nieuws

Mobiele georadar sterk verkleind

bouwbreed

arnhem – Medewerkers van de gemeente Arnhem noemen het gekscherend ‘de rollator’. Volgens anderen lijkt het meer op een wandelwagen. In feite is het een sterk verfijnde toepassing van een mobiele georadar. Hiermee spoort het bedrijf MAP ondergrondse kabels en leidingen gemakkelijk op. Volgens directeur D. van der Roest is deze methode veel betrouwbaarder en goedkoper dan de bestaande werkwijze: het graven van proefsleuven.

De nieuwste types georadar en antennes zijn zo compact, dat ze gemakkelijk op een klein karretje passen. Met een aantal kleine accu’s om zijn gordel en een laptop onder zijn neus kan een onderzoeker in het veld het karretje voortduwen en exact stoppen boven de plek waar hij op het scherm een reflectie ziet. Met een krijtje markeert hij vervolgens de plek. In een ‘grid’ van lijnen in de lengte, breedte en diagonale richting met een onderlinge afstand van een halve meter rijdt hij over de containerlocatie. Als daarbij een regelmatig krijtpatroon ontstaat, betekent het dat er zich ondergronds een leiding bevindt.

Afvalcontainers

Het idee voor de mobiele georadar ontstond toen het afvalverwerkingsbedrijf ARA zich meldde bij Grontmij. Voor de gemeente Arnhem moet de onderneming de komende jaren enkele honderden ondergrondse afvalcontainers plaatsen. Op die locaties mogen zich geen kabels en leidingen bevinden. Daar bestaan wel kaarten van, maar in praktijk blijken de nuts- en andere leidingen vaak niet te liggen op de plek waar ze volgens de tekeningen zouden moeten zijn. Om te kijken of op de beoogde plek geen kabels zijn, worden daarom proefsleuven gegraven. Die aanpak was volgens ARA te weinig betrouwbaar. Op plekken die op basis hiervan zijn vrijgegeven, worden bij plaatsing van de container toch nog vaak nutsleidingen onder de grond aangetroffen. Van der Roest: ‘In 25 tot 50 procent van de gevallen waar geen kabels zouden zijn, worden ze ondanks het graven van proefsleuven toch nog gevonden. Dat kost veel geld. Want die kabels komen ze pas tegen als ze een gat voor de container aan het graven zijn. Het werk moet dan stopgezet worden en de gemeente of de afvalverwerker moet weer gaan puzzelen om een nieuwe plek te vinden. Soms gaat het om een plek die samen met de bewoners is afgesproken. Kortom, dat geeft allemaal ellende en extra kosten.’ Grontmij verwees de vuilverwerker naar MAP, een 100 procent dochter van het bedrijf. MAP werkt al jaren met een georadar, onder meer voor het in kaart brengen van ondergrondse vervuiling en slib. Op zich kon een georadar ook al gebruikt worden voor het opsporen van kabels, maar door de grote apparatuur was dat een nogal omslachtige en dus kostbare operatie.

Antenne

Van der Roest: ‘We moesten met een busje komen en je liep met dikke kabels en grote apparaten rond te sjouwen. Het scherm waarop je de reflectie zag, bevond zich in het busje, terwijl iemand in het veld de antenne achter zich aan zeulde. Als op het scherm een reflectie te zien was, riep iemand uit het busje dat hij iets zag. Maar de man met de antenne was dan alweer wat verder. Het was lastig om precies te bepalen waar iets onder de grond zat.’ Volgens Van der Roest is de nieuwe methode veel betrouwbaarder dan het graven van proefsleuven. ‘Meestal is de sleuf niet dieper dan 80 centimeter. Wij gaan tot minimaal 1,50 meter. Dieper dan dat vind je meestal geen leidingen meer. En doordat ze maar twee sleuven middendoor graven, missen ze vaak kabels die aan de randen liggen.’ ‘Per dag kan MAP zo’n twintig à vijfentwintig locaties in kaart brengen, mits ze op loopafstand van elkaar zijn. Omdat bij proefsleuven dit aantal beduidend lager ligt, is de georadarmethode goedkoper’, betoogt Van der Roest. Het systeem heeft zijn betrouwbaarheid inmiddels bewezen, stelt hij. ‘Voordat ARA – tegenwoordig het Sita – met ons in zee ging, moesten we een soort examen afleggen. Dat hield onder meer in dat we met de georadar een gebied in kaart moesten brengen waarvan zij alles wisten. Onze resultaten waren kennelijk bevredigend, want we hebben inmiddels zo’n 150 locaties voor hen gedaan.’ Na deze bodemonderzoeken zou nergens een onverwachte kabel of leiding zijn opgedoken. Desondanks geeft MAP nooit de garantie dat haar bevindingen volledig kloppen. ‘De betrouwbaarheid is nooit 100 procent, want het blijft geofysica. Je interpreteert de reflectie die de radargolven onder de grond veroorzaken. Dat interpreteren is het lastigste van het hele proces. Wat je denkt waar te nemen, heb je nooit aangeraakt. Je ziet pas echt hoe het eruitziet als de graafmachine er is.’ ‘Het interpreteren is het lastigste van het hele proces’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels