nieuws

Immobilisatie verontreinigde grond wint terrein

bouwbreed

den haag ­ Verontreinigde grond en bagger kunnen worden gereinigd, gestort of bewerkt voor hergebruik. De derde mogelijkheid, immobilisatie van de verontreiniging door een fysisch­chemische bewerking van de grond, wint terrein. Koud mengen met cement en andere bindmiddelen is relatief goedkoop. Het resultaat is een grondstof die voldoet aan de eisen van het Bouwstoffenbesluit en dus als bouwmateriaal mag worden toegepast.

Immobilisatie kent voor­ en tegenstanders. De tegenstanders vinden het onbegrijpelijk dat de verontreiniging verder verspreid mag worden en dat de bouwstoffen zelf niet meer als verontreinigd worden beschouwd. Bij immobilisatie gaat het meestal om anorganische stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu, zoals zware metalen. Zij zijn in het milieu terecht gekomen door lozingen van fabrieken, gebruik van bestrijdingsmiddelen en andere oorzaken, zoals de diffuse verspreiding van zink van dakgoten en koper van waterleidingen. De gevolgen zijn ernstig: afwijkingen en ziekten bij planten en dieren, risico’s voor de gezondheid van mensen. Om van het probleem af te komen zou de lozing van de gevaarlijke stoffen (ook de diffuse lozing) moeten stoppen en alle reeds vervuilde grond en bagger gereinigd moeten worden. In de praktijk lijkt dat niet haalbaar, vanwege de kosten en de omvang van het probleem. De meeste vervuilde grond en slib blijft dan ook liggen of wordt naar een gecontroleerde stortplaats gebracht. De grote lozingen van fabrieken zijn gestopt, maar de diffuse lozingen blijven bestaan.

Oplossing

De voorstanders van immobilisatie zien de verspreiding van de gevaarlijke stoffen in bouwstoffen niet als een probleem, maar als een oplossing van twee andere problemen. Aan de ene kant kan de verontreinigde grond of bagger aan een nieuw leven beginnen als volgens de wet ongevaarlijke bouwstof, aan de andere kant zijn er minder primaire grondstoffen nodig, zoals zand en grind. De maatschappelijke bezwaren tegen de winning van primaire grondstoffen maakt het moeilijk ermee door te gaan.

Centrum

Vijf jaar geleden richtte het bedrijfsleven het Centrum voor Immobilisatie (CIM) op. Het wordt gefinancierd door de Nederlandse Vereniging van Immobilisatie Producenten (NVIP), de Vereniging Nederlandse Cementindustrie (VNC) en de Novem. De CUR in Gouda stelt faciliteiten beschikbaar. Het CIM richt zich op de ontwikkeling van kennis, regelgeving, kwaliteitsborging, promotie van de techniek en overdracht van kennis. Het CIM heeft nu een handboek samengesteld met informatie over koude immobilisatie, aan de hand van concrete projecten. Th.A.M. Meijer, voorzitter van het CIM, overhandigde het boek ‘Bouwstoffen door immobilisatie’ afgelopen dinsdag aan staatssecretaris Van Geel van VROM, die kort geleden nog afraadde om immobilisatie gelijkwaardig te stellen aan reiniging. In december heeft de Tweede Kamer echter bij amendement de gelijkwaardigheid opgenomen in het Landelijk Afvalstoffenbeheer Plan (LAP). Bij de overhandiging van het handboek zegde Van Geel toe ook de positie van immobilisaten in het Bouwstoffenbesluit te zullen bekijken. Bovendien laat hij een ambtenaar van VROM zitting nemen in het CIM. Het lijkt erop dat de politieke weerstand tegen het immobiliseren van verontreinigingen in grond en bagger verzwakt. De argumenten voor immobilisatie komen dan ook sterk over. Hergebruik staat hoog op de ladder van duurzaamheid.

Gezondheidsrisico’s

Uit het handboek blijkt dat het grootste verschil tussen immobiliseren, reinigen of storten bestaat uit het landgebruik. Storten vraagt veel ruimte, reinigen een beetje en immobiliseren geen. Daar staat tegenover dat storten relatief gunstig is met het oog op de gezondheidsrisico’s voor mens en natuur. Voor wat betreft het broeikaseffect, de ozonlaag en andere thema’s is er weinig verschil tussen de drie mogelijkheden. Inmiddels is ruime ervaring opgedaan met immobilisatie in de praktijk. Het eerste hoofdstuk van het handboek biedt een beknopte weergave van de huidige kennis. Hij is vooral gericht op de productie en de toepassing van het immobilisaat, in een fabriek of ter plekke. De economische aspecten en de invloeden op het milieu zijn ook uitgewerkt. Veel minder aandacht is er voor de controle op de lange termijn. Een bijlage gaat weliswaar in op vormvastheid, erosie door de wind, vriezen en dooien, nat worden en drogen, maar hoe de werken gemonitord worden en op welke manier ingegrepen moet worden als de gevaarlijke stoffen toch vrij zouden komen, ontbreekt. En dat zijn nu net de punten waar de tegenstanders zich zorgen over maken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels