachtgevers die handelen uit een eigen woonbelang.

Bij het bevorderen van particulier opdrachtgeverschap speelt de gemeente een grote rol. Met name grote gemeenten zien veel beren op de weg. Hun houding is te kenschetsen als defensief: kavels worden mondjesmaat beschikbaar gesteld, het bouwbesluit dekt de bouwtechnische kant af en in geval van nood trapt welstand op de rem. Zo wordt het nooit wat Volgens mij moet deze defensieve houding zoveel mogelijk omgebogen worden naar een offensieve rol.

Temporiseren

In de eerste plaats moeten er voldoende kavels beschikbaar komen. Om particuliere opdrachtgevers aan een kavel te helpen is het idee geopperd om een deel van de voor de woningbouw bestemde grond te veilen. De markt bepaalt dan de prijs, is de gedachte. Echter zonder rekening te houden met de doelstelling van de veilingmeester.

Is zijn streven zo hoog mogelijke prijzen te genereren, dan adviseer ik het veilinghuis om het aanbod zoals dat heet, te temporiseren. Of, en ik dacht dat het daarom ging, gaat het om het bouwen van woningen. In dat geval moet de veilingmeester zich realiseren dat alle geld dat aan de kavel wordt besteed niet meer aan het huis kan worden besteed. In dat geval kan de veilingmeester dus beter matigen en in een markt kan dat alleen door het aanbod aan kavels te vergroten.

Op het eerste gezicht lijkt dan of er geld blijft liggen maar in werkelijkheid wordt het anders besteed. Het geld komt terug in de vorm van bestedingen bij onder andere het bouwbedrijf en al die andere bedrijven die in hun kielzog opereren. Maar het komt ook terug in de vorm van meer belastingopbrengsten. Kortom, de grond rendeert. In de tweede plaats moet nog duidelijk worden, daar waar het gaat om 30 procent van de woningproductie, om welk percentage van de grond het zal gaan. En wie neemt welk deel van de grondkosten voor z�n rekening neemt en hoe worden de kosten vervolgens omgeslagen. Ook projectontwikkelaars vragen daar terecht duidelijkheid over.

Maar er moet nog meer gebeuren. En vooral gemeenten hebben nog een heel traject voor de boeg. Waar gemeenten nu doorgaans met weinig grote opdrachtgevers zaken doen, zullen zij zich moeten opmaken voor het bedienen van een groot aantal kleine opdrachtgevers. Dat betekent dat ze zich zullen moeten instellen op het aanreiken van kaders in plaats van het voeren van onderhandelingen. Zie daar de gemeentelijke regie rol.

Ook architecten zullen een slag moeten maken. Zij zullen de particuliere opdrachtgever moeten zien te overtuigen van hun meerwaarde en zullen hun product tegen een scherpe prijs moeten aanbieden. En misschien dat ook opleidingsinstituten hun studiepakketten eens moeten �updaten�. Kortom: er is volop werk aan de winkel.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels