nieuws

‘Nog nooit zo’n oud schip geborgen’

bouwbreed Premium

utrecht ­ Met een 500 tons hydraulische kraan hijst machinist R. den Hartog van Mammoet het Romeinse schip uit de opgravingsput in het Utrechtse stadsdeel Leidsche Rijn. ‘Die kraan kan ‘m makkelijk hebben’, zegt een van de omstanders in het publiek. ‘Die lacht erom.’

Applaus klinkt. Klokslag half 11 ligt het 1800 jaar oude vaartuig inclusief stalen transportkooi op de dieplader. De vracht van zo’n 22 ton vervolgt haar weg over de A2 naar de Energiehaven in Utrecht en via het Amsterdam­Rijnkanaal op een ponton naar het gebouw van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) in Lelystad. Hier wordt het de komende jaren geconserveerd.

‘Deze kraan is zelfs iets te groot voor dit klusje’, zegt Den Hartog. Voor hem maakt het niet veel uit wat erin hangt. ‘Of het nu een Romeins schip is of een transformator van 150 ton. Daar moet je ook heel voorzichtig mee zijn.’ Zeker met dit soort kranen, de AC500­1 is een van de grootste mobiele kranen van Nederland, is het elke keer iets anders wat gehesen moet worden. ‘Voor die jongens is het dagelijkse praktijk’, zegt projectmanager K. van Aarle van Mammoet. En hoewel het bedrijf is gespecialiseerd in bergingen (herinner de succesvolle Koersk­berging), moet ook Van Aarle toegeven: ‘Zo’n oud schip hebben we nog nooit geborgen.’

Intact

Het schip, dat volgens archeologen het meest complete exemplaar is dat ooit is gevonden ten noorden van de Alpen, is bij toeval ontdekt in 1997 tijdens graafwerkzaamheden van Ballast Nedam Leidsche Rijn. Het vaartuig van 24,6 lang, 2,7 meter breed en een gewicht circa 8 ton, was nog helemaal intact.

Door bouwactiviteiten elders werd zuurstofrijk grondwater uit de omgeving aangetrokken. Hierdoor zou het schip, dat al bijna 2000 jaar in de grond had gelegen, binnen enkele jaren gaan rotten. Opgraven en bergen bleek de enige optie. ‘De kwaliteit van het hout is vrij slecht’, vertelt F. Scheffer, projectcoördinator van Ballast Nedam. ‘Je kunt het vergelijken met een Deventerkoek van 24,5 meter die elk moment uit elkaar kan vallen.’

Een prefab vervaardigd stalen skelet van totaal 26 meter lang is over het schip heen geplaatst. Tijdelijke houten steunconstructies houden de boorden overeind, waar later een stalen frame overheen is geplaatst.

Daarna zijn 180 stalen U­balkjes één voor één onder het schip door geschoven. Scheffer: ‘Deze balkjes nemen de taak van de klei over waar het schip op lag.’ Omdat het schip in een verwrongen stand ligt, heeft de stalen transportbodem exact het gewelfde profiel als de bodem van het schip. De U­balkjes zijn daarna een voor een met metalen strips vastgelast aan de kooiconstructie, zodat er een stijf en onvervormbaar geheel ontstond.

De berging en het transport heeft donderdag de hele dag in beslag genomen.

Reageer op dit artikel