nieuws

Turnkey-overeenkomst en de invloed van de opdrachtgever

bouwbreed

Wie betaalt, bepaalt, maar het omgekeerde hoort men ook: wie bepaalt, betaalt. Met het eerste wordt bedoeld, dat de betalende partij ook de meeste invloed zal hebben. Met het tweede wordt bedoeld, dat de degene die invloed uitoefende (los van de vraag hoe hij aan die invloed kwam) ook degene is, die alsdan aansprakelijk zal zijn, indien als gevolg van die invloed schade is ontstaan. In het bouwrecht doen beide gezegden zich gelden, maar in deze bijdrage wordt stilgestaan bij het tweede.

In het traditionele bouwmodel, dat voor wat de aannemingsovereenkomst vorm is gegeven in de UAV 1989, is in de relatie opdrachtgever en uitvoerder het ontwerp afkomstig van de opdrachtgever. Voor dat ontwerp draagt dan ook de opdrachtgever de verantwoordelijkheid (par. 5 lid 2). De gedachte, die aan deze verantwoordelijkheid ten grondslag ligt, is dat nu de invloed bij de opdrachtgever berust, ook de verantwoordelijkheid bij hem rust. Dus: wie bepaalt, betaalt. Dezelfde gedachte treft men aan in de UAV-GC 2000, waar bijvoorbeeld in par. 3 lid 1 wordt bepaald, dat de opdrachtgever er voor zorgt dat de opdrachtnemer tijdig over bepaalde informatie beschikt, en waar in het volgende lid wordt bepaald dat de opdrachtgever verantwoordelijkheid draagt voor deze informatie.

Verantwoordelijkheid

Arbiters volgen deze gedachte. Dat wil zeggen, zij onderzoeken of in een concreet geval de verantwoordelijkheid inderdaad daar wordt gelegd waar de invloed wordt uitgeoefend. Wordt op een overeenkomst een etiket geplakt, bijvoorbeeld het etiket turnkey-overeenkomst, dan zullen arbiters onderzoeken of overeenkomstig dat etiket gehandeld is. Dus: invloed op het ontwerp ligt daadwerkelijk bij de aannemer en de opdrachtgever gedraagt zich als een turnkey-opdrachtgever en is terughoudend geweest met invloed uitoefenen. Is niet volgens dat etiket, volgens die kwalificatie, gehandeld dan zal dat consequenties hebben voor de beoordeling van het geschil. Er wordt dan door het etiket als het ware heen geprikt, zodat uitgekomen wordt bij de werkelijkheid. Dit is een standaard manier van handelen. In een al weer wat oudere arbitrale uitspraak is een mooie illustratie van deze handelwijze te vinden. Het betreft een uitspraak uit 1993, gepubliceerd in BR 1993, p. 480, die de roepnaam ‘fout hout’ gekregen heeft. Het ging om de bouw van een overdekt zwembad met een saunagedeelte. De aannemer had het ontwerp verzorgd en gekozen voor hardhouten kozijnen. Op aanwijzing van de opdrachtgevende gemeente wordt dit gewijzigd in grenenhout van een bepaalde nauwkeurig omschreven kwaliteitsklasse. Helaas bleken de lijmverbindingen niet bestand tegen de hoge temperaturen en hechtte de verf onvoldoende. Wiens verantwoordelijkheid was dit nu? Arbiters komen allereerst met een gedragsregel inzake een turnkey-overeenkomst. Een dergelijk contract impliceert dat het werk aan de aannemer wordt overgelaten – ontwerp en uitvoering – en deze is (kan) daarvoor dan ook verantwoordelijk (zijn). Het past de opdrachtgever in dit model dat hij zich afzijdig houdt. Dat deed deze gemeente echter niet en daarom is de gemeente medeverantwoordelijk voor de foute keuze (medeverantwoordelijkheid, omdat de aannemer onder dit als het ware herleefde traditionele model had moeten waarschuwen voor deze keus).

Jet-grout

Onlangs, 12 juli 2002, nr. 21.357, dit najaar te publiceren in BR, heeft de Raad van Arbitrage weer een uitspraak gedaan, waarin een vergelijkbaar probleem speelde. Een gemeente, bijgestaan door een directieteam van architect en adviseurs, heeft voor een bouwput opdracht gegeven voor onder meer de realisering van een zogenoemde jetgrout-fundering. Bij het begin van het werk doet zich een calamiteit voor: bij het aanhakken raakte de jet-grout-wand lek en wordt de bouwput onder water gezet om uitspoeling te voorkomen. In het bestek wordt jet-grouten voorgeschreven en wordt de aannemer de plicht opgelegd een werkplan ter goedkeuring aan de opdrachtgever (dat wil zeggeneen adviesbureau en de bouwdirectie) voor te leggen. De laatste is gebeurd: het plan is goedgekeurd. In de nota van aanwijzingen wordt de ontwerpverantwoordelijkheid bij de aannemer gelegd. De gemeente stelt de aannemer aansprakelijk. Arbiters stellen het volgende vast: de uitvoering is gebonden aan een nauwkeurige controle door de opdrachtgever. Op hoofdlijnen was een voorgeschreven constructie aan de orde, met maar een beperkte ruimte voor een eigen ontwerpinbreng van de aannemer. De gemeenschappelijk gekozen jet-grout-methode was voordien niet toegepast. De gemeente had veel deskundigheid aan haar zijde en ook de aannemer kan als deskundige worden aangemerkt, omdat immers de deskundigheid van diens onderaannemer aan hem wordt toegerekend. Arbiters oordelen dat de schade aan beide zijden verdeeld dient te worden in evenredigheid met de mate, waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen.

Invloed

Ook hier ziet men weer: er wordt wel gezegd dat de aannemer ontwerpverantwoordelijk is, maar dan moet hij in werkelijkheid die taak ook wel (kunnen) uitoefenen. De mate van invloed, die de opdrachtgever zich echter voorbehield, maakte dat deze in evenredige mate nu ook zelf verantwoordelijk was, niettegenstaande de bewoordingen van het contract.

Mr.dr. M.A.B. Chao-Duivis Directeur Instituut voor Bouwrecht

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels