nieuws

Bouwsector put hoop uit verzoendag

bouwbreed Premium

den haag – Hoop gloort binnen de bouw na de verzoendag dinsdag. Dat drie ministers bereid zijn geweest hun nek uit te steken, doet de aannemers goed. Ongelovige Thomassen als zij zijn, wordt hun enthousiasme getemperd door scepsis over de uitvoering.

Na afloop van het verzoeningscongres werd er druk nagepraat in de wandelgangen van het Haagse Congrescentrum. De drie ministers, Brinkhorst, Peijs en Dekker, hadden dan ook meer dan voldoende stof tot discussie gegeven.

“Het begin van een nieuw tijdperk in de bouw”, noemt het AVBB het congres enthousiast. Het kabinet wil een mentaliteitsverandering en een nieuw elan. Positief is daarbij ontvangen dat die twee zaken niet alleen gelden voor de bouw, maar ook voor de overheid zelf.

“Het besef is doorgedrongen dat decennia lang prijsconcurrentie de bouwsector geen goed heeft gedaan. En daar hebben de opdrachtgevers ook last van”, klinkt het uit diverse monden.

Zoals professor André Dorée duidelijk maakt in een boekje dat is verschenen ter gelegenheid van het congres, is de prijsdruk een belangrijke oorzaak van het geringe innovatieve vermogen van de bouw. Door de prijsdruk is sturen op kosten leidend in de, waardoor innovaties beperkt blijven tot het bouwproces en nauwelijks tot het bouwproduct.

Bouwned-directeur Jan van Tuinen vindt het dan ook een goede zaak dat er verbaal in ieder geval overeenstemming lijkt te over toepassing van nieuwe contractvormen waarbij samenwerking voorop staat. Ook meer kijken naar de kosten gedurende de hele levensfase van een bouwwerk in plaats van alleen maar naar de investering, kan zijn instemming krijgen. Innovaties in het bouwproduct worden daardoor aantrekkelijker.

Het betekent tevens dat er gekeken zal moeten worden naar andere financieringsvormen of dat de manier van boekhouden van de overheid moet veranderen. Anders dan gemeenten kent het Rijk geen kapitaaldienst, waardoor niet uitgegeven geld in één jaar wegvloeit naar minister Zalm.

De vele voorstanders van publiek-private samenwerking en private financiering van publieke projecten toonden zich gecharmeerd van de ministeriële woorden, die aangaven dat binnen het kabinet het besef is doorgedrongen dat de overheid niet alles zelf behoeft te betalen. Vaak is een relatief kleine bijdrage voldoende om benodigde investeringen op gang te brengen.

Toch klonken ook de nodige reserves door. Dat de ministers Peijs en Dekker een bovengemiddelde kennis van de bouw hebben, dat verbaasde niemand. Brinkhorst is voor iedereen een aangename verrassing gebleken. “De ministers begrijpen het nu. De vraag is echter of het snel genoeg doordringt naar lagere regionen in de ambtelijke wereld. Gebeurt dat niet, dan zal er van de uitvoering weinig terechtkomen”, zegt een bestuurslid van een grote bouwer. Als kenner van het ambtelijke apparaat heeft hij er dan ook alle begrip voor dat minister Brinkhorst een termijn van vier jaar noemt voordat alles zo werkt als de ministers het nu in hun hoofd hebben.

Echte teleurstelling viel slechts te beluisteren bij de vakbonden. “Het woord werknemers is slechts twee keer gevallen”, zegt de vice-voorzitter van de Hout- en Bouwbond CNV Gijs Wildeman met enige bitterheid in de stem.

In zijn visie is mentaliteitsverandering binnen de bouw net zo hard zo niet harder een zaak van werknemers. Hij is er dan ook warm voorstander van dat de bouwbonden in de onafhankelijke Regieraad zitting krijgen.

�Politiek begrijpt het,

nu de uitvoering nog�

Reageer op dit artikel