nieuws

‘Overheid benut macht over bouw onvoldoende’

bouwbreed

den haag – De overheid onderschat haar macht. Daarmee werkt ze onregelmatigheden in de hand. Zij geeft opdracht voor 40 procent van de grote projecten. ‘Als ze zou weigeren om aan te besteden, gewoon door even niet te bouwen, schrikken de aannemers vanzelf. Dan krijg je de concurrentie terug’, meent Wim Wenselaar, juridisch adviseur in Utrecht.

De parlementaire enquêtecommissie en de strafrechtelijke onderzoeken werken volgens Wenselaar contraproductief om misstanden aan de kaak te stellen. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) is naar zijn mening het heftigst, omdat daar de hoogste straffen uitkomen. ‘Strafrechtelijke vervolging gaat uit van een conflictmodel. Dat staat lijnrecht tegenover het poldermodel, vol onderling overleg.’ Zwarte lijsten verergeren de situatie volgens de jurist. ‘Dat is nou echt paniekvoetbal.’ Bij gebrek aan concurrentie blijven aannemers het werk en de rekenvergoedingen verdelen. Als Rijkswaterstaat partijen uitsluit, komt er nog minder concurrentie.

Wantrouwen

Wenselaar is een voorstander van schikkingen. ‘Daarmee kun je aangeven dat je het niet eens bent met de praktijken. Daarbij moet je dan wel afspreken dat ze in de toekomst zich wel aan de regels houden.’ Het belangrijkste is dat de overheid goed gaat praten met de aannemers. ‘Dat is nu haast onmogelijk. VGBouw is angstig. Dat is geen goede sfeer om afspraken te maken. Die angst moet je wegnemen en gaan praten. Wat dat betreft werkt het poldermodel wel. Het is ook de enige manier om de aannemers te bereiken.’ In die wereld heerst onderling vertrouwen en gemeenschappelijk wantrouwen tegen de buitenwereld, weet hij. Volgens Wenselaar ligt de oorzaak van de onregelmatigheden bij de overheid. De Nederlandse wetgeving heeft jarenlang onderlinge afspraken toegestaan. De Europese Unie kwam in 1992 met nieuwe richtlijnen. ‘Plotseling mocht dat niet meer. Vijftig tot zestig jaar werken aannemers al in hetzelfde stramien. Dan is het moeilijk overschakelen.’ De overheid moet daarom in zijn ogen werk maken van rekenvergoedingen. Die toestaan en vooraf bijvoorbeeld afspraken maken over de hoogte daarvan. ‘Een bouwproject is geen vrachtwagen. Het is geen kwestie van een standaardprijs. Bij sommige projecten, bijvoorbeeld die bestaan uit dezelfde appartementen, hebben aannemers wel een vaste prijs. Maar het kost veel tijd en geld om bij grote projecten de kosten uit te rekenen. Daarom moet er een vergoeding komen voor het meedoen aan een aanbesteding.’

Loyaal

De overheid kan als opdrachtgever beter partij bieden aan de aannemers door bijvoorbeeld vaardiger te worden in onderhandelingen. Wenselaar:’Projectontwikkelaars krijgen vaak scherpere prijzen van de aannemers, omdat zij er met de zweep overgaan. Zij kunnen onderhandelen.’ Als de overheid zelf de capaciteit niet heeft, kunnen ze iemand inhuren. In het bedrijfsleven is dat al dagelijkse praktijk. Ook moet er volgens Wenselaar bij de opdrachtgever meer prijsdeskundigheid komen. ‘Veel projecten komen uit op 40 procent of meer boven het geraamde bedrag. De aannemer berekent dan een hogere prijs. Dat moet je beter aanpakken en duidelijker zijn.’ In de bouwwereld komen zowel de kleine aannemers als de grote bouwers elkaar vaak tegen. Wenselaar vindt het onzin om te denken dat ze dan niet over opdrachten praten. ‘Het valt me sowieso op dat die wereld erg loyaal is. Privé gaan ze ook goed met elkaar om. De aannemers maken zich niet schuldig aan maffiapraktijken. Daarvoor zijn de marges te klein.’ De gunstige economie maakt echte concurrentie onmogelijk, zowel nationaal als internationaal. De Europese richtlijnen zijn daar wel op geënt. ‘Hier zie je toch ook nauwelijks buitenlandse aannemers? Bij de HSL en de Betuwelijn waren het ook vooral Nederlanders.’ 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels