nieuws

‘Juridische strijd kan wel vijf jaar duren’

bouwbreed Premium

den haag ­ Zelfs als de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) geen nieuwe bouwfraudezaken meer boven tafel tilt, kan de afwikkeling van de reeds opgemaakte rapporten nog jaren in beslag nemen.

Bouwbedrijven die inmiddels ‘in staat van beschuldiging’ zijn gesteld door de mededingingsautoriteit, mogen zich verweren. Zijn er eenmaal boetes uitgedeeld, dan kunnen aannemers bovendien beroep aantekenen en vervolgens nog eens in hoger beroep gaan. “Dat zijn in de regel geen korte procedures. In het slechtste geval zijn we nog vijf jaar aan het procederen”, vreest waarnemend directeur­generaal René Jansen van de NMa. Jansen constateert dat ook in de voorfase van het onderzoek veel procedurestrijd wordt gevoerd. “Elke stap die we zetten, moeten we rechtvaardigen. Bij bedrijfsbezoeken is doorgaans één van onze mensen de hele dag in discussie met advocaten over onze bevoegdheden. Dat is op zich jammer en eigenlijk ook in tegenspraak met de wens van de bouw om snel schoon schip te maken. Wij leveren onze bijdrage daaraan, maar de aannemerij zelf nog niet echt. Aan de andere kant: men heeft recht op verdediging. Dat respecteer ik.” Dat veel bouwbedrijven klagen over de werkwijze van de NMa, neemt Jansen voor lief. Hij benadrukt dat de kartelpolitie zeker niet over één nacht ijs gaat alvorens een bedrijfsinval te doen. “Een bedrijfsbezoek wordt zeer zorgvuldig voorbereid. Zo’n actie wordt logistiek uitvoerig gepland. Dat gaat zo ver dat we van tevoren al weten wie we willen spreken en welke laptop we willen inzien. Een zorgvuldige afweging en voorbereiding is nodig, want je grijpt toch stevig in. Tegelijkertijd kunnen we niet naïef zijn. We kunnen niet wachten tot de directeur tijd heeft ons te ontvangen, of tot de advocaten na uren reistijd eenmaal gearriveerd zijn. Niet zelden zien we dat tussen het moment van binnenkomst en daadwerkelijk onderzoek pogingen zijn gedaan om bijvoorbeeld emails te verwijderen.”

Tevreden

De NMa doet nu al ruim een jaar onderzoek naar onregelmatigheden in de bouw. Bent u eigenlijk tevreden over de resultaten tot dusver? “Ik zou tevreden zijn als het bouwkartel niet zo grootschalig zou zijn geweest. Maar toen we met ons onderzoek begonnen, wisten we niet of we überhaupt wat zouden vinden. De vrees bestond dat er zou zijn opgeschoond. Maar we hebben bewijzen gevonden en treffen nog steeds zaken aan. Dus in die zin ben ik wel tevreden.” Uiteindelijk zullen slechts enkele bedrijven worden bestraft. Is dat wel eerlijk? “Er zijn bouwers die de wet hebben overtreden, maar niet gepakt zullen worden, ja. Dat is echter geen reden om iedereen vrij te stellen. Dat zou ondermijning van de rechtstaat zijn. Het is nu eenmaal ondenkbaar dat we alles onderzoeken. Wij moeten wel prioriteiten stellen. Maar uiteindelijk zullen onze acties gevolgen hebben voor de hele sector. Een aantal grote bouwers wordt wellicht het meest getroffen, maar ook andere bedrijven gaan merken dat de cultuur verandert.” “De bouw moet accepteren dat ze ook komende jaren hoog op de lijst staat van sectoren die aandacht verdienen. Het effect moet zijn dat het spel van vraag en aanbod en concurrentie zijn werking kan doen. Vooral ook voor de afnemers. Het gaat over belastinggeld en maatschappelijk belangrijke zaken als de Noord­Zuidlijn. De bouw is belangrijk voor onze economie. Dus die sector moet schoon.”

Reageer op dit artikel