nieuws

Grondopties binnenkort stuk minder aantrekkelijk

bouwbreed

De Tweede Kamer staat achter de aanscherping van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Het wordt voor ontwikkelaars en speculanten een stuk lastiger opties aan te houden op grond. Overeenkomsten van vóór 21 mei 2001 blijven echter onaangetast, maar moeten wel binnen zes maanden bij het Kadaster worden ingeschreven.

Het initiatief voor de wijziging lag bij de kamerleden zelf. Onder leiding van PvdA’er Depla moesten de leden hun voorstellen afgelopen week in de Tweede Kamer verdedigen. Mei vorig jaar besloten PvdA, D66 en CDA zelf met wijzigingen te komen nadat verschillende rechtszaken in het nadeel van gemeenten waren uitgevallen en het kabinet had uitgesproken aanscherping niet nodig te vinden.

Gemeenten mogen het voorkeursrecht vestigen op grond waarvan zij verwachten dat de bestemming zal veranderen. Uit onderzoek van de TU Delft blijkt dat in 92 procent van de gevallen ook werkelijk te gebeuren. Het gaat meestal om agrarische grond die een bouwbestemming krijgt, waardoor de waarde van de grond vertienvoudigt. De grondeigenaar wordt daarmee verplicht de grond als eerste aan de gemeente te koop aan te bieden. De wet werd op grote schaal omzeild doordat agrariërs onder het mom van zelfrealisatie contracten aangingen met ontwikkelaars.

De kamerleden vinden dat de regie op de grond weer bij de gemeenten moet liggen. Door namen, prijzen en een termijn van zes maanden te koppelen aan optiecontracten, denken ze dat speculanten zullen afhaken.

Aanvankelijk was het de bedoeling dat de wet met terugwerkende kracht voor alle overeenkomsten tussen agrariërs en derden zou gelden. Onder druk van de Raad van State en het kabinet is daarvan afgezien.

Belang

De wet wordt nu van toepassing voor opties die zijn gesloten na 21 mei 2001. Dat betekent dat voor het gros van de toekomstige bouwlocaties gemeenten geconfronteerd blijven met contracten tussen agrariërs en ontwikkelaars of speculanten. Van bijvoorbeeld de Grote Polder bij Leiden of Rijnenburg bij Utrecht is al jaren bekend dat er voor de grond contracten zijn gesloten, terwijl die locaties zeker niet voor 2010 voor bebouwing in aanmerking komen.

De discussie tijdens de plenaire behandeling spitste zich toe op de optiecontracten. Een brede kamermeerderheid kon zich vinden in het schrappen van een stukje uit artikel 10, waardoor gemeenten geen ‘aanmerkelijk belang’ meer hoeven aan te tonen na vestiging van het voorkeursrecht.

Vooral de VVD had grote bezwaren tegen inperking van de optiecontracten tot zes maanden. Kamerlid Verbugt diende een amendement in, waardoor die termijn pas ingaat na vestiging van het voorkeursrecht. Volgens Depla zou daarmee 90 procent van de aanscherping weer ongedaan worden gemaakt. Het is mogelijk dat meer eigenaren het op onteigening van de grond laten aankomen, maar de verwachting is dat de meesten toch eieren voor hun geld kiezen en zich door de gemeente laten uitkopen.

Volgens de initiatiefnemers is met grond zoveel geld te verdienen dat altijd weer zal worden gezocht naar nieuwe mazen in de wet. Het nieuwe grondbeleid en de exploitatievergunning van het kabinet moeten dat in de toekomst ondervangen.

De Kamer zal naar verwachting volgende week over de wet en de amendementen stemmen. De wet kan op een brede meerderheid rekenen en zal waarschijnlijk worden aangenomen. Na publicatie in het Staatsblad is er een termijn van zes maanden om alle ‘slapende’ contracten in te schrijven bij het Kadaster.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels