nieuws

Jugendstil­interieur Leveltpanden Amsterdam hersteld

bouwbreed

amsterdam ­ NV Stadsgoed kocht een aantal panden pal tegenover het Centraal Station in Amsterdam uit de failliete boedel van Ronald­Jan Heijn en gaf opdracht tot een restauratie. Hierbij lag het accent op het behoud van het Jugendstil­interieur in een van de twee voormalige panden van Simon Levelt. Met betrekking tot de nieuwe bestemming kon de restauratiearchitect aan de slag met de ‘brandveiligheidspuzzel’ bij de twee Leveltpanden; in een derde pand kon hij zich buigen over het probleem om ruimte te creëren voor 34 hotelkamers op een relatief klein oppervlak.

Koffie­ en theehandelaar Simon Levelt betrok in de jaren tachtig van de negentiende eeuw twee panden aan de Prins Hendrikkade. Het ene pand diende als koffiebranderij en pakhuis, het andere als woonhuis en kantoor. De panden zijn tot aan het eind van de twintigste eeuw in handen gebleven van de familie Levelt totdat Ronald­Jan Heijn de panden tegelijkertijd met Mercurius opkocht en er een spiritueel centrum van maakte. Na zijn faillissement werden de Leveltpanden en een nabij gelegen hotel aangekocht door NV Stadsgoed. Achterstallig onderhoud maakte een restauratie onafwendbaar. Toch bleek aan het nadeel van het achterstallig onderhoud een groot voordeel te kleven. Restauratiearchitect ir. C. Doornenbal, directeur van Rappagne & Partners Architecten BV: “Het positieve was dat in het woonhuis van Levelt met zijn prachtkamers, het meeste schilderwerk en details sinds 1889 ongewijzigd waren gebleven.” De panden hadden weliswaar zeer te lijden gehad onder lekkages en zettingen, maar door het ontbreken van een hedendaagse opknapwoede waarbij elke vijf jaar het interieur wordt overgeschilderd, waren de originele verflagen nog op heel veel plaatsen te bewonderen. “Het verfwerk van bijvoorbeeld de deuren en kozijnen waren vervuild, maar de houtschildermotieven en het marmerschilderwerk waren nog in tact.” Zelfs enkele lampen uit 1889 zijn behouden gebleven.

Straattafereeltje

Conform de moderne stroming van die tijd is het interieur in Jugendstil uitgevoerd, op één enkele grote ‘Jetses­achtige’ wandschildering in het centrale trappenhuis na. Naar verluidt is die schildering van een vredig straattafereeltje aangebracht om de vrouw des huizes te behagen. Doornenbal: “Zij kwam uit Voorburg en om haar gevoel van heimwee te lenigen is een Voorburgse straat afgebeeld.” Volgens Doornenbal kwam het er bij de restauratie vooral op aan ‘zo weinig mogelijk’ te doen met het oog op het behoud. “We zijn te werk gegaan als bij de restauratie van een schilderij; héél voorzichtig en stukje bij beetje.” Enkele onderdelen waren echter niet meer te redden. “De plafonds bestaan voor een groot deel uit schildering op linnen. Ten gevolge van lekkages is hiervan een aantal verloren gegaan.” NV Stadsgoed wil de doeken wel bewaren en hangt ze als schilderijen in de verschillende kantoorruimten. Zeer fraai zijn ook de glas­in­loodramen in het centrale trappenhuis. Volgens H.H.J. Spil, uitvoerder van BAM Wilma BV regio Alkmaar, die de werkzaamheden uitvoert, waren de ramen voor een groot deel uitgezakt. Het herstelwerk is door de Amsterdamse glas­in­loodhandel uitgevoerd voor ongeveer 27.000 euro. Rescura­Bleijenberg uit Den Haag die ook bij de restauratie van Theater Tuschinski betrokken was, heeft de plafonds en muren gerestaureerd. Het grootste deel daarvan bestond uit het reinigen en vastzetten van de oppervlaktes. Volgens Doornenbal was het hierbij een opgave het juiste schoonmaakmiddel te vinden dat de vervuiling kon verwijderen zonder de ondergrond geweld aan te doen.

Vluchtgangen

Het aanpalende pand is het oude pakhuis. “Doordat de monumentale waarde van het pakhuis vooral gelegen is in de hoofdstructuur kon ik in deze ruimten ‘rommel’ kwijt als installaties en de liftschacht.” Grootste probleem voor beide panden was de ‘puzzel van de brandwerendheid’. “Voor kantoorruimten zijn de brandveiligheidseisen hoger dan voor reguliere woningbouw. Gebruikers van de ruimten moeten kunnen beschikken over twee vluchtgangen. Om dat voor mekaar te krijgen, hebben we vanuit elke verdieping van het ‘woonpand’ doorgangen gemaakt naar het pakhuis. Mocht het ene centrale trappenhuis door brand niet meer toegankelijk zijn, dan kunnen de gebruikers via het andere pand het gebouw verlaten.” Het hotel had voor de restauratie reeds een hotelbestemming. Doornenbal: “Maar de vorige eigenaar had op elke eis van brandweer of bouwdienst een ad hoc oplossing bedacht, terwijl het pand een grondige aanpak behoefde. Daarom besloten we het hotel totaal te strippen om het geheel in een keer conform alle eisen in orde te maken.”

Gepuzzel

Voor de architect bestond de uitdaging er uit om zo veel mogelijk hotelkamers kwijt te kunnen in het voor­ en achterhuis, die bovendien net zo als bij het kantoorgedeelte over twee vluchtgangen zouden beschikken. “Dat was een heel gepuzzel, maar het is gelukt om 34 kamers de maken.” Kruip­door­sluip­door, trappetje op en trappetje af. Het heeft wel wat weg van het hotel van Fawlty Towers, maar volgens Doornenbal zijn vooral Amerikanen gek op zulke bouwkundige oplossingen. Bovendien is ook in beide gebouwdelen een lift opgenomen. Als gevolg van de bouwkundige eisen is 25 procent van het grondoppervlak door trappenhuizen en liftschachten in beslag genomen. Veel tegenvallers is de aannemer niet tegengekomen. Eén grote echter ‘tikte’ wel behoorlijk aan. Onder een van de bouwmuren trof de aannemer in plaats van heipalen een rijtje horizontaal in de grond gelegde bielsen aan waarop de bouwmuren waren gefundeerd. Hiermee waren de zettingen afdoende verklaard en bevestigde de ontdekking de noodzaak tot het maken van een nieuwe fundering onder het pand.

Kantoorbestemming

De panden hebben een kantoorbestemming en dat wil de gemeente Amsterdam zo behouden. Dat lijkt opmerkelijk omdat de gemeente juist eerst alle kantoren uit de stad wilde weren en initiatieven om van woonruimte kantoorruimte te maken voorheen oninteressant maakte door woningonttrekking te verbieden of duur te verkopen. “Maar voor gebouwen met een groot vloeroppervlak maakt de gemeente een uitzondering, mede omdat ze willen voorkomen dat alle kantoren uit het centrum verdwijnen”, aldus restauratiearchitect Doornenbal.

Projectgegevens:

Interieurarchitect 1898: J. Duncker Opdrachtgever: NV Stadsgoed, Amsterdam Architectenbureau: Rappange & Partners Architecten BV, Amsterdam/ Den Haag Hoofdaannemer: BAM Wilma BV regio Alkmaar Restauratie schilderwerk: Rescura­Bleijenberg, Den Haag

Buiten de route

Enigszins in de schaduw van gebouw Mercurius, het voormalige hoofdkwartier Oibibio van Ronald­Jan Heijn, maken de Leveltpanden al sinds de achttiende eeuw deel uit van de façade die te zien was vanaf het IJ in Amsterdam. Dat veranderde met de bouw van het Centraal Station. In de stormachtige periode van economische opleving die daar op volgde, lag het eigenlijk in de bedoeling dat de Nieuwe Zijds Voorburgwal dé entree tot de binnenstad zou worden. Dit was de aanleiding tot de bouw van het prestigieuze Hotel du Passage met ‘moderne’ winkelpassage zoals in elke zich zelf respecterende metropool te vinden was: het tegenwoordige gebouw Mercurius. Helaas was het niet de Nieuwe Zijds Voorburgwal, maar het Damrak dat nadat het rak gedempt was, de eer van hoofdpromenade toegewezen kreeg. Het betekende voor een aantal bedrijven waaronder Hotel du Passage een tegenvaller doordat ze buiten de route kwamen te liggen en bijgevolg economisch minder interessant waren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels