nieuws

Bouwstoffenbesluit niet toereikend

bouwbreed Premium

In Nederland zijn nieuwe ‘gifbelten’ in de maak. Op grote schaal maakt de bouw gebruik van bouwstoffen die fors zijn vervuild met gevaarlijke stoffen die vroeg of laat in het milieu terechtkomen. Volgens Hans Jager en Lucas Reijnders is het Bouwstoffenbesluit zeker niet toereikend om de problemen voor gezondheid en natuur binnen de perken houden. Voor zorgenvrije toepassing van materialen zijn scherpere ­ en lonende ­ maatregelen nodig.

In bakstenen, beton, grond voor funderingen en andere bouwstoffen worden allerlei vuile reststoffen verwerkt. Het zijn reststoffen van de verbranding van kolen, huisvuil en rioolwaterzuiveringsslib, en van de fabricage van metalen en fosfor. Ook bepaalde bijproducten van puinbrekers, bijvoorbeeld zeefzand dat nog al eens aanzienlijke hoeveelheden asbest en polycyclische aromaten bevat, en vervuilde grond komen in bouwstoffen terecht. De uitvoerende bouw past de aldus vervuilde bouwstoffen in grote hoeveelheden toe, vooral in civiele werken: geluidswallen, snelwegen, en nieuwe spoorlijnen, zoals de hoge­snelheidslijn.

Normen

Het gevaar van de vervuilde bouwstoffen is dat er toxische stoffen uit kunnen vrijkomen in bodem, grond­ en oppervlaktewater. Het gaat vooral om chroom, antimoon, beryllium, seleen, kobalt, nikkel, arsenicum, fluoride, vanadium, molybdeen, koper en zink. In grotere hoeveelheden zijn deze stoffen zeer schadelijk voor mens en natuur. Zo kunnen mensen slecht tegen arsenicum, beryllium, nikkel, antimoon en chromaat. Schapen zijn gevoelig voor koper, en koeien voor molybdeen. Veel planten zijn slecht bestand tegen een stijgende zinkconcentratie. Ook asbest, cloordioxinen en polycyclische aromaten kunnen in bouwstoffen aanwezig zijn. Om de problemen binnen de perken te houden is er een Bouwstoffenbesluit. De ervaring daarmee is zeker niet gunstig. De normen voor het vrijkomen van stoffen zijn te slap. Zij voorkomen niet dat de milieuvervuiling mettertijd kritische grenzen zal overschrijden. Daar komt nog iets bij. Wanneer normen met voeten worden getreden, kiest de overheid er steeds weer voor dat te billijken door de normen te verruimen of ontheffingen te geven. Zo is onlangs de ontheffing voor toepassing van bodemassen van vuilverbranders weer voor een aantal jaren verlengd, en is de norm voor de hoeveelheid asbest verruimd. Verder is de overheid van plan om vervuilde grond per 2004 vrij te stellen van eisen voor het uitlogen van onder meer antimoon, vanadium. seleen, molybdeen en fluoride.

Praktijkwaarnemingen

Ook de aanvullende beschermende maatregelen die het Bouwstoffenbesluit voorschrijft, geven problemen. Bij de toepassing van reststoffen uit huisvuilverbranders is bijvoorbeeld het ‘inpakken’ in bentoniet (een kleisoort met afdichtende werking) verplicht om uitloging van bezwaarlijke stoffen tegen te gaan. Uit praktijkwaarnemingen blijkt echter dat ‘inpakken’ maar korte tijd effectief is. De hoeveelheden chloride in de reststoffen zijn zo groot, dat ze de beschermende werking van bentoniet snel onklaar maken. Het gevolg van dit alles is dat er nu nieuwe ‘gifbelten’ in de maak zijn waarvan men zich later in deze eeuw zal afvragen hoe het mogelijk is dat het zover is gekomen. Dan de bodemvervuiling opruimen zal een veelvoud kosten van wat nu nodig is om de problemen in de kiem te smoren. Het roer moet dan ook beslist om. Bouwstoffen moeten zodanig worden vervaardigd en, zo nodig, behandeld dat het vrijkomen van noemenswaardige hoeveelheden bezwaarlijke stoffen wordt vermeden. De hoeveelheid bezwaarlijke stoffen in zeefzand van puinbrekers wordt drastisch beperkt als er echt selectief wordt gesloopt. Met een statiegeldsysteem voor inzameling van batterijen en geïmpregneerd tuinhout gaat de hoeveelheid gif in de reststoffen van vuilverbranders flink omlaag.

Integraal

Toch nog vervuilde bouwstoffen moeten zodanig worden behandeld dat er geen noemenswaardige hoeveelheden bezwaarlijke stoffen meer uit vrijkomen. Wanneer de thans uitlogende elementen integraal worden ingebouwd in silicaatkristallen, dan kan men deze kristallen met een gerust hart verwerken in bouwmateriaal. Vervuilde bouwstoffen kunnen worden schoongemaakt door geforceerde mobilisering van bezwaarlijke elementen; technologiën zijn ruim voorhanden. De behandelingen kosten geld, maar slechts een fractie van wat later moet worden uitgeven aan bodemsanering. Het uitgangspunt voor het Bouwstoffenbesluit moet worden: zorgenvrije toepassing van de materialen die nu nog fors vervuild zijn. Daar heeft men tot in lengte van jaren plezier van. ‘Inpakken’ is maar voor korte tijd effectief

Reageer op dit artikel