nieuws

Inschrijvers mogen rekenen op een gelijke behandeling

bouwbreed Premium

Overheidsopdrachtgevers die een opdracht via een aanbestedingsprocedure op de markt zetten, dienen inschrijvers op gelijke voet te behandelen. Dit geldt ook indien geen verplichting tot aanbesteding bestaat, maar de overheidsopdrachtgever niettemin voor het volgen van een aanbestedingsprocedure kiest.

Door vooraf niet aan alle inschrijvers dezelfde helderheid te verschaffen over de gunningscriteria, handelt de overheidsopdrachtgever in strijd met het beginsel van gelijke behandeling.

Zo oordeelde de Hoge Raad onlangs in een procedure tussen een ziekenfonds en een groothandelaar in medische hulpmiddelen.

Wat was het geval. Het ziekenfonds had met het oog op de verstrekking van incontinentieproducten aan ziekenfondsverzekerden overeenkomsten met vijf leveranciers gesloten. Begin 2000 besloot het ziekenfonds echter een nieuwe koers in te zetten. Het was thans de bedoeling overeenkomstig de richtlijn Leveringen (93/36/EEG) één leverancier te selecteren voor de levering van wasbare onderleggers.

De vijf leveranciers worden van de nieuwe plannen op de hoogte gesteld, waarna zij op verzoek van het ziekenfonds een offerte uitbrengen. De offerte van de groothandelaar is kennelijk niet aantrekkelijk genoeg en de opdracht wordt aan een andere inschrijver gegund.

De groothandelaar is het niet eens met de gunning en spant in dat kader een procedure aan stellende dat hij niet in de gelegenheid is geweest een deugdelijke offerte uit te brengen. Hij voert daarbij aan dat het ziekenfonds verzuimd heeft de bij de beoordeling van de offerte te hanteren gunningscriteria vooraf kenbaar te maken.

Ook meent hij dat het ziekenfonds heeft nagelaten hem te informeren met betrekking tot de omvang van de offerte, namelijk ten aanzien van de hoeveelheid te leveren materialen, looptijd en leveringstermijnen. Niet wordt aangevoerd dat hij slechter is behandeld dan de andere aanbieders; het bezwaar is juist dat hij dat niet weet en ook niet kan weten, aangezien de gevolgde aanbestedingsprocedure op het punt van transparantie niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet en daarmee de gelijke behandeling van inschrijvers niet langer gewaarborgd is.

In cassatie blijft onbestreden dat het ziekenfonds is aan te merken als een aanbestedende dienst in de zin van de richtlijn Leveringen alsmede dat de omvang van de opdracht onder de drempelwaarde van de richtlijn Leveringen ligt.

De Hoge Raad oordeelt dat de omstandigheid dat het ziekenfonds, hoewel de richtlijn Leveringen hem daartoe niet verplichtte, heeft gekozen voor een aanbestedingsprocedure, met zich brengt dat het fonds gehouden is zich te gedragen overeenkomstig de in de precontractuele fase geldende maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Dit betekent in een aanbestedingsprocedure dat de verschillende gegadigden gelijk dienen te worden behandeld. Door enerzijds een inschrijver niet in staat te stellen een deugdelijke offerte uit te brengen en anderzijds de opdracht aan een andere inschrijver te gunnen, handelt het ziekenfonds in strijd met het door hem te betrachten gelijkheidsbeginsel.

De conclusie is dat overheidsopdrachtgevers zich steeds bewust dienen te zijn van deze gelijke behandeling van inschrijvers, ook indien zij de opdracht vrijwillig onder de werkingssfeer van de aanbestedingsrichtlijnen brengen.

Reageer op dit artikel