nieuws

Friese kunst en Frans landschap hand in hand

bouwbreed

oranjewoud – Landgoed Oranjewoud krijgt een nieuw gezicht. Het noordelijke deel van deze smaragd in het Friese landschap wordt teruggebracht in de Franse barokstijl die het buiten in de zeventiende eeuw kenmerkte. Aan de rand verrijst het eerste museum voor Friese schilderkunst.

Auke Boersma zet zijn auto aan de kant, haalt een plattegrond uit zijn tas en vouwt die uit op het dashboard. “Landgoed Oranjewoud”, zegt de projectleider van Staatsbosbeheer regio Friesland. Zijn wijsvinger glijdt over de kaart. “Hier in het zuiden staat het landhuis en links daarvan, naar het noorden dus, komt het museum. Daar tussenin brengen we de contouren van het landgoed zoveel mogelijk terug in de oorspronkelijke staat.”

Om de plannen waar te maken, hebben de gemeente Heerenveen, de stichting Museum Belvédère en Staatsbosbeheer de handen ineengeslagen. De stichting ijvert al vijftien jaar voor een ruimte waar voornamelijk Friese schilders hun werk kunnen exposeren. Want ondanks het feit dat Friesland getalenteerde beeldend kunstenaars herbergt, hebben zij nog steeds geen eigen museum.

Zoals Belvédère jarenlang rondliep met het museumidee, zo bestonden bij Staatsbosbeheer al geruime tijd plannen om het landgoed in oude luister te herstellen.

De gemeente Heerenveen ten slotte zocht naar mogelijkheden om een groen uitloopgebied in te richten voor de bewoners van de nieuwe wijk Skoatterwâld. Met de herinrichting van Oranjewoud zijn deze drie op het oog losse belangen aaneengesmeed tot een gezamenlijk belang.

Boersma steekt zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken. “Dit wordt niet alleen aantrekkelijk voor de mensen in Skoatterwâld, dit wordt een toeristische trekpleister.” Met een gebaar in de richting van het immense gebied: “Het kan bijna niet anders. De prachtige omgeving en dan dat museum. Het wordt gegarandeerd een succes. Kom hier over een jaartje nog maar eens kijken.”

De geschiedenis van het landgoed is al net zo luisterrijk als de toekomst die Boersma verwacht. Prinses Albertina Agnes (1634-1696), weduwe van stadhouder Willem Frederik van Friesland en stammoeder van de koninklijke familie, liet in 1676 Oranjewoud aanleggen. “Als je een paar centen had te besteden, dan was een optrekje op een fraai landgoed natuurlijk erg aantrekkelijk”, glimlacht Boersma. En aan geld had de prinses geen gebrek.

Om haar plannen te verwezenlijken deed ze een beroep op de tuinarchitect Daniël Marot. Deze Fransman was opgeleid in zijn vaderland en liet zich inspireren door bijvoorbeeld de beroemde baroktuin bij het paleis van Lodewijk XIV in Versailles.

In Oranjewoud leefde Marot zich uit in deze zogenaamde Franse landschapsstijl, die wordt gekenmerkt door strakke lijnen. Zo had Oranjewoud een Grand Canal dat in een rechte lijn het landschap doorkliefde en zichtlanen met eikenbomen zover het oog reikt.

De situatie veranderde geleidelijk. Al in de achttiende eeuw verloren baroktuinen aan populariteit. Oranjewoud werd, door de inmiddels nieuwe eigenaren, nog onderhouden. Maar uiteindelijk werd het oorspronkelijke ontwerp ingrijpend gewijzigd.

Het barokke landschap maakte plaats voor een frivoler park in de Engelse landschapsstijl. Daarmee gingen de strakke vormen uit het ontwerp van de Fransman verloren, want de Engelse tuinarchitectuur probeert de indruk te wekken van een natuurlijk landschap en bedient zich van licht glooiende grond, kronkelpaadjes en een enigszins meanderend kanaal.

Marots schepping ging verder teloor toen in de twintigste eeuw een deel van de noordelijke aanleg in gebruik werd genomen als landbouwgrond.

“Nou ja”, relativeert Boersma, “toch is er voor de kenner nog veel van het werk van Marot te herkennen.” Hij klimt uit zijn auto en loopt door de drassige grond naar de plek waar momenteel de funderingen voor de toonzaal worden gelegd. “Dit hier is het Grand Canal. Als je goed kijkt zie je in de verte het landhuis liggen. Het kanaal loopt in een rechte lijn vanaf het gebouw naar het noorden. Het strakke in het oorspronkelijke ontwerp is nog goed te zien, ook al staan er nu struiken langs de oevers en zijn de kanten niet meer zo gaaf. Binnenkort halen we de begroeiing weg en herstellen we de oorspronkelijk strakke belijning van het Grand Canal. Het ontwerp voorziet in flauw oplopende oevers met wandelpaden. Dat zijn nieuwe elementen.”

De plek waar de toonzaal verrijst, ligt net buiten het eigenlijke landgoed. “Het plan voor een museum werd toegejuicht, maar we waren het er al snel over eens dat het niet binnen het oorspronkelijke park mocht komen. De vraag was hoe we het museum moesten inpassen.” Michael van Gessel, de landschapsarchitect die voor de herstelwerkzaamheden is aangetrokken, bracht uitkomst.

“Zijn grote vondst is het toevoegen van een vierde kamer aan het landgoed. Buiten de oorspronkelijke grenzen komt het museum nu op twee nieuwe eilanden. Een oplossing waarin alle partijen zich volledig kunnen vinden.”

Daarnaast werd het ontwerp van het museum, van architect Eerde Schippers, juichend ontvangen vanwege de bijzondere vormgeving. De toonzaal ziet eruit als een 100 meter lang vierkant met gevels van Duitse basaltsteen. Het komt over het Grand Canal te liggen. “Het oogt net zo strak als het omringende landgoed”, zegt Boersma als hij langs de funderingen loopt. “En wat ik heel erg mooi vind, is dat op het punt waar het gebouw het water kruist wanden van glas komen. Daarmee heeft de architect ervoor gezorgd dat de zichtlijn vanaf het landhuis niet wordt onderbroken.”

Voordat Boersma in zijn auto stapt, kijkt hij om zich heen. Wijst op een dikke boomstam die aan de kant ligt. “Die moest wijken. Tsja, hij paste niet in het ontwerp. Jammer, maar het kon niet anders. Er komt veel moois voor terug.”

�Dit wordt niet alleen aantrekkelijk voor de mensen in Skoatterwâld�

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels