nieuws

‘Aanpak wordt hartstikke leuk maar is ook bloedserieus’

bouwbreed

winschoten ­ ‘Word ik timmerman? Schilder? Of toch iets anders? Vrachtwagenchauffeur misschien?’ Volgend jaar proberen veertig scholieren uit het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) in oost­Groningen op die vragen antwoord te vinden via een experimentele onderwijsmethode. Ze laten de schoolbankjes voor wat ze zijn en kiezen een beroep dat hen ­ maakt niet uit waarom ­ leuk lijkt. Na twee maanden in die droombaan, kiezen ze opnieuw. Zo rouleren ze twee jaar lang.

“Stel dat een van de deelnemers zin heeft om bouwvakker te worden. Wij laten hem, of haar, dan twee maanden meedraaien binnen een aannemersbedrijf”, zegt H. Datema. Hij is als deskundige onderwijsvernieuwing werkzaam bij Artefaction Organisatie en Communicatieadviseurs, een van de trekkers van het experiment. “De scholier wordt daarbij begeleid door een mentor uit de praktijk of uit het onderwijs, dat verschilt per persoon.” Daarna maakt de leerling opnieuw een keus. Hij mag nogmaals twee maanden binnen de bouw rondkijken, maar hij kan ook kiezen voor een specifiek bouwberoep, zoals metselaar of timmerman, of voor een heel andere sector.

Diploma

De achterliggende gedacht is dat leerlingen niet alleen kennismaken met een reeks beroepen, maar gaande weg ontdekken in welke omgeving en met wat voor soort werk ze zich lekker voelen. Nadat ze hun vmbo­opleiding hebben afgerond kunnen ze dan bewuster kiezen voor een vervolgstudie of een baan. “Ik kan mij voorstellen dat iemand die twee maanden in de bouw gaat rondkijken omdat het hem ideaal lijkt om met zijn handen te werken, tot de slotsom komt dat hij zich in die branche niet thuisvoelt, maar zich daarentegen zielsgelukkig voelt als installateur. Dan werkt hij ook met zijn handen, maar binnen een andere bedrijfstak dan hij in gedachten had.” Het is natuurlijk ook mogelijk dat een leerling een totaal verkeerde keuze maakt en ambachtelijk werk hem helemaal niet blijkt te liggen. “Daarentegen ontdekt hij, bijvoorbeeld, een kei te zijn op het gebied van transport en besluit daarom een paar maanden bij een vrachtwagenbedrijf rond te neuzen.” De verwachting is dat de leerlingen steeds bewuster keuzes maken. “Eerst hebben ze een betrekkelijk vaag beeld van wat ze willen, gaandeweg ontdekken ze wat hen echt aanspreekt.” De deelnemers aan het experiment zitten in het tweede en derde jaar van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. Voordat ze aan hun ‘beroepenmarathon’ beginnen, krijgen ze een jaar algemeen onderwijs. Nadat ze in het derde studiejaar de laatste etappe van de ‘marathon’ hebben afgelegd, maken ze een definitieve keuze voor een vak of een vervolgstudie. In het vierde schooljaar volgen ze regulier onderwijs en doen examen.

Pretpakket

Datema: “Hoe dat eruit gaat zien, weten we nog niet. Wel staat vast dat het niet om een meesterproef voor een bepaald beroep gaat en dat wie slaagt een diploma krijgt. Ik verwacht dat het merendeel vervolgens doorstroomt naar de praktijkopleidingen van het middelbaar beroepsonderwijs; de beroepsbegeleidende leerweg.” Het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen trekt 400.000 euro uit voor het experiment, dat mogelijk nieuw perspectief biedt voor het in het slop geraakte vmbo. Dit onderwijs sluit nauwelijks aan op de beroepspraktijk en al net zo weinig op het middelbaar beroepsonderwijs. Daarnaast haken veel scholieren halverwege af. Initiatiefnemer H. Sytstra, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en het Instituut voor Organisatiepsychologie heeft hoge verwachtingen van de pilot. Zo zal, volgens hem, het aantal leerlingen dat tussentijds afhaakt drastisch afnemen terwijl de aansluiting met het vervolgonderwijs of de beroepspraktijk sterk verbetert. De mogelijkheid dat het experiment zal ontaarden in een pretpakket met weinig onderwijskundige waarde, verwerpt hij. “Ons experiment wordt hartstikke leuk, maar het is tegelijkertijd bloedserieus. ‘Serious fun’, zou je kunnen zeggen.” Alle activiteiten binnen de proef zijn verweven met de Blauwe Stad. Deze verrijst tussen Winschoten en Reiderland. De Blauwe Stad bestrijkt zo’n 1500 hectare. Binnen dit oppervlak verrijzen onder meer bos­, natuur­ en recreatiegebieden en tussen 1200 en 1800 woningen. Zoals het onderwijsexperiment het vmbo moet aanzwengelen, is de Blauwe Stad het krachtvoer om de economisch achterop geraakte regio oost­Groningen te laten aansterken. “We willen de scholieren die aan de proef meedoen dan ook voor de regio behouden”, zegt Anne Kolmer, directeur van Projectbureau Blauwe Stad. “We zien het liefst dat ze binnen de Blauwe Stad een toekomst opbouwen. Dat is goed voor die jongens en meisjes en voor de streek in het algemeen.”

Betrokken

Naast de RUG en het Instituut voor Organisatiepsychologie zijn onder meer de provincie Groningen, diverse scholen uit de regio en het bedrijfsleven bij het experiment betrokken. Zo hebben Bam/Wilma, Geveke en Ballast Nedam die samen ontwikkelingsmaatschappij de Blauwe Stad vormen, hun medewerking toegezegd. Sytstra: “Doordat zowel het bedrijfsleven als het onderwijs enthousiast reageren op ons proefproject, kunnen we alle leerlingen garanderen dat ze na afloop een vervolgopleiding kunnen gaan volgen of direct een baan krijgen.” ‘Experiment moet vmbo uit het slop trekken’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels