nieuws

Aanpak vervuiling onderdeel rivierverruiming

bouwbreed Premium

den haag – In het het project Ruimte voor de rivier wordt rekening gehouden met het gevaar dat giftige stoffen in de rivierbodem aan de oppervlakte komen. De waarschuwing van prof. P. Nienhuis dat de maatregelen om een hoge afvoer van de Rijn de baas te kunnen op een ecologische misser dreigen uit te draaien, is al onderkend.

Dat meent ir. J. Dijkman, specialist hoogwaterbeheer bij het Waterloopkundig Laboratorium in Delft.

Nienhuis sprak zijn waarschuwende woorden in zijn afscheidsrede vanwege zijn pensioen. De Nijmeegse hoogleraar milieukunde ziet meer in dijkversterking en het bij hoge rivierstanden op een kier zetten van de Deltadammen.

Nienhuis meent ook dat opnieuw naar de mogelijkheid van een verdere dijkverhoging moet worden gekeken. Dit gaat echter in tegen het beleid dat sinds de dreigende watersnood in de jaren negentig is geformuleerd. Dit behelst op de eerste plaats de rivier meer ruimte te geven, zodat de dijken de huidige hoogte kunnen houden.

Daarvoor moet heel wat worden gegraven en gebaggerd, weten zowel Nienhuis als Dijkman. Volgens Nienhuis wordt het probleem van het vervuilde slib daarbij ernstig onderschat. Door de extreme watervervuiling in de vorige eeuw, zitten er sliblagen onder de oppervlakte die, als ze bovenkomen, onverwijld moeten worden gesaneerd. Gifgrond klasse 4: het ergste soort.

Dijkman erkent dat de aanpak van vervuilde uiterwaarden een flinke som geld zal kosten. “Als bij het afgraven vervuilde lagen worden blootgelegd, moeten die worden afgedekt met schone grond of worden gesaneerd”, geeft hij aan. “Maar het alternatief: ze laten zitten, betekent dat je toekomstige generaties ermee opzadelt. Het is de vraag of je dat moet willen.”

Extra afvoer door de Deltadammen op een kier te zetten, zoals Nienhuis voorstelt, heeft het meeste effect in het benedenstroomse gebied. Dijkman wijst erop dat de risico�s op een dijkdoorbraak die zich bij het hoogwater in 1995 voordeden, juist landinwaarts speelden. “De invloed van extra afvoer via de Deltadammen zou daar minimaal zijn. Als je de rivierstand bij Gorkum een halve meter zou kunnen verlagen, is het effect zo�n 50 kilometer stroomopwaarts uitgewerkt. In de Ooijpolder merken ze er niets van. En Bij Ochten, waar de dijk dreigde door te breken, zou het misschien 10 centimeter hebben gescheeld. Dat is een druppel op een gloeiende plaat.”

Ingewikkeld

Woordvoerder W. Elissen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat wijst op het risico dat vervuild slib de zee instroomt wanneer de Deltadammen worden geopend. Het ministerie is het, blijkt uit zijn woorden eens met Nienhuis dat de bodemvervuiling de rivieraanpak tot een ingewikkeld probleem maakt.

De besluitvorming is er, geeft de waterstaatswoordvoerder aan, op gericht te komen met een samenhangend pakket maatregelen waarin alle aspecten zijn meegewogen. Er moet recht worden gedaan aan uiteenlopende zaken als veiligheid, ruimtelijke kwaliteit, kosten en bodemsanering. “Je kunt niet aankomen met eendimensionale oplossingsrichtingen”, weet hij.

Reageer op dit artikel