nieuws

Justitieen NMa sluiten convenant bouwfraude

bouwbreed

den haag – Een convenant tussen justitie en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) moet voorkomen dat beide elkaar bij het onderzoek naar de bouwfraude in de wielen rijden. Speciale coördinatoren overleggen daarom minimaal eens in de twee weken. Dergelijke afspraken zijn met de parlementaire enquêtecommissie nog niet gemaakt.

Het Openbaar Ministerie (OM) en de NMa hopen op deze manier zoveel mogelijk informatie boven tafel te krijgen en zo veel mogelijk strafbare feiten te kunnen opsporen. Beide opsporingsdiensten houden zich sinds november bezig met het onderzoek naar misstanden in de bouw, naar aanleiding van de schaduwboekhouding van Koop Tjuchem. Justitie doet strafrechtelijk onderzoek naar de bouwfraude en de NMa naar illegale prijsafspraken en overtreding van het kartelverbod. In het convenant is dan ook afgesproken ‘vermijdbare negatieve gevolgen voor elkaars (opsporings-) onderzoeken te voorkomen’. De diensten erkennen dat zij hiervoor moeten waken, omdat de werkterreinen elkaar deels overlappen. Om te voorkomen dat zij elkaar in de wielen rijden, zijn speciale coördinatoren aangesteld. Zij houden elkaar op de hoogte van onderzoeks- en opsporingshandelingen en proberen deze zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Invallen van het OM en inbeslagname van informatie kunnen nadelig uitwerken voor het onderzoek van de NMa. Als de onderzoekers ‘redelijkerwijs vermoeden’ dat dit het geval zou kunnen zijn, stellen zij hun organisatie vooraf op de hoogte. De enige uitzondering op deze regel maakt de kartelpolitie voor de zogenoemde klikregeling. Daarin krijgt een tipgever recht op een lagere boete. Hierover krijgt het OM geen informatie. Directeur-generaal A. Kist van de NMa en J. de Wijkerslooth, voorzitter van het college van procureurs-generaal ondertekenden het convenant. Tussentijds kunnen de afspraken worden aangepast en aangevuld. Het convenant is geldig tot en met 31 december 2002. De parlementaire enquêtecommissie, die eveneens onderzoek doet naar de misstanden in de bouw, staat in het convenant genoemd als enige ‘derde’ waaraan de instanties informatie verstrekken. Voorts meldt het convenant dat de bron -OM of NMa- afspraken maakt over de gegevensverstrekking als de commissie om informatie vraagt. Het is niet duidelijk of de parlementaire enquêtecommissie zelf convenanten sluit met de opsporingsdiensten. Mededelingen over werkzaamheden en werkwijze van de commissie worden pas achteraf gedaan. Justitie mag de uitspraken in de hoorzittingen van de enquêtecommissie niet gebruiken voor haar eigen onderzoek. Zij kan wel dezelfde getuigen oproepen, maar mag dan geen gebruik maken van de informatie uit de getuigenissen voor de enquêtecommissie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels